OGEN – 't Scheldt

OGEN

Dat Jezus op veel afbeeldingen blauwe ogen had, ging mij als jochie al te ver. Op de protestantse zondagsschool die mijn rooms-katholieke vader en agnostische moeder mijn broertje en mij elke zondagochtend lieten volgen om redenen die ik eerst als sek-sueel ontwaakte begon te begrijpen, moest ik de plaatjes met zijn portret in speciaal daartoe vervaardigde boeken plakken. En steeds dacht ik, al lijmend, terwijl paps en mams één sloot en twee woonblokken verderop de liefdesschade van de daaraan voorafgegane werkweek inhaalden waarbij volgens mijn vader later, pochend wanneer hij een slok op had, zelfs niet werd teruggedeinsd voor hertensprongen vanaf de linnenkast: ‘Dat kan helemaal niet. Hij komt uit Nazareth. Daar hebben de mensen geen blauwe ogen’.

De paters wel, inderdaad. De paters die ons na de zondagsschool in de gymzaal van de Sint Adelbertusschool voor een kwartje op houten klapstoeltjes naar films van de Dikke en de Dunne lieten kijken (zo waren mijn ouders de hele zondag van ons af, nu ik eraan terugdenk stel ik vast dat ze soms toch iets te gemakkelijk met onze op deze manier wel heel oecumenische opvoeding omsprongen), die paters hadden wel vaak blauwe ogen. Maar dat was normaal, als je de blikken waarmee die ogen ons nu en dan aanstaarden tenminste even niet meetelt. Dat was namelijk in Nederland, waar we naar Swiebertje en Bonanza keken en driekwart van de bevolking toen nog blauwe ogen had. Ze konden mij nog meer vertellen. In Nazareth en omgeving hadden ze gewoon geen blauwe ogen, klaar. Ook twintig eeuwen eerder niet. Toch vormde ook ik, beïnvloed door de ontelbare voorbeelden van beeldende kunst waarin Maria’s heilige zoon die hoofdrol speelde, mij een beeld van Jezus: blank, lang van postuur en lange manen, voor mijn vrienden en mij tijdens onze puberjaren reden om de eerste hippie van de stad, die Geert-Jan heette, tot Jezus om te dopen. Waaraan overigens onmiddellijk een einde werd gemaakt toen hij een zoon kreeg die hij Manolito noemde. Zelfs wij hadden onze grenzen. Dik een halve eeuw later had Jezus, vertolkt door Dwight Dissels, tijdens de uitvoering van The Passion donderdagavond bij de EO, donkere ogen en was hij kaal en zwart, dat laatste net als Petrus trouwens. En ik dacht warempel wéér iets: prima zo, dit is verbinding, bovendien laten we op deze manier een andere groep gelovigen in dit land, van wie de profeet niet eens mag worden afgebeeld, zien wat de verlichting inhoudt die in hun kringen zo hard nodig is. Al moest ik ook even denken aan de directeur van het Israëlitisch Verkeersbureau in Amsterdam, dik dertig jaar terug, bij wie ik op bezoek was als voorbereiding op een kerstreportage waarvoor ook Nazareth en Bethlehem zouden worden aangedaan. Met vuurspuwende donkere ogen riep hij: ‘Als je maar niet schrijft dat Jezus een Palestijn was!’ ‘Hij is liefde’, zei ik, niet vrij van ironie.
Nu zou ik er in alle ernst aan toevoegen: ‘Hij wel’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *