Was het maar om te lachen: iets serieus in ‘tScheldt - 't Scheldt

Was het maar om te lachen: iets serieus in ‘tScheldt

Recent vierde het Monty Python-gezelschap de 50ste verjaardag van hun allereerste tv-reeks op BBC in 1969. Met hun 10 uitverkochte liveshows in Wembley Stadion in 2014 kregen we het definitieve afscheid, zeker nu recent werd vastgesteld dat Terry Jones (77) dementerende is…

Recent vierde het Monty Python-gezelschap de 50ste verjaardag van hun allereerste tv-reeks op BBC in 1969. Met hun 10 uitverkochte liveshows in Wembley Stadion in 2014 kregen we het definitieve afscheid, zeker nu recent werd vastgesteld dat Terry Jones (77) dementerende is. In 1983 maakten ze hun laatste productie ‘The Meaning of Life’, een sketchfilm over de Grote Kwesties, uiteraard op hun eigenste wijze. Zonet verscheen het boek ‘The Meaning of Life and Death’ van filosofieprofessor Michael Hauskeller (Universiteit van Liverpool). Niet over Monty Python, wel over dé ultieme vraag.

Een tiental denkers komt aan bod:

Arthur Schopenhauer (eerste ‘pessimistische’ denker over het eeuwige blinde willen in de natuur), Sören Kierkegaard (Deense voorloper van het christelijk geïnspireerde existentialisme), Herman Melville (auteur van de klassieke roman Moby Dick over de wraak op de witte walvis), Fjodor Dostojevski (‘Schuld en Boete’ en ‘De Gebroeders Karamazov’, essentiëler wordt het niet), Leo Tolstoi (getormenteerde hervormer die het zelf enkel kwijt kon in meesterwerken als ‘Anna Karenina’ en ‘Oorlog en Vrede’), Friedrich Nietzsche (opende de 20te eeuw met de Übermensch die zijn eigen moraal bepaalt, gegrondvest op de klassieke kwaliteiten uit de Griekse Oudheid), William James (de grondlegger van de pragmatische psychologie die leerde hoe we onszelf kunnen veranderen), Marcel Proust (de gedetailleerde romancyclus ‘A la recherche du temps perdu’ of de herinnering aan hoe het Ene leven wordt geleefd), Ludwig Wittgenstein (onze hopeloze strijd tegen de begrenzing der taal) en Albert Camus (de dichter-filosoof die schreef over de goedaardige onverschilligheid in de wereld die echter net daarom zinvolheid mogelijk maakt).

Volgens Camus vindt de absurde mens geen vastgelegde betekenis in de wereld buiten hem. Zo er een diepere zin bestaat is die duidelijk niet toegankelijk. In dergelijk onvoorspelbaar en onredelijk universum kan de zelfbewuste ziel een vreemdsoortig geluk ervaren wanneer de hoop op redding wordt losgelaten. Een leven dat moet passen in een groter goddelijk schema zou ons bestaan pas futiel maken. In zijn roman ‘De vreemdeling’ uit 1942 maakt de hoofdfiguur Meursault er het beste van, ongeacht de omstandigheden. Of hij iemand doodt of niet en er al dan niet voor gestraft wordt: het maakt hem allemaal niet uit. Het genieten van het moment kan altijd en overal: van een bewonderde wolk vanuit je cel tot een zonnestraal op het hoofd van spelende kinderen. Dit is nu het essentieel verschil tussen absurdisme en nihilisme. Waar de nihilist onverschillig is/wordt gaat de absurdist juist door de afwezigheid van een ultieme zin proberen het beste van zijn leven te maken. Als meer mensen dat zouden doen wordt het misschien ooit voor elkeen beter. Dit vormt de basis van Camus’ denken. Een fundamentalist die in naam van zijn god terreur zaait is dus in wezen een nihilist. Het laat hem allemaal koud. De koude liefde voor zijn geloof is eigenlijk de vruchteloze vlucht voor een kosmos zonder de al-beschermende Papa die zo wanhopig wordt gezocht.

In ‘Misdaad en straf’ uit 1866 beschrijft Dostojevski hoe de hoofdfiguur Raskolnikov een oude pandjesvrouw vermoordt omdat ze een overbodig leven leidt en geld bezit dat hem beter toekomt. Het grootste deel van de roman handelt over het daarmee gepaard gaande schuldgevoel en de knagende vraag of hij zelf misschien maar een ‘luis’ is. Zoals in elk boek van de meest Russische Rus wel de ene wordt vermoord of de andere dan weer zelfmoord pleegt om een vaag soort rebelse zelfstandigheid te etaleren, blijft de mystieke ondertoon helder: de vrijheid die Christus door zijn offer aanbiedt is niet aan de mens besteed. Die wil enkel nemen zonder te geven. Toch zal enkel hij die leert te geven iets van liefde terugkrijgen. Ook hier brengt de dood ons dichter bij het leven.

Ook hier gaat vernietigen gepaard met het niet-zijn. Elke deftige canon wordt gestut door voetnoten als deze van Camus en Dostojevski. Over deze fascinerende inzichten gaat ‘The Meaning of Life and Death’ van Michael Hauskeller. Door stil te staan bij het werk van 10 zulke literair-filosofische reuzen voelen we ons als lezer iets minder klein. Warm aanbevolen voor in de donkere dagen voor Kerst.

Marjolein Kempenaere

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wachtwoord vergeten?
Wachtwoord kwijt? Voer je gebruikersnaam of e-mailadres in. Je ontvangt dan een link om een nieuw wachtwoord aan te maken via de e-mail.
We delen geen persoonlijke gegevens met derden.