De Standaard fileert Wouter Beke (en vergeet een beetje ‘tScheldt als bron te vermelden) – 't Scheldt

De Standaard fileert Wouter Beke (en vergeet een beetje ‘tScheldt als bron te vermelden)

De Standaard haalt Wouter Beke van zijn zelf gekozen sokkel en fileert hem tot op het bot. Wij weten dat De Standaard zich voor vele details inspireerde op ‘tScheldt, dankzij onze bron op het door Beke ingepalmde ministerie…

De Standaard publiceerde dit weekend een vernietigend artikel over Wouter Beke, de zelfbenoemde Vlaamse minister van Welzijn en Volksgezondheid.

We kunnen niet anders dan het initiatief van De Standaard toejuichen. Het zou leuk zijn mocht De Standaard ook even verwezen hebben naar ‘tScheldt als bron van een reeks details. Details die geen enkele krant kende, tenzij ‘tScheldt wegens een bepaalde bron op het desbetreffende ministerie.

Maar we kennen bij ‘tScheldt onze plaats. Eigenlijk zijn en betekenen wij in het grote geheel der dingen weinig of niets. Maar we gaan wel met een gerust hart slapen, wetende dat wie het moest weten, weet dat De Standaard een klein beetje leentje buur speelde bij het satirische ‘tScheldt.

Een goede vriend van Wouter Beke, de oerconservatieve bulldog Piet Vanthemsche, schreef al op zijn Facebook dat hij ‘tScheldt ging pakken. Het zal ons niet tegenhouden om het kransje foute katholieke machtswellustellingen waartoe Beke en Vanthemsche behoren blijvend tegen het licht te houden. Steeds vertrekkende vanuit het standpunt dat satire een kunstvorm is met als doel ‘shaming individuals and government into improvement’. ”Improvement” betekent dan bijvoorbeeld het vertrek van Wouter Beke en minstens twee van zijn CD&V-vazallen Jonathan Cardoen en Steffen Van Roosbroeck uit de opperste machtsstructuur van een ministerie dat eigenlijk zorg moet dragen voor de meest kwetsbare onder ons, de bejaarden en gehandicapten. Het resultaat van hun ‘zorg’ voor deze mensen kan je vandaag gewoon gaan tellen in de mortuaria. U vindt dit laatste scherp?

Lees er dan even het artikel van De Standaard op na. Dat is zo mogelijk nog scherper. Moesten de twee DS-journalisten niet een deel van ‘tScheldt geleend hebben, we zouden hen een job als satirici hebben aangeboden.

Omdat De Standaard “geïnspireerd” werd door ‘tScheldt durven we hier het artikel van De Standaard weergeven, uiteraard wel met bronvermelding.

HET BROKKENPARCOURS VAN WOUTER BEKE

door Simon Andries en Marjan Justaert
ZATERDAG 18 APRIL 2020 – DS WEEKBLAD

Te veel hoofd, te weinig hart

Toen Wouter Beke tien jaar geleden CD&V-voorzitter werd, bleek in de studax een kapitein te zitten. Vandaag is de kapitein het noorden kwijt. Als Vlaams minister van Welzijn zwalpt hij doorheen een crisis en een sector die hij niet onder controle krijgt. ‘Er is een fundamentele vertrouwensbreuk.’

Zelfs door de wol geverfde Wetstraatwatchers wisten woensdagavond niet meer waar ze het hadden. ’s Middags had Wouter Beke (45), de Vlaamse minister van Welzijn en Volksgezondheid (CD&V), in het Vlaams Parlement nog gezegd dat hij ‘open stond’ voor het idee om opnieuw bezoek van één persoon toe te laten in de woonzorgcentra. Toen de Nationale Veiligheidsraad ’s avonds daadwerkelijk die beslissing nam en de sector daar absoluut niet van gediend bleek, keerde Beke vliegensvlug zijn kar. Donderdag drukte hij door: het bezoekverbod wordt niet versoepeld. De reputatieschade was evenwel een feit. Meer nog: zijn partijgenote Katrien Partyka, CD&V-burgemeester van Tienen, stelt de Vlaamse overheid in gebreke, omdat de regels voor niemand nog duidelijk zijn. Beke zit al weken in het defensief, nu het steeds duidelijker is dat de dodelijke uitbraak van de covid-pandemie in de woonzorgcentra (wzc) een rechtstreeks gevolg is van een too little, too late-beleid.

‘Ik begreep er niets van: de Vlaamse regering zit toch in de Nationale Veiligheidsraad? Waarom heeft Vlaanderen die maatregel dan niet tegengehouden?’, verzucht Margot Cloet, topvrouw van Zorgnet-Icuro en vertegenwoordigster van de wzc-sector. ‘Ik viel van mijn stoel toen ik het hoorde op de radio. We zijn nog altijd aan het testen, het aantal besmette personen zonder symptomen is groot en we flirten nog altijd met de kritische grens qua beschermingsmateriaal. Het is totaal onverantwoord om nu extra mensen van buitenaf binnen te brengen in de woonzorgcentra. (nadrukkelijk) Op geen enkel moment is er op voorhand met de sector overlegd, laat dat duidelijk zijn.’ Niet door de Vlaamse, noch door de federale overheid.

Het is alweer een sneer aan het adres van Beke, en dat is op zijn minst opvallend. Cloet was in een vorig leven kabinetschef van Bekes voorganger Jo Vandeurzen (ook CD&V). Toch was zij het die als eerste de onvrede van de sector over het beleid ventileerde en de chaos in de woonzorgcentra aan de kaak stelde. Dat Artsen zonder Grenzen, normaal actief in oorlogsgebied, moest bijspringen, voedt het beeld van een totaal imbroglio. ‘We waren gechoqueerd door de toestanden die we aantroffen, en wij zijn wat gewoon’, zegt dokter Bart Janssens van Artsen zonder Grenzen. ‘In Brussel hebben we één of twee wzc’s gezien waar de situatie heel erg was, maar Vlaanderen moet niet onderdoen: Humbeek, Beringen, Tervuren: toen wij daar aankwamen was er héél veel werk aan de winkel.’

Revolutie

12 januari 2019. ‘Geen woorden maar daden. Geen roepers maar doeners. Laat anderen het maar laag spelen. Wij spelen het hoog!’ De nieuwjaarsspeech van Wouter Beke nadert zijn climax. Voor een reusachtig led-scherm in de AED Studios in Lint predikt Beke zijn Revolutie van de Redelijkheid. Honderden CD&V’ers juichen hun voorzitter toe.

Een bevlogen redenaar is hij nooit geweest, maar die avond geeft ‘boekhouder’ Beke een van zijn allerbeste performances. In de aanloop naar de verkiezingen van 26 mei 2019 is er reden tot optimisme, met dank aan de lokale verkiezingen in oktober. De voorspelde gele landslide is uitgebleven, CD&V houdt aardig stand in la Flandre profonde.

‘Ze hebben ons niet klein gekregen!’, triomfeert Beke. Hij wil die lijn doortrekken naar 26 mei, en dus moet het ‘moreel’ van de troepen hoog worden gehouden. In zijn droomscenario ziet hij voor zichzelf al een vertrek in grandeur na negen jaar partijvoorzitterschap. De Limburger laat subtiel blijken dat hij zijn zinnen heeft gezet op een ministerspost en misschien zelfs meer. Het premierschap? Zijn naam wordt her en der al geopperd, en dat zal nog enkele maanden zo blijven.

Maar de federale verkiezingen krijgen CD&V wel klein. Met amper 15 procent verschrompelt de volkspartij tot een fractie van wat ze ooit was. Ondanks zijn verkiezingsnederlaag wordt Beke toch minister, maar de manier waarop zet veel kwaad bloed in zijn partij.

Een groot deel van het krediet dat hem nog rest, verspeelt hij vervolgens door de aangekondigde (en later weer ingetrokken) besparingen op zelfmoordpreventie. Die raken volgens verschillende CD&V’ers ‘aan de ziel van de partij’. Net op het moment dat Beke moeilijk nog dieper kan zakken, brengt de coronacrisis hem helemaal tot aan de rand van de politieke afgrond.

Geen cadeau

Hoe is het zover kunnen komen? Zijn ‘zelfbediening’ heeft veel frustraties gecreëerd. Veel CD&V’ers zijn nog niet vergeten hoe Beke na de verkiezingen als verliezende partijvoorzitter eerst zichzelf lanceerde als federaal minister van Werk – ter vervanging van de naar Europa vertrokken Kris Peeters – en amper een paar maanden later opnieuw eieren voor zijn geld koos. In de ‘nacht van de ontgoocheling’, van 1 op 2 oktober 2019, eist Beke op de algemene vergadering van CD&V een Vlaamse ministerspost op, terwijl de partij snakt naar nieuwe gezichten. Na de fel bediscussieerde goedkeuring legt hij in het holst van de nacht in alle stilte zijn mandaat als voorzitter neer. Beke, die tot dan én partijvoorzitter, én federaal minister, én federaal onderhandelaar is, schuift die verantwoordelijkheden in één klap van zich af. Hij laat een verweesde partij achter in volle voorzittersstrijd.

Met Welzijn krijgt hij evenwel geen cadeau. Niemand is happig op de portefeuille, waar veel geld in omgaat maar weinig eer te behalen valt. Maar het departement is al decennialang in handen van CD&V en ook aftredend welzijnsminister Jo Vandeurzen dringt erop aan zijn geesteskind in christendemocratische handen te houden. De Vlaamse leading lady Hilde Crevits laat de kelk liever aan zich voorbijgaan. Vervolgens wordt ook ex-kopstuk Inge Vervotte zonder succes gepolst. Uiteindelijk trekt Beke, zoon van een huisarts in Leopoldsburg, het laken naar zich toe. ‘Die keuze was afgetoetst met een aantal belangrijke mensen binnen de partij en ik heb mij daar sindsdien vanaf dag 1 op gegooid’, zegt Beke daarover. ‘Mijn grootmoeder heeft mij ooit gezegd: wat je doet, is niet zo belangrijk, maar wat je doet, moet je wel goed doen.’

‘Ik ken Wouter goed, denk ik. En ik heb hem aangemoedigd om de uitdaging aan te gaan’, blikt Vandeurzen terug. ‘Ik heb hem wel gezegd: begin er niet aan als je de kwetsbare mensen niet graag ziet. En weet dat het met de beschikbare middelen nooit genoeg zal zijn. Daar zul je mee moeten leren leven.’ Beke slaagt er desondanks nooit in om de juiste toon te vinden.

Verbazen doet dat niet. Beke blijft tot op zekere hoogte altijd een studax, gekneed aan de KU Leuven als politicoloog en stille kracht achter de christendemocratische machine. Door zijn vele publicaties over de CVP en later CD&V krijgt hij de stempel van huisideoloog. Weinigen kennen de partij zo van binnen en van buiten als Wouter Beke.

‘Buiten Limburg werd hij vóór zijn partijvoorzitterschap lang onderschat. Terwijl hij op dat moment al heel lang ondervoorzitter was geweest en zijn partij twee keer gedepanneerd had. Dat leverde hem veel krediet op’, zegt de voormalige Wetstraatwatcher Eric Donckier, die Beke jarenlang volgde voor Het Belang van Limburg. Als hij in 2010 de fakkel overneemt van Marianne Thyssen, kan de trouwe partijsoldaat zijn visie op de christendemocratie eindelijk in de praktijk brengen. Hij laat daarbij de politicoloog in zichzelf nooit los en perfectioneert zijn visie in boeken en essays als Het moedige midden en Het nieuwe wij. ‘Dat was ook altijd zijn corebusiness’, zegt Donckier. ‘Beke is altijd een zakelijke, analytische denker geweest. Zijn oorspronkelijke ambitie was de partij te herpositioneren naar de partij die ze vandaag is. Hij sloeg toen ook meermaals de mogelijkheid af om minister te worden. Zijn voornaamste taak was om de partij aan de macht te houden.’

Machtsverschuiving

Tijdens dat voorzitterschap wordt er zelden openlijk aan zijn stoelpoten gezaagd. In tegenstelling tot wat generatiegenoten als John Crombez (SP.A) of op het einde Gwendolyn Rutten (Open VLD) te verduren krijgen, kan Beke rekenen op brede steun. Zijn partij heeft nochtans niet altijd de wind in de zeilen. Vooral na 2014 gaat ze door zwaar weer. In de federale regering-Michel mét de N-VA klettert het vier jaar lang tussen vicepremier Kris Peeters en de rest van de regering; in de Vlaamse coalitie struikelt Joke Schauvliege over een flagrante leugen. Het zijn maar twee voorbeelden, maar Beke slaagt erin om zijn partij bij elkaar te houden.

Samen met de macht, groeit zijn ambitie. ‘Hij zag zichzelf als premier of vicepremier, eerder dan als vakminister’, zegt Donckier. Maar dan volgt op 26 mei 2019 de zware nederlaag die Beke niet heeft zien aankomen. De rekeningen worden al op verkiezingsavond gemaakt én vereffend. Een snoeihard rapport na een stevige interne bevraging laat in de zomer geen spaander heel van de erfenis van Beke. Intussen verschuift de macht in alle stilte van Limburg naar West-Vlaanderen, met de nieuwe partijvoorzitter Joachim Coens en sterke vrouw Hilde Crevits op de achtergrond. Al maanden probeert Coens de partij meer in zijn greep te krijgen. Een van zijn speerpunten is ‘een grotere focus op sociaal beleid’. Een van de obstakels die hij daarbij tegenkomt is … Wouter Beke.

Het welzijnsbeleid van CD&V beperkt zich in de eerste plaats tot crisiscommunicatie. Beke blijft daarbij nog te veel in zijn functie van voorzitter zitten, vinden verschillende mensen in zijn omgeving. Zijn rationele aanpak, zijn droge en soms cynische humor, zijn nood om de lijnen uit te zetten, pasten misschien wel bij het partijvoorzitterschap, maar in zijn huidige rol moet hij zich empathischer opstellen, meer overleggen ook. Volgens een partijtopper is er sprake van een ‘fundamentele vertrouwensbreuk’ tussen Beke en Margot Cloet, de topvrouw van Zorgnet-Icuro.

Beke bijt lang op zijn tong, maar zet afgelopen woensdag de tegenaanval in. ‘Ik vind het een beetje te gemakkelijk om alleen naar de overheid te kijken (voor het beschermingsmateriaal, red.)’, richt hij zich in het parlement tot Cloet. ‘De wet voor preventie op het werk geldt ook voor de werkgevers. Alle begrip dat zij het niet zagen aankomen, maar dan moeten ze niet zeggen dat de overheid dat wél had moeten zien.’

Ook tegenover De Standaard benadrukt Beke dat hij geen lessen te leren heeft van de koepel. ‘Ik heb hen na hun roep om de sluiting van de woonzorgcentra gevraagd: wat ga je doen met de mantelzorgers die daar vandaag een belangrijke rol spelen? Toen was het antwoord: “Daar hebben we niet over nagedacht”. Een persbericht uitsturen is één zaak, doordenken over de gevolgen van een beslissing is iets anders. Dat heb ik nu ook ervaren met de communicatie van de Veiligheidsraad (die Beke daarna moest weerleggen, red.). Ik weet dat ik het verwijt krijg dat ik niet de snelste communicator ben, maar ik neem liever weloverwogen beslissingen. En het is wel opzienbarend dat mensen die tien jaar mee beleid gemaakt hebben wat ouderenzorg betreft, daar nu neerbuigend over doen.’

Cloet heeft een andere versie. Begin maart al is iedereen in de sector, óók de werkgevers, als een gek op zoek naar maskers, handschoenen, gel, schorten, enzovoort. ‘Iedereen heeft zijn verantwoordelijkheid genomen, maar een aantal zaken is ineens heel snel samengekomen. Het materiaal werd een issue, waardoor de markt dichtslibde. De focus lag heel hard op de ziekenhuizen en tegelijkertijd was – door de staatsstructuur van dit land – niet meteen duidelijk wie exact bevoegd was voor wat. Ook dat heeft allicht tot een paar dagen vertraging geleid’, zegt Cloet.

Hun relatie staat onder hoogspanning, al blijft Cloet naar eigen zeggen de lijnen openhouden. ‘Ik voel dat de afstand groot is, maar dat ligt niet alleen aan Wouter Beke. Soms denk ik wel: doe toch wat vaker een beroep op het middenveld. Ik ben geen belangengroep of lobbyist, ik vertegenwoordig de sector. Het beleidsdomein is gigantisch groot, ik heb alle begrip voor een opstartend kabinet, maar er moet snel en gecoördineerd in actie geschoten worden. We blijven proberen, no hard feelings.’

De lucifer en de duivel

Ook de zorgvakbonden, ACV op kop, menen dat Beke te traag in gang is geschoten om het personeel en de bewoners in de woonzorgcentra voldoende te beschermen. ‘We zijn voorbereid als de coronacrisis zou escaleren’, zegt een combattieve Beke op 7 maart nog in Het Belang van Limburg. Een week later klinkt dat in De Zondag: ‘Eerlijk: we weten niet of we gaan slagen.’ Vandaag blijkt dat we helemaal níét voorbereid waren: in de woonzorgcentra gaat de dodentol elke dag omhoog.

Beke is zich nochtans bewust van de licht ontvlambare situatie in de woonzorgcentra. Ook op 8 maart 2020 benadrukt hij in De zevende dag al dat ‘mensen die zich niet goed voelen’ beter wegblijven uit de wzc’s. ‘We moeten niet met een lucifer in een hooiberg rondlopen.’ Dat blijkt achteraf gezien een bijzonder treffende quote, maar de aanpak laat op zich wachten. Pas op 12 maart gaan de woonzorgcentra definitief in lockdown. Op extra maatregelen, zoals mondmaskers of testen, blijft het nog veel langer wachten.

‘Ik heb het moreel moeilijk met de keuze die toen gemaakt is’, zegt Dirk Lips, algemeen directeur van de christelijk geïnspireerde zorggroep Curando in West-Vlaanderen. ‘De overheid heeft terecht zwaar ingezet op de ziekenhuizen, maar over de woonzorgcentra werd met geen woord gerept. Vervolgens werd gecommuniceerd dat jonge mensen voorrang zouden krijgen om behandeld te worden als de keuze zich zou stellen. Dat bericht is bijgestuurd, maar het kwaad was geschied. Helaas ging dat niet gepaard met ook maar enige vorm van preventie in de wzc’s.’

Vlozo, de koepel van private rusthuizen, stelt misnoegd vast dat het kabinet-Beke geen oren heeft gehad naar hun vroege voorstellen, zoals een snelle kamerisolatie voor de hele sector. Ook Zorgnet-Icuro was daar niet voor te vinden en raadde aan om enkel besmette (en positief geteste) bewoners af te zonderen. Waar het kan, moest er ‘collectief’ verder worden geleefd. Een maatregel die nog altijd van kracht is.

Ook zorgverleners of mensen met ouder(s) in een getroffen vzw uiten hun ongenoegen. De West-Vlaamse professor marketing Rudy Moenaert schrijft op hln.be: ‘Ik twijfel er niet aan dat Wouter Beke een goed mens is. Onze samenleving betaalt hem evenwel niet om een goed mens te zijn, wel om een goede minister te zijn.’ Belga-journalist Luc Vanheerentals, die al decennialang Vlaams-Brabant covert, klaagt op dewereldmorgen.be de toestand in de wzc’s van Humbeek, Leuven, Binkom en Kapelle-op-den-Bos aan. ‘Vlaams welzijnsminister Wouter Beke draagt een zware politieke verantwoordelijkheid en het zou goed zijn mocht hij snel ontslag nemen en plaats ruimen voor wie een dergelijke catastrofe wél goed aankan.’

Is het een handicap dat Beke, in tegenstelling tot Vandeurzen, geen roots heeft bij beweging.net (het vroegere ACW, red.)? Sommigen zeggen van wel, anderen – zoals Cloet – relativeren de zogenaamde verzuiling in de zorg, die allang geen realiteit meer is. Vandeurzen is scherp: ‘Bij mijn weten behoort Zorgnet-Icuro niet tot beweging.net, het is allang een pluralistische koepel, maar ik stel vast dat de feiten gekleurd worden vanuit vooronderstellingen. Ik zie Wouter zeer vaak overleggen met alle betrokkenen. Formeel en informeel. Hij is een christendemocraat en hecht dus veel belang aan dat overleg en gelooft in de kracht van het middenveld.’

Wat Beke wel parten speelt, is de onervarenheid van zijn kabinet. Het is moeilijk communiceren, zegt Olivier Remy van de christelijke vakbond ACV Puls. ‘Wij hebben soms het gevoel dat Beke nog altijd denkt dat hij partijvoorzitter is en dat hij zich koste wat het kost aan het regeerakkoord wil houden, terwijl wij willen horen dat hij zoals Vandeurzen de strijd wil aangaan voor onze sector binnen de regering.’

Tienpuntenplan

Met het vertrek van Vandeurzen op Welzijn volgt ook een exodus van belangrijke raadgevers. Beke neemt daarop voornamelijk zijn toevlucht tot zijn oude getrouwen op het partijhoofdkwartier. Als kabinetschef neemt hij zijn voormalige hoofd van de CD&V-studiedienst, Niko Gobbin, in de arm. ‘Vandeurzen liet geen volledig leeg kabinet achter, maar de inhoudelijke cel heb ik moeten aanvullen’, zegt Beke. Maar, benadrukt hij, ‘het belangrijkste struikelblok was dat we het regeerakkoord pas konden afsluiten in oktober en daarna meteen ook een begroting en beleidsnota moesten voorstellen zonder een aantal zaken goed te overleggen.’ Het typeert Beke, alweer: hij begint graag en vaak over de cijfers en hoopt discussies zo te objectiveren. Alleen creëert die reflex vandaag het beeld van een minister die te weinig met de mensen begaan is.

‘Als deze crisis een jaar eerder had plaatsgevonden, dan waren er met het geoliede kabinet van Jo Vandeurzen misschien een aantal zaken sneller gebeurd. Misschien’, stelt voormalig secretaris-generaal Marc Morris. Hij leidde tot 2015 de Vlaamse welzijnsadministratie. ‘Maar het is niet eerlijk om de laatste twee jaar van Vandeurzen te vergelijken met het eerste jaar van Beke.’ Met Morris’ opvolgster Karine Moykens – ook een voormalige kabinetschef van Vandeurzen – kan Beke wel terugvallen op iemand met veel ervaring die de administratie bestiert. Het is geen toeval dat zij nu de taskforce leidt die Beke in het leven heeft geroepen en die de leiding heeft over het tienpuntenplan voor de woonzorgcentra.

Dat fors aangekondigde tienpuntenplan neemt de critici even wat wind uit de zeilen, maar of dat ook Bekes redding is? Zijn communicatie blijft sindsdien rampzalig, niet alleen deze week over de duidelijk niet goed doorgesproken beslissing van de Veiligheidsraad, maar ook in het parlement en op de sociale media. Op 11 april 2020, het weekend na de rampweek, post hij op Instagram een filmpje waarin hij met zijn vrouw klinkt op de quarantaine. Dat versterkt dezer dagen het beeld van een minister die de empathie mist voor het departement Welzijn.

Uit zijn kot

Zelfs topvrouw Hilde Crevits maakt zich de bedenking dat Beke ‘soms wel wat te bedachtzaam’ is. ‘Het zou misschien een goede zaak zijn mocht hij zijn temperament wat vaker “uit zijn kot laten komen”.’ Toch, benadrukt Crevits, ‘is hij zeker geen miscast. Het is niet omdat je van nature een ideoloog bent dat je niet pragmatisch kan zijn wanneer nodig. Hij bestudeert zijn dossiers zeer grondig en communiceert niet overhaast. Het is voor iedereen moeilijk werken nu en hij is nog maar een paar maanden minister’.

Niet alleen van Crevits krijgt Beke nog steun. Ook Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) nam het al meermaals op voor zijn Welzijnsminister. ‘Hij is níét te laat in gang geschoten’, laat hij optekenen in het VTM Nieuws. ‘Ik neem het niet dat hij met de vinger gewezen wordt.’

Ook in de sector is er her en der openlijk begrip voor de minister. Op dit moment toch. Beke is, te zijner verdediging, het slachtoffer van ‘40 jaar onderfinanciering van de sector’, aldus professor sociale gerontologie Dominique Verté (VUB). Ook dat argument komt héél vaak terug. Emmaüs-topvrouw Inge Vervotte noemt hem ‘het politieke slachtoffer van de besluitvorming’. Zorgdirecteur Dirk Lips weigert naar eigen zeggen met modder te gooien. ‘Men hééft het onderschat. Maar het is te gemakkelijk om het af te wentelen op één politicus.’ Bert Anciaux, behalve SP.A-senator ook gedelegeerd bestuurder van wzc De Overbron in Neder-over-Heembeek, noemt de kritiek op Beke goedkoop en ‘misdadig’. ‘De overheid moet niet alles doen.’

Beke antwoordt ‘op zijn Bekes’. ‘Zijn jullie al bezig aan mijn overlijdensbericht? Ik probeer hier op basis van goede analyses doordachte beslissingen te nemen en ik denk ook dat daar niets mis mee is in zo’n crisis. Ik wil geen minister zijn die beloftes doet die hij niet kan waarmaken.’

Hoe dan ook zal er een groot debat komen over de toekomst van de ouderenzorg. Zal Beke dan nog de geschikte man zijn? Vanuit Limburg is daar geen twijfel over. ‘Op mijn steun zal hij altijd kunnen rekenen’, zegt Vandeurzen.

Bij CD&V-voorzitter Joachim Coens is de boodschap minder eenduidig. ‘Het kan niet de bedoeling zijn om nu een debat te voeren over deze of gene persoon. Kort na de crisis moeten we grondig bekijken waar de verantwoordelijkheden lagen en welke conclusies we moeten trekken.’

***

Correctie 18/04/2020: Marc Morris was secretaris-generaal, niet administrateur-generaal

***

Dankzij Uw abonnement kon De Standaard een deel van haar informatie uit ‘tScheldt halen. Hoe meer abonnementen hoe beter voor de lezer. Kies een abonnement:

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *