Vorsselaer in den Grooten Oorlog en Kempisch noodgeld in WOI – 't Scheldt

Vorsselaer in den Grooten Oorlog en Kempisch noodgeld in WOI

De herdenking van honderd jaar Eerste Wereldoorlog werd sinds 2014 in de Kempen gekenmerkt door tal van lokale initiatieven. Heemkundige kringen richtten tentoonstellingen in, her en der werden plechtigheden georganiseerd om de plaatselijke slachtoffers van den Grooten Oorlog te herdenken.

Ook de Erfgoedcel Kempens Karakter liet zich niet onbetuigd en opteerde voor de uitgave van een reeks boeken onder de algemene noemer Het Vergeten Slagveld, met de bedoeling het lokale oorlogsverleden en -erfgoed in de kijker te plaatsen. De uitwerking ervan werd overgelaten aan plaatselijke vrijwilligers.

Van deze publicatiereeks bespraken we eerder al ‘Lier’, toen erbij vermeldend dat het onmogelijk zou zijn dezelfde aandacht te besteden aan alle nog op stapel staande werken. Voor twee ervan maken we nu echter graag een uitzondering: ‘Vorsselaer in den Grooten Oorlog’ en ‘Kempisch noodgeld in WOI’.

In “Vorselaar…”  immers speelde burgemeester Karel van Roey, neef van de latere kardinaal Van Roey, een niet onbelangrijke rol in het gebeuren terwijl in ‘Kempisch noodgeld…’ de numismatiek de heemkunde ontmoet.

Vorsselaer in den Grooten Oorlog

De samenstellers van Vorsselaer in den Grooten Oorlog zijn niet over één nacht ijs gegaan. Het onderzoek dat zij verrichtten was grondig, ook al slaagden ze er niet in alle geheimen, zoals bv. de moord op de eerder Duits gezinde veldwachter van het dorp in 1918 en de plotse verdwijning van de familie Van Roey uit de dorpspolitiek, op te lossen. Hetgeen zij aan informatie, foto’s en documenten verzamelden over o.a. vluchtelingen, de (beperkte) verwoesting die werd aangericht, de mannen die gedwongen of vrijwillig naar het front trokken, de oorlogsslachtoffers, het leven tijdens de bezetting… is echter indrukwekkend te noemen.

Vermeldenswaard in dit opzicht is zeker het integraal in fascimile weergegeven dagboek van schoolhoofd Jozef van der Piete (1877 – 1957) die gehuwd was met de zus van kardinaal Van Roey en die ten tijde van de Eerste Wereldoorlog zijn eigen oorlogsrelaas neerschreef, het dagboek van E.H. August van Roey, zoon van burgemeester Karel van Roey, die als telg van deze familie ook tijdens de oorlogsjaren relatief vrij kon reizen en een selectie van de brieven die door het thuisfront van de familie ‘Van de Vel’ werden geschreven naar een familielid aan de IJzer.

Kempisch noodgeld in WOI

Even intrigerend en interessant is het boek “Kempisch noodgeld in WOI”, geschreven en samengesteld door Rudy Dillen, voorzitter van de Herentalse Numismatica-vereniging. Hij geeft erin een mooi en rijkelijk geïllustreerd overzicht van de biljetten en bons die tijdens de oorlogsjaren werden gebruikt, aangevuld met informatie over de samenstelling en de werking van de plaatselijke hulpkomiteiten, vooral in het leven geroepen om het nijpend voedseltekort te bestrijden. Die laatste informatie haalde hij vnl. uit talloze gesprekken met praatgrage kempenaars wier verhalen en anekdotes zijn tableau een couleur locale bezorgden.

Noodgeld dat circuleerde tijdens de oorlogsperiode 1914 – 1918 is een weinig besproken onderdeel van de numismatiek. Al van bij aanvang van de vijandelijkheden vormde geldschaarste een ernstig economisch probleem: kopen, verkopen en lonen uitbetalen werd moeilijk en door de forse stijging van de prijzen ontstond een nieuw fenomeen: de inflatie. Daar de Nationale Bank gekozen had voor de vlucht naar Londen en de goudvoorraad (onderpand van de bankbiljetten) in veiligheid was gebracht, werd geen nieuw geld meer gedrukt. Ook de omruiling van biljetten naar munstukken stokte daar de Duitsers het metalen geld in beslag namen voor de oorlogsindustrie. Het tekort aan geld werd dan ook opgevangen door het drukken van lokaal noodgeld dat meestal alleen waarde had in eigen stad of in een cluster van gemeenten die daaromtrent een afspraak hadden gemaakt.

Vanaf 1915 kwamen er ook biljetten op de markt die overal konden gebruikt worden en aangemaakt waren door de Generale Bankmaatschappij. Tot drie maanden na het sluiten van de vrede in ’18 konden deze omgeruild worden tegen biljetten van de Nationale Bank. Vermeldenswaard is nog dat Rudy Dillen, tot zijn verbazing, de grootste verzameling Belgisch noodgeld aantrof in het Imperial War Museum van Londen.

door Katelijne

***

Meerdere auteurs: Vorsselaer in den Grooten Oorlog, Uitgave van Erfgoedcel Kempens Karakter, 169 p, 12,50 euro, ISBN 978 90 8216 323 0.

Rudy Dillen: Kempisch noodgeld in WOI, Uitgave van Erfgoedcel Kempens Karakter, 360 p, 20 euro, ISBN 978 90 8216 324 7.

***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *