Prijs je rijk – 't Scheldt

Prijs je rijk

Zowat negentig procent van de consumenten beweert dat de prijs van een product één van de belangrijkste elementen is bij een aankoopbeslissing.  Nochtans tonen observaties aan dat slechts weinigen bij de overweging die aan een aankoop voorafgaat, effectief rekening houden met de verkoopprijs. Een stuk belangrijker vinden ze de kwaliteit van het product en de dienstverlening voor en na verkoop. Logisch zou bijgevolg zijn dat de verkopers bij de prijszetting van hun waar uit zouden gaan van de waarde van het product, gezien door de ogen van de potentiële klant. Nochtans gebeurt dit meestal niet daar zij zich doorgaans baseren op de kostprijs van hun product waarbij een vaste winstmarge wordt geteld.

Heel wat ondernemingen prijzen hun aanbod dan ook veel te laag.Over de techniek en de kwaliteit van prijsbepaling, het wijzigen van een prijs, kortingen, de communicatie er omtrent en zo veel meer verscheen recent bij ACCO een voor ondernemers inspirerend boek onder de titel Prijs je rijk. Het werd geschreven door Pieter De Smet, een man met ruim dertig jaar ervaring in communicatie en verkoop, die zijn strepen verdiende in tal van organisaties en bedrijfssectoren als consultant, trainer en woordvoerder.In een voorwoord tot het werk zegt Wouter Torfs, CEO van Schoenen Torfs, terecht dat over ‘de prijs’ nog steeds een soort van taboe hangt als zou doordachte en kwalitatieve prijszetting klantvriendelijkheid in gedrang brengen. Nochtans hangt voor de ondernemer en/of verkoper zowat alles af van de verkoopprijs daar het zowat het enige instrument is dat daadwerkelijk zorgt voor inkomsten en er bijgevolg ook moet voor zorgen dat alle andere ondernemingsactiviteiten, zoals productie, logistiek, distributie, reclame, personeel… kunnen gefinancierd worden.
Torfs feliciteert dan ook De Smet omdat hij het taboe durfde doorbreken daarbij aantonend dat juist een doordachte en kwalitatieve prijszetting de olie is die het mechanisme van klantvriendelijkheid smeert.Hoewel het boek overwegend ondernemers, verkopers en studenten bedrijfsmanagement als doelgroep beoogt, zijn enkele hoofdstukken uit het betoog van de auteur toch ook leerzaam voor de man/vrouw aan de andere kant van de ‘toog’ en van wie uiteindelijk verwacht wordt dat hij/zij in zijn/haar portemonnee duikt. Ook de klant is immers gediend van een correcte prijszetting en mag gerust we-ten hoe die tot stand komt.Pieter De Smet * Prijs je rijk * Uitgeverij ACCO * 201 p * 22,85 euro * ISBN 978 94 6292 665 3.*Geschiedenis van het Ministerie van Justitie 1940 – 1945Het heikele onderwerp werd eerder al summier aangeraakt door de Nederlandse historici Cees Fasseur (1938 – 2016) en Loe de Jongh: gedurende haar verblijf in Londen tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte de Nederlandse koningin veelvuldig pervitine, een methamfitamine die heden ten dage als ‘crack’ of ‘crystal meth’ bekendstaat.In zijn jongste studie Geschiedenis van het Ministerie van Justitie 1940 – 1945 gaat staatsrechtjurist en rechtshistoricus Marcel E. Verburg (1953) uitgebreider in op deze zaak, tegelijkertijd betreurend dat het Koninklijk Archief over deze periode nog steeds niet inkijkbaar is. Verburg ziet in de ‘verslaving’ van de koningin de oorzaak van ‘de onredelijkheid’ die ze toentertijd ten toon spreidde, tot grote ergernis van het kabinet dat haar naar de Britse hoofdstad was gevolgd.De vreemde beslissingen die ze soms nam of het uitstellen van degene die moesten genomen worden, deed de ministers vaak twijfelen of ze nog normaal was. Was voor de Nederlanders in hun bezette land Wilhelmina de sterke en krachtige koningin die hen herhaaldelijk via Radio Oranje opriep te volharden in het verzet tegen de vijand, voor de regering in ballingschap was ze soms een echte ramp; zo schrok ze er niet voor terug haar ministers uit te kafferen of aan de deur te zetten…Veel verhaal hadden de kabinetsleden niet daar Wilhelmina veel macht naar zich had toegetrokken, een macht die ze bovendien bestendigd wilde zien eens de vijand was verslagen en een terugkeer naar Nederland mogelijk was.Verburg wijst er in zijn relaas ook nog op dat pervitine destijds vooral door de soldaten werd gebruikt om vermoeidheid tegen te gaan of als pijnbestrijder. Ook Adolf Hitler kreeg het toegediend.De Tweede Wereldoorlog was nauwelijks een paar dagen oud in Nederland toen eerst koningin Wilhelmina en vervolgens het hele kabinet naar Londen vluchtte. Daar kwam een piepklein departement van Justitie tot stand dat van alles moest regelen zoals bijvoorbeeld het ontwerpen van een bijzondere rechtspraak om na de oorlog mensen te kunnen bestraffen die zich niet vaderlandslievend hadden gedragen. Ook wetgeving om na het eind van de oorlog zo snel mogelijk naar een parlementaire democratie terug te kunnen keren moest worden uitgewerkt.In Nederland zelf bestond onder de Duitse bezetting ook nog het departement van Justitie. Het werd vanaf het begin geleid door een ambtenaar die zich erg uitsloofde om het Duitsers naar de zin te maken. Hij vertrok echter al in 1941 om na de oorlog terug te keren en nog twintig jaar hoogste ambtenaar te zijn.Eind 1940 werden de joodse ambtenaren van het departement ontslagen. De afdeling Wetgeving, die de ariërverklaring niet wilde ondertekenen werd overreed om dat toch maar wel te doen. Maar hoe fout konden nationaalsocialistische juristen zijn die er als ambtenaar van op de hoogte waren dat er onderduikers in het departement verborgen zaten? In 1943 dwongen de Duitsers het departement om van Den Haag naar Apeldoorn te verhuizen.Om de schizofrenie van het justitiële beleid in Nederland in de oorlog te beschrijven, evenals de idealen en angsten van hen die er werkten en de rol die justitie speelde in de jodenvervolging, putte Verburg niet alleen uit institutionele archieven maar maakte hij ook gebruik van de uit die tijd talrijk aanwezige egodocumenten zoals dagboeken en brieven. ‘Zijn’ geschiedenis beperkt zich tot de geschiedenis van de ‘kern’-departementen (zowel in Londen als in Nederland) zodat de onderdelen buiten het hoofdkantoor zoals de rechterlijke macht, het gevangeniswezen en de politie slechts een rol spelen wanneer die met het departement nauw verbonden zijn.Geschiedenis van het Ministerie van Justitie 1940 – 1945 is het derde deel van een reeks die uiteindelijk de periode 1798 – 1998 zal bestrijken. Waar het vorige deel eindigde met het vertrek van de regering naar Londen, liet Verburg dit boek bewust iets vroeger beginnen. De kleine overlap moest verhinderen dat de lezer(es) beslist het voorgaande deel moet lezen.Marcel E. Verburg * Geschiedenis van het Ministerie van Justitie 1940 – 1945 * Uitgeverij Boom * 471 p * 34,90 euro * ISBN 978 90 8953 922 9.Katelijne

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *