Op-en-Top Nederlands – 't Scheldt

Op-en-Top Nederlands

Lang geleden (zo lijkt het tenminste) werd in Vlaanderen soms nogal furieus gereageerd op franstalige opschriften en reclameslogans die het straatbeeld sierden. En wie zijn gesproken of geschreven taal doorspekte met gallicismen werd op de vingers getikt. Nu een ander fenomeen de kop heeft opgestoken – namelijk de ongehinderde instroom van Engelse leenwoorden in onze taal – is het protest blijkbaar minder groot en beperkt het zich – tot nader order – tot enkelingen.  Tot deze laatsten reken ik de Nederlandse publicisten Frens Bakker, Paul Uljé en Dick van Zijderveld die recent, ter gelegenheid van de Week van het Nederlands 2015 (een initiatief van de Taalunie), het boekje Op-en-Top Nederlands op de markt brachten. Ongeremd ventileren zij erin hun ergernis over het enorm in omvang toegenomen en gedachteloze gebruik van Engelse leenwoorden in onze taal waardoor – onnodig en al te vaak uit pedanterie of dikdoenerij – goede Nederlandse begrippen worden ingeruild voor soms maar halfbegrepen leenwoorden.

In Op-en-Top Nederlands hebben de auteurs bijna 7 000 Engelse leenwoorden alfabetisch opgelijst met meer dan 15 000 Nederlandstalige vervangers. Dikwijls was dat simpel daar voor het Engelse woord al een bestaande term voorhanden was (bv. handgemaakt in plaats van handmade). In andere gevallen waren creatief nieuwgevormde woorden nodig (bv. valreepje in plaats van last-minutereis), een enkele keer zelfs heuse neologismen (bv. sleutelgatserie voor real-life soap). Lijken sommige vertalingen ver gezocht, als puristen hebben de samenstellers zich nochtans niet gedragen. Zo erkennen zij dat in vaktaal en jongerentaal een Engels woord soms wel degelijk een functie kan hebben en dat bv. namen van muziekstijlen (house, minimal music), sporten (hockey, rugby), eigennamen (Aboriginal), namen van organisaties (Amnesty International) e.a. niet in de lijst werden opgenomen.

Op-en-Top Nederlands bevat bovendien een reeks cursiefjes die inspiratie bieden voor eenieder die meer Nederlands wenst te gebruiken in plaats van het met geleend Engels te doen. Een goed voorbeeld zagen de auteurs zo bijvoorbeeld in de Afrikaanstaligen die al ruim 200 jaar opboksen tegen het Engels en zich soms zeer vindingrijk tonen (bv. moltrein in plaats van metro of underground). In tegenspraak met heel het boekje is de naam van de uitgeverij die, weliswaar in kleine druk, op de achterflap is te lezen. Er is nog werk aan de winkel zullen we maar denken…

Frens Bakker, Paul Uljé en Dick van Zijderveld * Op-en-Top Nederlands * Uitgeverij Bravenewbooks * 179 p * ISBN 978 94 0213 866 5.
*
Heerlijk Helder
Wie nog nooit de wenkbrauwen heeft gefronst of meewarig het hoofd heeft geschud bij het lezen van een ambtelijk schrijven, om het vervolgens moedeloos opzij te leggen of gewoon in de vuilbak te kieperen – hoewel het toch wel zeer belangrijk zal wezen – steke de vinger op! Niemand? Tijd dus vonden radio-maker Jan Hautekiet (1955) en schrijfster Ann de Craemer (1981) begin 2015 om iets aan de krommunicatie (met dank aan Kees van Kooten en Wim de Bie) van politici, juristen, overheidsdiensten, banken, dokters, musea… te doen. De campagne Heerlijk Helder was geboren en liep op Radio 1 als een trein. Gelet op dit succes verscheen recent bij uitgeverij Polis ook een boekje onder dezelfde titel. Niet alle rammelende, soms echt op de lachspieren werkende teksten die door de luisteraars werden ingezonden, zijn erin terug te vinden, evenmin alle beloftes die door de geviseerde instanties werden gedaan om hun werkstukken op te poetsen. Ook is het geen stijlgids met praktische richtlijnen over hoe kromme zinnen aan te pakken. Neen. De auteurs willen vooral het verhaal van de krommunicatie vertellen, de mechanismen erachter blootleggen en laten zien waarom wollig en krom taalgebruik schadelijk kan zijn (ook voor de gezondheid!), in de hoop dat bij zoveel mogelijk mensen in de toekomst een alarm zal afgaan telkens hij/zij een ingewikkelde of hermetische formulering hoort of leest – of er zelf een dreigt te gebruiken.
In het boekje worden vijf maatschappelijke domeinen waar niet-heldere taal nogal eens voor problemen zorgt, onder de loep genomen: politiek, justitie, de academische wereld, management en de medische wereld. Per domein geeft ook een expert terzake zijn of haar kijk op klare taal. Heerlijk Helder is een nuttig boekje dat, vooral dankzij de voorbeelden van krommunicatie, plezierig wegleest. Hopelijk blijft er na het sluiten ervan nog iets van hangen en hou je het voortaan bij ‘ik pak een schoonmaakmiddel en een dweil’ in plaats van ‘ik pak integraal mijn keukenschoonmaakactie aan’.
Jan Hautekiet en Ann de Craemer * Heerlijk Helder * Uitgeverij Polis * 159 p * ISBN 978 94 6310 005 2.
*
Ongelijk maar Fair
Velen zullen zich nog het ophefmakende boek Kapitaal in de 21ste eeuw van de Franse econoom Thomas Piketty (1971) herinneren. Ook zij die het niet helemaal hebben uitgelezen zullen onthouden hebben dat volgens deze auteur het kapitalisme aan banden moet worden gelegd wil het niet leiden tot een grotere concentratie van rijkdom in steeds minder handen. Om te verhinderen dat rijken steeds rijker worden en armen steeds armer – omdat het rendement op vermogen hoger ligt dan de groei van de inkomens en productie – pleitte de Fransman dan ook voor politieke beslissingen, zoals de invoering wereldwijd van een vermogensbelasting. Een man die met veel aandacht het boek van Piketty las was Marc de Vos, directeur van de beleidsdenktank Itinera en docent aan de UGent en VUB. Hij had nogal wat bedenkingen bij de analyse van de Fransman en schreef die neer in het boek Ongelijk maar Fair dat recent bij Lannoo Campus verscheen. De ondertitel die hij zijn werk meegaf maakt al veel duidelijk: ‘waarom onze samenleving ongelijker is dan we vrezen, maar rechtvaardiger dan we hopen’.
Al vanaf het eerste hoofdstuk verzet De Vos zich in Ongelijk maar Fair tegen de ongenuanceerde onheilsretoriek over ongelijkheid die intussen ook grotendeels door de officiële kringen (Internationaal Monetair Fonds, Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling…) werd overgenomen. Meer en meer immers zien zij – ‘soms haast obsessief’ (sic) – ongelijkheid als een bedreiging voor economische groei en stabiliteit en maken zij zich zorgen over toenemende maatschappelijke verdeeldheid door ongelijkheid. De Vos wil af van dit eenzijdige beeld daar er volgens hem ook ‘goede ongelijkheid’ bestaat, zeker wanneer we onze moderne economie begrijpen als, wat hij noemt, ‘menskapitalisme’.
Door de grote veranderingen die de samenleving, de gezinnen, de economie, de wereld en de technologie de jongste drie decennia hebben ondergaan (demografische vergrijzing, superdiversiteit door massa-immigratie, revolutionaire vrouwenemancipatie, trans-formatie van het huwelijk, het gezin en de opvoeding, doorbraak van de kenniseconomie, teloorgang van de industrie, opkomst van de mondialisering en het digitale tijdperk), moet de ongelijkheid in veel mindere mate toegeschreven worden aan in het verleden opgebouwd kapitaal en vermogen dan aan de menselijke factor. Zo is in de economie verstand het gaan winnen van kracht en talent van verstand en zijn abstraheren, organiseren, specialiseren, samenwerken, creëren en veranderen de voorwaarden tot succes geworden. ‘Nooit was er een betere tijd voor mensen met speciaal talent of een goede opleiding. Nooit was er een slechtere tijd voor mensen met gewone talenten of een slechte opleiding’.
De Vos plaatst dus inspanning, verantwoordelijkheid en verdienste terug in het ongelijkheidsdiscours en zegt zich pas bij de moderne gelijkheidsstrijders (zoals een Piketty) te willen aansluiten wanneer effectief zou blijken – wat hij dus niet gelooft – dat de economie van morgen gedomineerd blijft door kapitaalbezitters van gisteren, de dode hand van erfenis die van de mérite bedreigt. Blind is hij echter niet voor de twee gapende gaten die door het beleid zouden moeten worden gevuld tegenover de grotere ongelijkheid. Zo vraagt hij meer aandacht voor een betere marktwerking waar economische winnaars ook verdienste hebben en een meer aangepast kansenbeleid met focus op het gezin en de vroegkinderlijke levensfase. ‘Dit is veel moeilijker en complexer dan een extra dosis belastingen maar alleen zo zullen we echt naar de kern van de ongelijkheid gaan en bouwen aan een samenleving die effectief ongelijk maar fair is’.
Het valt niet te ontkennen dat Marc de Vos met zijn Ongelijk maar Fair een interessante bijdrage heeft geleverd tot het debat over ongelijkheid. Of hij met zijn menskapitalisme ook kan overtuigen is een andere zaak. Maar ja, hoe vaak in de geschiedenis zijn nieuwe ideeën van grote denkers, aanvankelijk niet afgeschoten als flauwekul?
Marc De Vos * Ongelijk maar Fair * Uitgeverij Lannoo Campus
*
392 p * 29,99 euro * ISBN 978 94 0142 878 1.
Katelijne
*
Alle besproken boeken zijn verkrijgbaar bij De Wase Boekhandel, Grote Markt, Sint-Niklaas.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *