Zeeland en de Eerste Wereldoorlog – 't Scheldt

Zeeland en de Eerste Wereldoorlog

Zich ergeren aan iets dat honderd jaar geleden geschreven werd… Het overkwam mij bij het lezen van één van de twintig hoofdstukken in het boek Zeeland en de Eerste Wereldoorlog dat werd samengesteld door de Nederlandse Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog en bijdragen bevat, aangereikt door lokale auteurs, heemkundige kringen, archieven enz… Het bewuste artikel is van ene zekere J.G. Imhof (1880 – ?), chemicus en docent chemie, die woonde in Utrecht en zijn mobilisatieherinneringen ’14-’18’ in 1948 in een boek goot dat in eigen beheer werd uitgegeven.

Naast enkele andere standplaatsen verbleef hij als compagniecommandant – eerst luitenant, later kapitein – tussen juni 1916 en januari 1918 in Zeeuws-Vlaanderen. Zijn ‘rang’ gaf hem het privilege telkens ingekwartierd te worden bij vrij welstellende burgers die van het oorlogsleed dat de minder begoeden trof weinig of niets merkten,  getuige het eten en de drank die er – in een periode van strenge rantsoenering – op tafel kwamen wat door Imhof zeer werd gesmaakt. Toch kon de immer zichzelf op de borst kloppende man het niet laten bij herhaling aandacht te vragen voor het ‘harde leven’ dat hij als ‘soldaat’ moest leiden bv. wanneer hij met een bootje ‘op gevaar van leven’ de woelige Schelde tussen Vlissingen en Breskens overstak (?).
In vergelijking met de bloederige slagvelden, slechts een boogscheut verwijderd van de grens die hij bewaakte en waarop honderdduizenden jongens het leven lieten, kan dit wel tellen.
‘De hardheid van het soldatenleven’, mijn.. Dit gezegd zijnde wil ik er wel op wijzen dat het artikel van Imhof ook interessantere informatie bevat met soms veel couleur locale, die trouwens ook de andere bijdragen in het boek kenmerkt. Zoals elders in het neutrale Nederland kende Zeeland de mobilisatie, inkwartiering, schaarste en distributie van voedsel en allerlei noodzakelijke dingen (van schoenen tot brandstof), en had het af te rekenen met een steeds grotere invloed van de overheid op het economische leven, met een eindeloos aantal regels en voorschriften. Maar er was nog veel meer waarbij vooral de ligging aan de grens met het bezette België een rol speelde. Zo werd Zeeland al in de eerste maanden van de oorlog overstroomd door circa 450 000 Belgische vluchtelingen, tweemaal de Zeeuwse bevolking van dat moment. Later werden dicht bij de grens grote Duitse onderzeebootbases (Zeebrugge en Oostende) aangelegd terwijl ook het Etappengebiet, van waaruit het front vanaf Nieuwpoort tot voorbij Ieper door de Duitsers werd bevoorraad en dat een belangrijk doelwit vormde voor spionage, tegen Zeeuws-Vlaanderen aanschurkte.
Er was ook de doodendraad waarmee de Duitsers hun grens beveiligden, met grote gevolgen voor de grensbewoners, en de zgn. Hollandstellung, een bunkerlinie door de troepen van Willem II opgeworpen om een eventuele aanval van de geallieerden via Zeeland af te slaan. Voor zeppelins en vliegtuigen vormde de grens geen barrière. Talloze malen werd het Nederlandse luchtruim door de strijdende partijen geschonden voor bombardementsvluchten en bij luchtgevechten. Regelmatig dwarrelde er een vliegtuigje naar beneden in Zeeland.
Ook de Westerschelde, een begeerlijke buit voor zowel de Duitsers als de geallieerden, en de lange kwetsbare kuststrook van Zeeland, waar later steeds meer mijnen aanspoelden, moesten in het kader van de neutraliteit, scherp in de gaten worden gehouden. In stappen werd heel Zeeland dan ook in ‘Staat van oorlog en beleg’ verklaard waardoor de militairen er steeds grotere bevoegdheden kregen. Een ramp vormde ook de oorlog op zee, met mijnen en torpedo’s, waardoor de route naar Londen – veelvuldig gebruikt door Belgische vluchtelingen die verder wilden trekken of er zich wilden melden als oorlogsvrijwilliger – zo goed als afgesneden werd. Bovendien was de oorlog voor alle Zeeuwen ook nog op een andere manier steeds aanwezig.
Door de betrekkelijk korte afstand tot het IJzerfront was het gedreun van de kanonnen voortdurend op de achtergrond te horen en als de ruiten trilden wist men dat er weer een grote aanval aan de gang was…
Zeeland en de Eerste Wereldoorlog biedt niet zozeer een algeheel overzicht van vier buitengewone jaren, wel een reeks verrassende, diepe doorkijkjes, mooi uitgelicht omdat de auteurs/onderzoekers echt hun tanden in ‘hun onderdeel’ van de geschiedenis zetten.
Henk van der Linden en Leo van der Vliet (red.) * Zeeland en de Eerste Wereldoorlog * Uitgeverij Aspekt * 518 p * 24,95 euro * ISBN 978 94 6153 478 1.*Het Driedaagse Mysterie‘Is dit een grap of om te huilen?’. Deze woorden uit een liedje van Herman van Veen schoten mij te binnen bij het lezen van het boekje Het Driedaagse Mysterie van een schrijfster (?), Joanna Xenzova, waarover ik verder niets kon te weten komen. Even raadselachtig is het verhaal dat ze de wereld kond doet en nog het best te catalogiseren is als een SF-thriller. Dit klinkt natuurlijk niet slecht en dat doet ook de tekst niet op de achterflap van het boek. Lees even mee: ‘Als Alex Wolters, een ambitieuze uitvinder, zich naar de belangrijkste vergadering van zijn leven haast, wordt hij achtervolgd door een bijzondere persoon. Er volgt een verrassing die zijn plannen helemaal verstoort en mogelijk vele levens in gevaar brengt. Welke keuze moet hij maken: doorgaan met zijn uitvinding, alles opgeven en wegrennen…? Wie kan hij vertrouwen? Op dezelfde dag voltrekt zich tevens een mysterieus raadsel in hartje Amsterdam waarbij een jonge dame is betrokken… Hebben de twee gebeurtenissen iets met elkaar te maken? Lukt het Alex het ogenschijnlijk bovennatuurlijke raadsel op te lossen? Veel tijd is er niet!’
Veelbelovend, niet? Maar spijtig genoeg houdt het daar op. Het in het boek uitgesponnen verhaal klinkt eerder lachwekkend dan spannend hoewel het waarschijnlijk niet humoristisch bedoeld is. Ik moet hier maar even denken aan ‘wat Alex grootste uitvinding van zijn leven is’. Ook sommige beschrijvingen begreep ik niet goed. Een voorbeeld ervan, is te vinden op bladzijde 10. Een vrouw snelt door een museum, verbaasd nagestaard door een ‘medewerker van de instelling, een man van rond de vijftig’. Klinkt goed tot enkele zinnen verder deze zelfde suppoost ‘de oude man’ wordt genoemd ‘die al twintig jaar voor het museum werkte’. ‘Rond de vijftig’ en ‘oud’… dat zullen zij die de pensioenleeftijd nog willen optrekken graag horen!Joanna Xenzova * Het Driedaagse Mysterie * Uitgeverij Aspekt * 147 p * 17,95 euro * ISBN 978 94 6153 685 3.*Keulen: Kalifaat Light en de fallout van een conflict‘Meer dan enig ander volk zijn de Duitsers, als gevolg van twee wereldoorlogen waaraan zij een grote schuld hadden, getekend door zorg en schaamte. Dat verklaart hoe het kan dat Merkel, ooit de hoop van de zakelijke efficiënte Duitse rechtstaat, plots besloot als een ware mysticus de ethiek van haar volk te testen in een zelfopgeroepen beproeving. Beter gezegd een aanroeping: ‘Wir schaffen das!’. De uitspraak zal als een keerpunt van historische hoogmoed de geschiedenis ingaan, vergelijkbaar met toen keizer Nero Rome afbrandde’.Dit is slechts één van de vele opmerkelijke citaten die te lezen staan in het pas verschenen boek Keulen: Kalifaat Light en de fallout van een conflict. De titel verwijst naar de gebeurtenissen in Keulen tijdens de jongste oudejaarsnacht. In de omgeving van het Hauptbahnhof werden toen honderden meisjes en vrouwen beroofd, mishandeld en zelfs verkracht door agressieve en gewelddadige jongemannen met een islamitische achtergrond. Ook in andere Duitse, Zweedse, Zwitserse, Oostenrijkse en Finse steden deden zich soortgelijke incidenten voor wat het vermoeden versterkte dat een en ander ‘een georganiseerd karakter had’.
Uitgever en historicus Perry Pierik slaagde erin in een mum van tijd 13 auteurs te vinden die hun licht wilden laten schijnen over de gebeurtenissen bij onze oosterburen, en hun bijdragen te bundelen in een boek. Niet alleen omwille van de snelheid waarmee het tot stand kwam, is het werk uniek en aanbevelenswaardig. Leerrijk immers ook zijn de verschillende invalshoeken van waaruit de materie wordt benaderd. Zo beperken enkelen van de schrijvers zich louter tot een beschrijving en in-terpretatie van de feitelijke gebeurtenissen maar gaan anderen een (soms wel grote) stap verder.
Zij hebben het onder meer over het Eurabia in aanbouw, de moeizame dialoog tussen christendom en islam en hun concurrentie en overlapping, de invloed van de lessen uit WOII en de Koude Oorlog op het proces, de invloed van het cultuurmarxisme, de rol van de westerse man in het geheel, de benadering van de kwestie door de Europese leiders, de visie vanuit het gemaltraiteerde Frankrijk, de machomentaliteit, het geweld en het vrouwbeeld die in de islam zijn geworteld…Onder de auteurs die hun medewerking verleenden bevinden zich onder meer Leen den Besten (theoloog en historicus), Anneke van Dok (gewezen burgemeester en Nederlands staatssecretaris), Derk Jan Eppink (columnist), Annabel Junge (schreef o.m. “Girlpower in de Tweede Wereldoorlog“), Salima El Musalima (online vrouwenmoskee van Nederland en online imam), Emerson Vermaat (journalist en publicist) e.a.  Ook twee Vlamingen leverden een bijdrage in: Koenraad Elst (schrijver en publicist) en Luc Pauwels (historicus en cultuuranalist).Zonder ook maar enigszins afbreuk te willen doen aan de andere auteurs wil ik toch de stukken van twee onder hen even nader bekijken. Het eerste is van Derk Jan Eppink die zijn bijdrage de titel meegaf Duitsland duwt Europa (weer) naar het ravijn. Als gewezen Europees Parlementslid (2009 – 2014) spaart Eppink zijn kritiek op Europa niet. Zo zegt hij ondermeer dat in de Europese Unie de wetgevingsmachine uitgaat van een volledig fictief mensbeeld, nl. dat de wereld bestaat uit wereldburgers die allemaal zijn zoals wij. Wie evidente cultuurverschillen aanduidt is onmiddellijk racist.
Dit naïeve mensbeeld en de, uit een schuldgevoel gegroeide, absolute neiging van de Duitse politiek om ‘goed te doen’ versterken elkaar. ‘Die wisselwerking is funest voor beide. Het lot van Europa en Duitsland zijn immers onafscheidelijk. Europese integratie functioneert pas als Duitsland daarin een legitieme plaats heeft: dat vereist een zekere zelfbeperking van Duitsland maar ook realiteitsbesef. Duitsland brengt heel Europa in gevaar als het zich in een moralistische, parallelle wereld waant’.Van Koenraad Elst krijgen onder meer de ‘politiek correcte media’ een veeg uit de pan. Als de kippen waren zij erbij, zo schrijft hij, om na de gebeurtenissen in Keulen terloops alle Europese mannen te beschuldigen: jullie zijn een gevaar voor de vrouwen, even erg als de zogenaamde Syrische – asielbedriegers. Dat zij daarbij knal voorbijgingen aan de toch relevante cultuurverschillen (‘botsing der beschavingen’) was hun zorg niet. En hoewel Elst, na de aanslagen in Parijs en de feiten in Keulen en andere steden, hier en daar al een kentering in het beleid meent te kunnen ontwaren, ziet hij nog geen zweem van herstel van het gezond verstand ten opzichte van de islam: ‘Men blijft beweren dat schadelijke ontwikkelingen en terreur niets met de islam te maken hebben. Beleidvoerders blijven zich wijsmaken dat het probleem van de politieke islam kan opgelost worden door er meer subsidies en straathoekwerkers tegenaan te gooien en door méér islam. Daar ligt het licht aan het eind van de tunnel pas achter de hoek’. Gespreid over de ruim 20 laatste bladzijden van het boek is een fragment afgedrukt uit het uitgelekte rapport van de Keulse politie over de jongste oudejaarsnacht.Perry Pierik (red.) * Keulen: Kalifaat Light en de Fallout van een conflict * Uitgeverij Aspekt * 302 p * 14,95 euro * ISBN 978 94 6153 940 3.
Katelijne

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *