Waarom het fout is om het werk van foute artiesten te verstoten - 't Scheldt

Waarom het fout is om het werk van foute artiesten te verstoten

Bij ‘tScheldt zijn we altijd opgetogen wanneer een zogenaamd foute artiest iets goed aflevert en zeker wanneer een zogenaamd goede artiest in de fout gaat…

Bij ‘tScheldt zijn we altijd opgetogen wanneer een zogenaamd foute artiest iets goed aflevert en zeker wanneer een zogenaamd goede artiest in de fout gaat. Roman Polanski die de Grote Prijs van de Jury op het filmfestival van Venetië wint met ‘An officer and a spy’? Zalig. Woody Allens nieuwste film ‘A rainy day in New York’ in de zalen? Zo rechtvaardig. De komiek Louis C.K. die na een masturbatie-leegloop met fans op de hotelkamer-die tot de laatste druppel waren gebleven om dan te gaan klagen-opnieuw optreedt? Toppie. Dikkerd Jan Fabre die van zijn marmeren voetstuk tuimelt? Kan niet beter. Weg met de malle moraal die enkel correcte kunstenaars beloont met acceptatie en die vlot minder correcte verworpenen uit de boot stoot.

In 1895 was Frankrijk in 2 kampen verdeeld over het omstreden ‘Duitse verraad’ van kapitein Alfred Dreyfus. Als jood kreeg hij de volle laag van de antisemieten uit alle lagen en de steun van de linkerzijde. In die tijd namen linksdenkenden het immers nog op voor joden. De sociaal bewogen auteur Emile Zola schreef het vurige ‘J’accuse’ ter verdediging van de belaagde Dreyfus. Op het boek van Robert Harris over de Dreyfus-affaire baseerde Polanski (86) zijn recentste film, die terecht positief werd onthaald. De Argentijnse voorzitster van de jury weigerde echter de film ook nog maar te zien omdat hij was gedraaid door een ‘kinderverkrachter’. Ze werd daarin totaal niet gevolgd door haar collega’s. Gelukkig doet men op het Venetië-filmfestival nog normaal en bekroont men eerder het werk en niet het leven van een artiest.

Eigenlijk wel het toppunt dat Roman Polanski als joods kind moest vluchten voor de nazi’s, als jonge filmmaker Polen moest verlaten door de communistische censuur en tenslotte de deur van het vrije Amerika achter zich moest toeslaan na een seksveroordeling. Ja, hij had na de slachtpartij op zijn vrouw Sharon Tate door de Charles Manson-sekte een losgeslagen periode en ja, hij had tijdens een drugfeestje aan een minderjarige gefrunnikt (met de toestemming van haar moeder?). Allemaal niet om toe te juichen, zeker niet. En het is niet omdat je klassiekers als ‘Rosemary’s Baby’, ‘Chinatown’ en ‘Repulsion’ hebt gecreëerd dat je zomaar alles mag. Wat stoort is de arrogante houding van de juryvoorzitter Lucrecia (!) Martel die 11 was toen dit alles zich in 1977 afspeelde en die nu aan blinde censuur wou doen. Trouwens, waarom levert Frankrijk Polanski dan niet uit aan de VS? Een verleden veroordelen om een statement te kunnen maken kost echter niets.

Psycholoog Eric Berne schrijft in zijn boek ‘The games people play’ dat het met cliché-woorden veroordelen van iets engs zonder er verder wat aan te doen een goedkope wijze van zelfpromotie is. ‘Ain’t it awful?’ (Is dat niet erg, zeg?) klinkt in koor bij de moreel hoogstaanden die zich daardoor onderscheiden van de rest. Schrijver Maxim Februari had het erover in de beste editie sinds jaren van ‘Zomergasten’ bij de VPRO. ‘Wat was die Holocaust toch erg, hè?’ prevelen bij een glas en een plas heeft op zich geen meerwaarde. Volgens de filosoof Immanuel Kant gaat ethiek over de vraag wat we in het leven moeten DOEN. Kijk naar mijn woorden maar niet naar mijn daden, een oud zeer.

De verbrande boeken die een letterlijk lot ondergaan, Entartete Kunst in Nazi-Duitsland, verplicht sociaalrealisme in de Sovjet-Unie, een verpulverende Culturele Revolutie in China, de Vaticaanse codex van verboden literatuur, het castreren van kwetsende humor, de lijst is ingekaderd. Eén verdachtmaking en de kudde culturo’s slaat fervent aan het loeien om de eigen fletsheid in te kleuren. De gestaalde kaders, de moraalridders, de pilaarbijters, met z’n allen streng in de leer van het moment. Los van deze evidente waarheid blijft de vraag of een kunstenaar aardig moet zijn om kwaliteit te kunnen genereren. Of sterker nog: moet hij gezellig geboren zijn? Een Bob Dylan tref je met zijn Nobelprijs in de vuist niet meteen aan in een polonaise. Een opgezette Madonna zul je in de praatshow van Graham Norton niet betrappen op enige bescheidenheid die voorbij haar boezem raakt. Deze week in een tv-documentaire over cabaretier Freek de Jonge konden we vaststellen hoe zijn egocentrisme zijn vrouw en collega’s (vrienden beweerde hij niet te hebben) had pijn gedaan. Het maakt zijn shows niet minder sterk. Dichter bij huis is de afgeborstelde schilder Luc Tuymans een betweterig iemand waaraan je bij voorkeur niet denkt bij het bekijken van zijn knappe oeuvre. En regisseur Luk Perceval oogst veel bijval op een pad dat is geplaveid met bloedende acteursharten.

Wie geen zin heeft iets met dergelijke figuren te maken te hebben heeft daartoe het volste recht. Het is enkel de hysterische verbanning van hun werk uit de publieke scene die zorgen baart. Van de weeromstuit ben je dan geneigd om het voor hen op te nemen, zelfs als je hen niet persoonlijk kent. Zou ware kunst niet beter gewoon op zichzelf staan? Het was dan ook moedig dat er in het Design Museum Den Bosch de expo ‘Design van het Derde Rijk’ wordt gewijd aan architectuur, film, grafiek en affichekunst van toen. Vele regisseurs, architecten en reclamejongens werden erdoor beïnvloed.

In zijn essay-boek ‘Alles is gekleurd’ uit 2011 heeft Joost Zwagerman het over de ‘weldadige eenvoud’ van een kunstzinnige ervaring. In de VS studeren aan universiteiten en hogescholen elk jaar 200.000 mensen af met een diploma in creatieve studies. Zwagerman ziet op een bepaald moment in een museum hoe hun hooggestemde interpretatie-blabla contrasteert met het ‘onbegrip’ van een kind dat bij een kunstwerk eenvoudigweg vanuit zichzelf kijkt. Het kunstwerk moet ook zichzelf kunnen zijn, zonder een knellende keuring. Laat het onschuldige onbegrip van het kind naar binnen lekken, bepleit de auteur, en je vindt ongezocht geluk.

Florian Cantor

***

Foto: Woody Allen (Sandy Bates) en Charlotte Rampling (Dorrie) in Stardust Memories (1980)

***

Tegendraadsheid doet soms pijn. ‘tScheldt doet dus, we beseffen het, soms pijn. Maar het is nooit ‘tScheldt die de de wonde veroorzaakt. ‘tScheldt is hoogstens de pikkende mercurochroom in en rond de wonde . Steek ‘tScheldt in Uw medicijnkastje. Steun ‘tScheldt. Klik hier!

1 reactie op “Waarom het fout is om het werk van foute artiesten te verstoten

  1. Ik ben altijd een fan geweest van Polanski ,zeker na mijn eerste kennismaking met zijn onovertroffen ‘The fearless vampire killers’ ,hij is een survivor en zeker een groot filmmaker ,parels als ‘the tenant ‘ weekten destijds discussies los onder cinefielen .
    Die andere jood ,Woody Allen zijn werk kan mij niet boeien ondanks hij mooie prenten afleverde zoals ‘Manhattan’ dat is mijn eigen mening .
    Voor Jan Fabre heb ik evenveel respect als hij voor dieren heeft ,nul dus ,dat is een mening gedeeld door velen ,de tijd van de hofnarren is al lang voorbij ,bij zijn soort telt enkel het geld en wie men kent ter “progressieve”zijde .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wachtwoord vergeten?
Wachtwoord kwijt? Voer je gebruikersnaam of e-mailadres in. Je ontvangt dan een link om een nieuw wachtwoord aan te maken via de e-mail.
We delen geen persoonlijke gegevens met derden.