MÜNSTEREIFELBEDEVAARTEN – 't Scheldt

MÜNSTEREIFELBEDEVAARTEN

Ik nam deel aan twee Münstereifel-bedevaarten en herinner me sommige details nog levendig.
Fons Rongé was een regelmatige gast in de Vlaamse Club, bij Staf en Emmy, op de eerste verdieping bo-ven café Rubenshof, hoek Statiestraat in Antwerpen. Rongé vroeg me om mee te reizen met de autobus. Hij had ook het Brusselse ‘t Ketje, Re-naat Grassin, die toen in Antwerpen woonde, overtuigd om mee te gaan. De busreis moest niet betaald worden en overnachting was geen probleem, dat loste Fons wel op. En of ik met mijn vriend L.N. met steunlijsten geld wilde ronselen. Dat diende dan voor het betalen van de reisonkosten. Rongé trachtte op elke manier geld los te weken. Zo wedde hij: ‘Boven de toog van de gelagzaal in het station van Münstereifel hangt  een haas met horens’. Het bedrag van de weddenschap wisselde af naargelang het gezicht of kleding van de ander.
Pieter-Jan Verstraete citeert de idealist Toon Pauli wat betreft het financieel (wan)beheer door Fons Rongé: ‘Doch de heer Rongé schijnt ons niet te begrijpen als wij naar de stand der kas vragen. Hij wil wel on-ze hulp, maar de geldzaken moeten wij gerust laten’. ‘s Avonds wachtten wij met drieën in de grote taverne op de hoek van het Marktpklein tegen-over de middeleeuwse schandpaal in Münstereifel op nieuws voor de overnachting. Toen het ‘Feierabend’ weerklonk had Fons het geregeld: een gemeenteraadslid van de plaatselijke SPD bracht ons, één voor één, per moto naar hem thuis. Hij woonde even buiten het centrum. Zijn echtgenote heette ons hartelijk welkom en bood ons drinken aan. Plots haalde Fons Rongé, tot onze verwondering, een stapel gedrukte kartonnen kentekens boven, een dikke bol zwart-geel-rood dun koord en zei: ‘Kom jongens, op 15 cm knippen, het rood eruit halen, zodat het een Vlaams koordje wordt, door het gaatje steken en knopen. En

straks aan iedereen een kenteken verkopen’. Wij begonnen eraan. Om halfdrie ‘s nachts maakte ik de opmerking: ‘Allez Fons, die mensen willen gaan slapen, we moeten stoppen’. Hij antwoordde: ‘Niks van. Zij zijn in veertig bij ons ook ongevraagd komen binnenvallen en ze zijn zelfs ettelijke jaren gebleven’. ‘t Ketje kon het niet meer aanzien, was te moe en ging slapen. Maar Fons hield ons op tot alle driehonderd kaartjes een ‘Vlaams’ uitzicht hadden: Heldenhuldekaartje met zwartgeel koordje.
Een andere anecdote was nog hilari-scher. Toen op het kerkhof na de toe-spraken het Duitse koor het Duitse volkslied wilde aanheffen en de armen van de dirigent omhooggingen, draaide die zich – vooraleer er één noot was gezongen – plots om, toonde met zijn rechterhand drie vingers en riep zo luid ie kon tot de verzamelde Vlamingen: ‘Dritte Strophe! Nicht die Erste’. Hij herhaalde dat tweemaal. Gelukkig werden verschillende gevallen van ‘verdwenen, vermiste’ Vlaamse soldaten door de daar ingerichte Zoekdienst van het Sint- Maartensfonds opgelost. Alleen al dat feit, dat men aan een moeder of vader of familielid, dertien jaar na de oorlog kon mededelen waar de Oost-fronter gesneuveld of overleden was, verantwoordde het inrichten van de Bedevaart.
Het boekje met vele foto’s verlucht is mooi uitgegeven. Maar leven er nu nog te weinig getuigen die een bijdrage hadden kunnen leveren?
Het laatst geciteerde interview met een bedevaarder dateert van 2005… Op drie jaar tijd geen enkel nieuw getuige-nis?
Pieter-Jan Verstraete heeft de ver-dienste een goed herinneringsboekje te hebben gemaakt voor wie ooit op Münstereifelbedevaart ging.
Het boekje waarin o.a. de verschillende ‘kentekens’ afgebeeld zijn, kost verzending inbegrepen, 19 euro. Men kan het telefonisch bestellen: 056 201 764. Per e-post: [email protected]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *