Waterloo – 't Scheldt

Waterloo

Op 18 juni 2015 was het precies 200 jaar geleden dat, op nog geen 20 kilometer van het centrum van Brussel, de misschien wel beroemdste veldslag uit de geschiedenis plaatsvond. Het tot dan totaal onbekende plaatsje Waterloo werd een begrip: vandaag dragen meer dan 130 steden, dorpen en gehuchten in Groot-Brittannië en zijn voormalige kolonies, in de Verenigde Staten maar ook in Duitsland de naam Waterloo.Wat er die warme maar kletsnatte lentedag in het heuvelachtige landschap van wat nu Waals-Brabant is, was gebeurd, was dan ook niet min te noemen. Definitief immers werd daar toen een einde gesteld aan de heerschappij van de Franse keizer Napoleon I. Meer dan tien jaar lang had hij met zijn onoverwinnelijke legerscharen Europa in vuur en vlam  gezet. Nu had hij, geconfronteerd met een coalitie van Engelsen, Pruisen, Nederlanders en ‘Belgen’, het onderspit moeten del-ven. Meteen werd ook het tijdperk afgesloten waarin Frankrijk de eerste viool had gespeeld. Voortaan was die rol weggelegd voor Groot-Brittannië terwijl voor Pruisen de weg wijd open kwam te liggen om de eerste plaats te bekleden in Duitsland en later in continentaal Europa.De Slag bij Waterloo heeft in de loop der jaren heel veel inkt doen vloeien. Opvallend zijn de grote verschillen in interpretatie van de gebeurte-nissen, niet in het minst te wijten aan de al vrij vlug na de gevechten verschenen verslagen van de hoofdrolspelers zelf. Zo eisten de Britten de overwinning geheel voor zichzelf op, vergetende dat zij zonder de tussenkomst van de Duitsers geen kans hadden gemaakt. De Duitsers lieten uitschijnen dat alleen de loyaliteit van hun bevelhebber Blücher de Engelse opperbevelhebber van de geallieerden Wellington de zege had bezorgd. Schroomvol vergaten zij daarbij wel de twijfel en het getalm van de Pruisen om tussenbeide te komen.
Het bontst maakten het de Fransen die de nederlaag van hun keizer toeschreven aan verraad door een aantal van zijn generaals… Zelfs 200 jaar later lijkt het verlies dat Napoleon leed nog gevoelig te liggen bij onze zuiderburen: zelden of nooit zijn ze aanwezig bij herdenkings-plechtigheden in Waterloo en zelfs tegen de uitgifte van een Belgische herdenkingsmunt van twee euro werd recent een veto uitgesproken…Bij het Davidsfonds verscheen zopas een nieuwe, originele Nederlandstalige studie over Waterloo waarin met al deze verschillende visies van de betrokken staten rekening werd gehouden. Ze werd geschreven door drie specialisten van de historische krijgskunst Luc de Vos, Dave Warnier en Franky Bostyn.
Het grootste deel van het werk wordt ingenomen door de beschrijving van de veldslag, gekoppeld aan een aantal politieke, strategische en tactische beschouwingen. Omdat zo’n veldslag echter niet los kan gezien worden van de algemene, politieke en militaire toestand, de gebeurtenissen sinds de vlucht van Napoleon uit Elba, de voorafgaande blik-semveldtocht met de slagen in Ligny, Quatre-Bras en Waver en de definitieve ineenstorting van het eerste Franse keizerrijk, krijgen voorafgaand ook deze onderwerpen de nodige aandacht.
Eveneens aan bod komen de voornaamste acteurs en de tactiek, strategie en bewapening uit die tijd, het wegennet, het reliëf, de waterlopen, het weer… Afgesloten wordt met een trieste balans van de verliezen aan mensenlevens (bij Waterloo vielen meer dan 40 000 doden en gewonden waarvan er zowat 10 000 bezweken de dag zelf en een onbekend aantal in de daaropvolgende dagen, weken en maanden) en de materiële schade.
Een apart hoofdstuk kregen ook de ‘Belgen’ die vochten in Waterloo zowel aan de zijde van Napoleon als tegen hem.
De beschrijving van een zo woelige en wisselende veldslag als die van de 18de juni 1815 bij Waterloo is geen sinecure. De auteurs wisten er ech-ter een boeiend, klaar en overzichtelijk stukje literatuur van te maken. Een goed hulpmiddel om de strijd haast minuut per minuut te volgen zijn ook de kaartjes die speciaal voor deze uitgave werden gemaakt. Samen met talrijke illustraties geven ze het boek tevens een kunstzinnig cachet.
Voor wie nog niet bevredigd is door de zeer visualiserende beschrijving van de militaire operaties in Waterloo  breng ik even de gelijknamige film uit 1970 van de Russische meester Sergeï Bondarchuk in herinnering die, enkele kleine onnauwkeurigheden niet te na gesproken, een nog steeds niet geëvenaard beeld geeft van de slag.Luc De Vos, Dave Warnier, Franky Bostyn * Waterloo * Uitgeverij Davidsfonds * 240 p * 34,50 euro * ISBN 978 90 5908 636 4.*Jan Pieterszoon Coen: koopman-koning in AziëOp het plein de Roode Steen in het Noord-Hollandse stadje Hoorn staat een naar de normen van nu ietwat potsierlijk en operetteachtig standbeeld van een man. Het uit 1893 daterende monument stelt de aldaar geboren Jan Pieterszoon Coen voor (1587 – 1629), de stichter van Batavia (nu Jakarta).  Opgericht in een periode toen het nationalisme hoogtij vierde was het beeld in latere jaren meermaals het mikpunt van kritiek. Die was in de jaren zeventig van vorige eeuw zo fel dat de gemeente zich genoodzaakt zag toegevingen te doen. Zo verwijst de tekst op de sokkel niet langer alleen naar ‘de geniale manager en geboren politicus die in de Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje de basis legde voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie’ (VOC) maar ook naar ‘de bloederige wijze waarop hij de Banda-eilanden onderwierp’. Toch blijft Hoorn ‘fier’ op zijn ‘zoon’: zo werd er enkele jaren geleden niet getwijfeld over de reconstructie van het monument toen het, bij het afbreken van een kermisattractie, ‘per ongeluk’ van zijn voetstuk was gestoten…Over deze eens bewonderde maar inmiddels dus ook verguisde Jan Pieterszoon Coen verscheen recent bij Boom een nieuwe biografie. Zij is van de hand van de Nederlandse historicus dr. Jurrien (Jur) van Goor, die, in een nuchtere stijl, een genuanceerd beeld ophangt van de man met de nadruk op diens motieven, ideeën, daden en karakter. Eer, roem en aanzien waren cruciale begrippen voor Jan Pieterszoon Coen, de jongen uit Hoorn die, na een opleiding in Rome (voor een gereformeerde adolescent niet zo natuurlijk), de beste jaren van zijn (korte) leven sleet in Azië in dienst van de VOC. Begonnen als koopman in de hete en vochtige streken van West-Java ontwikkelde hij zich tot politicus die de Republiek (Nederland) op de kaart zette als maritieme wereldmacht. Weliswaar was hij van 1613 tot 1619 formeel de tweede man binnen het Aziatische bedrijf maar door het centrum van de Compagnie te verplaatsen van de Molukken (waar de gouverneurs-generaal zetelden) naar het westen van Java, bij de grote handelswegen tussen China, Japan en India, overvleugelde hij al snel iedereen. En daar in zijn visie de Compagnie niet kon bestaan zonder politieke macht, gaf hij haar, met de verovering van het koninkrijk Djakarta, een staatkundige en territoriale basis  van waaruit hij een Nederlandse kolonie kon vestigen. Met de stichting van Batavia drukte hij blijvend zijn stempel op de geschiedenis van de Indonesische archipel.Omdat in Europa de Tachtigjarige Oorlog woedde en in Azië geen machthebbers werden gevonden die de Compagnie konden of wilden beschermen wanneer de Nederlanders onrecht werd aangedaan, was het noodzakelijk dat de VOC  zelf haar mensen, schepen en positie met de wapens kon verdedigen. Ook Coen, zelf geen militair en niet hoog oplopende met het soldatenleven, begreep dat. Als gouverneur-generaal schrok hij dan ook niet terug voor het opzetten van militaire campagnes wanneer zijn rechtsgevoel was aangetast. Zelfs in de strijd ontzag hij zichzelve niet en zette door op ogenblikken dat zijn officieren aarzelden. Mogelijk vormde dit de verklaring voor het bloedbad dat hij aanrichtte bij de onderwerping van de Banda-eilanden. De bewoners van deze eilanden – die als enigen nootmuskaat kweekten – hadden contractbreuk gepleegd door hun goederen ipv exclusief aan de Nederlanders, aan de meest biedenden (Portugezen/Engelsen) te verkopen. De overlevenden werden als slaven weggevoerd, de eilanden opnieuw bevolkt met in China ‘geroofde’ arbeidskrachten…
Het is deze ‘misstap’ die Coen, wiens verdiensten voor Nederland ontegensprekelijk groot waren, later zwaar werd aangerekend. Ook het doodvonnis dat onder druk van hem werd voltrokken in de zogenaamde zaak Sarah Speckx (een 16-jarige soldaat had zijn dienst verlaten en was binnengedrongen in het huis van de gouverneur-generaal waar hij voorhuwelijkse betrekkingen had gehad met zijn verloofde Sarah Speckx, de dochter van de latere opvolger van Coen als gouverneur-ge-neraal, die tijdelijk terug naar Nederland was gereisd en het pubermeisje had toevertrouwd aan de echtgenote van Coen), werd hem niet helemaal in dank afgenomen hoewel enkel de ‘soldaat’ was onthoofd en het meisje er van af was gekomen met een ‘geseling’.
Jan Pieterszoon Coen van Jur van Goor is een evenwichtig boek, vlot geschreven en vlot lezend, met, waar passend, oog voor de anekdotiek.Jur van Goor * Jan Pieterszoon Coen. Koopman-koning van Azië * Uitgeverij Boom * 575 p * 39,90 euro * ISBN 978 94 6105 036 6.
Katelijne

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *