Music-Hall  – 't Scheldt

Music-Hall 

Tweehonderd gewone, zij het genummerde exemplaren en zes luxe-exemplaren op Japans papier: dat was de oplage die de twintigjarige Antwerpse dichter Paul van Ostaijen in 1916 bij de Antwerpse drukker en uitgever Gust Janssens bestelde van zijn eerste dichtbundel Music-Hall. De jonge man, op dat ogenblik aan de slag als klerk op het Antwerpse stadhuis, droeg de kosten ervan zelf. Rijk zou hij er niet van worden daar hij uiteindelijk – na aftrek van 53 exemplaren die aan voorintekenaars werden verkocht, elf exemplaren die via de boekhandels aan de man waren gebracht, twintig exemplaren die de stad Antwerpen bij wijze van steunaankoop had verworven en zesentwintig exemplaren die naar kranten en tijdschriften waren gestuurd – nog met negentig boekjes bleef zitten die in de jaren daarna wel nog mondjesmaat werden verkocht.Tot een herdruk zou het tijdens het korte leven van de dichter – hij overleed in 1928, amper 32 jaar oud – niet meer komen. Toch zou Music-Hall uitgroeien tot een klassiek werk in de Nederlandstalige letteren en zijn schepper tot één van de grootste Vlaamse dichters.Naar aanleiding van de honderdste verjaardag van Music-Hall bracht uitgeverij Polis einde verleden jaar een volledig herziene teksteditie van de bundel uit, bezorgd en van een omvangrijk nawoord en een verantwoording voorzien door de Nederlander Matthijs de Ridder (1979).

Bovendien werden in het boekje, naast enkele foto’s, ook 13 tekeningen opgenomen van van Ostaijens vriend Jos. Léonard: één ervan toont Paul in zijn MacFarlane, de overige twaalf zijn bij Music-Hall (na publicatie) gemaakte illustraties, die trouwens niet de goedkeurig van van Ostaijen zouden hebben weggedragen.Matthijs de Ridder beperkt zich in zijn buitengewoon boeiend ‘nawoord’ ruwweg tot de jaren tussen van Ostaijens 12de en 20-ste levensjaar. Onder de titel Onzeker gaan de mensen ter Music-Hall wijst hij erop dat de bundel totaal onverwacht kwam. Nooit immers had een dichter met zoveel overgave het moderne leven omarmd en in zo’n swingende verzen de moderne stad, vol elektrische trams, cinema’s en variététheaters beschreven. Waar hij zich toch aan de gebruikelijke onderwerpen van de Vlaamse poëzie waagde – de jubelende natuur, het glorierijke middeleeuwse verleden, de herfst, de liefde – deed hij dat met groot misprijzen voor de traditie. Dat niet iedereen dat kon smaken was logisch, maar van Ostaijen stoorde zich daar niet aan en weigerde zich te voegen naar om het even welke poëticale of politieke norm.Ook de steeds radicalere Vlaming van Ostaijen krijgt ruim de aandacht van de Ridder, onder meer in zijn commentaar bij Wederkeer, een gedicht uit september 1915 (?) dat de weg wijst naar een weloverwogen soort flamigantisme dat zich rekenschap geeft van de internationale ontwikkelingen op maatschappelijk en cultureel gebied.Paul van Ostaijen (bezorgd door Matthijs de Ridder) * Music-Hall * Uitgeverij Polis * 167 p * 19,95 euro * ISBN 978 94 6310 194 3.
Katelijne
*
Alle besproken boeken kunnen besteld worden bij
DE WASE BOEKHANDEL, Grote Markt, Sint-Niklaas
*

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *