Over het socio-cultureel racisme van bakfietsbobo’s – 't Scheldt

Over het socio-cultureel racisme van bakfietsbobo’s

De corona-crisis treft de rijke Vlaamse wereld van het populaire theater, entertainment en muzikaal vertier midscheeps. De stilte van de gesubsidieerde culturele, zelfbenoemde elite dient oorverdovend te worden genoemd. Of kan het die club domweg geen zak schelen dat culturele ondernemers, schlagerzangers, freelancers en hardwerkende kleine zelfstandigen in zwaar weer dreigen te verdrinken?

De corona-crisis treft de rijke Vlaamse wereld van het populaire theater, entertainment en muzikaal vertier midscheeps. De stilte van de gesubsidieerde culturele, zelfbenoemde elite dient oorverdovend te worden genoemd. Of kan het die club domweg geen zak schelen dat culturele ondernemers, schlagerzangers, freelancers en hardwerkende kleine zelfstandigen in zwaar weer dreigen te verdrinken?

**

U herinnert zich het aantreden van Vlaams minister-president Jan Jambon, tevens bevoegd voor cultuur. Omdat de voltallige Vlaamse regering zich had geëngageerd om het uitgavenpatroon van elk departement tegen het licht te houden, kon cultuur niet achterblijven. Onder padvinder Bert Anciaux – gezegend met de totem Gulle Gever/Tranige Bever – was het budget cultuur met één spiritistische vingerknip verdubbeld. Was en is al dat geld wel goed besteed, heette de oefening die moest worden gemaakt.

Jan Fabre

De inkt van het regeerakkoord Jambon I was nog niet droog of de hand- en stropoppen van het culturele establishment gingen aan het dansen. Hoe durfde Jambon beknibbelen op een experimentele theaterinterpretatie van de vergeten 18de eeuwse, in het Duitse Ruhrgebied verschenen roman ‘Ik sta hier in mijnen bloten’. Hoe durfde Jambon te besparen op het budget van atonale muzikanten die de vijfde van Beethoven op een met een door corona-spuugsel besmette mirleton opnieuw tot leven wekken. Hoe durfde Jambon te beknibbelen op een voorraadje Toscaanse olijfolie dat de naakte lichamen van de favoriete danseressen van Jan Fabre zo geil als huisgekarnde hoeveboter diende te maken? Tot meerdere eer, glorie en satisfactie van de Antwerpse Da Vinci zelf?

Facelift

De culturele sector trok met potten en pannen de straat op en hield – alsof de sixties helemaal terug waren – sit-ins en met goedkope Franse wijn overgoten performances en debatten op het Brusselse Martelaarsplein waar Jan Jambon kantoor houdt. Ook in de culturele centra overal te lande, werd het publiek onder zachte dwang van plaatselijke cultuurfunctionarissen aangevuurd om bezit te nemen van het podium. De VRT sloot zich spontaan bij het aanzwellende protest aan. Besparen op de facelift van Martine Tanghe en de dictie-lessen van alle VRT-medewerkers van wie het verkavelingsvlaams moet worden bijgespijkerd? Geen sprake van! Wij van de culturele sector zijn een onmisbare poot onder de democratie. Wij werpen een dam op tegen het misdadige racisme en het gevaarlijke wij/zij hokjes denken. In onze theaters, operatempels en concertzalen worden de eerste rijen steevast ingenomen door werkloze arbeiders, huisvrouwen, migranten van de vierde generatie, asielzoekers en adolescenten die met vallen en opstaan op zoek zijn naar zichzelf. In de goedkopere engelenbak zitten de sponsors, de cultuurambtenaren, de intendanten, de veranderingsmanagers en de bevoorrechte politieke relaties. In de Koninklijke loge herkent u de doorrookte, droefgeestige koppen van het handvol slaafse journalisten dat tegen de deadline weer iets moet verzinnen om anderhalf sterretje onder een recensie te verantwoorden.

Schlagerzangers

Wie dacht dat de notie solidariteit de wereld van de hogere cultuur niet vreemd zou zijn, is een illusie armer. Nu het volkse theater, komedie, stand-up, revue, kolder en klucht door de corona-plaag worden getroffen, blijft het muisstil. Wie aan een gesubsidieerd cultuurhuis of de openbare omroep is verbonden, heeft een veel grotere kans aanspraak te kunnen maken op al of niet tijdelijke werkloosheid dan wel één van de vele ad-hoc tegemoetkomingen die de regionale, lokale en federale overheid uit hun lege hoed hebben getoverd.

De drijvende krachten achter de populaire Antwerpse theaters Elkerlyc, Het Fakkeltheater, het Echt Antwaarps Teater en Colisée en ’t Wit Paard in Blankenberge – we kunnen ze niet allemaal vermelden – hebben nooit een halve euro subsidie ontvangen. Maar samen verkopen zij wel meer niet-gesubsidieerde kaartjes dan alle Toneelhuizen & Co van Vlaanderen. We hebben het over gedreven cultuurondernemers die met hun eigen centen risico hebben aangedurfd. Over een leger private bedrijven (licht, klank, catering, decorbouw enz.). We hebben het over actrices, acteurs, zangeressen, danseressen, grimeurs en costumières die 100 % zelfstandig zijn. Zij hebben geen vangnet. Zij kunnen nergens op terugvallen. Behalve op hun eigen spaarcenten. Als ze die hebben. Hebt u weet van enig teken van medeleven of solidariteit met de geteisterde sector van het populaire vermaak en amusement voor Mieke en Jan Modaal? Voor de doorgestreepte agenda’s van veel van onze geliefde Vlaamse schlagerzangers? Voor het verdriet en het financiële verlies van tientallen initiatiefnemers en duizenden toeschouwers van wijk- en dorpsfeesten, kermissen en bals overal in Vlaanderen?

Het kan de gesubsidieerde bobo’s, de zelfgenoegzame bakfietsers en beëdigde kenners van het betere culturele werk geen zak schelen dat het klootjesvolk en haar idolen in de kou staan. Hoe noemen we dat? Socio-cultureel racisme?

***

Schenk een cent. Kies een abonnement:

1 reactie op “Over het socio-cultureel racisme van bakfietsbobo’s

  1. Toch een pluspuntje in deze to the point analyse, de dieren die psychotisch verwarde Jan Fabre vermoorde om zijn ego aan te zwengelen kunnen nu hopelijk gerust wat langer van hun reeds korte leven genieten ,de inteelt familie van Laken zal de danse Macabre op hun duivenkot moeten uitvoeren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *