KRACHTTERMEN – 't Scheldt

KRACHTTERMEN

En verder schrijft Van Sterkenburg: ‘De tijd is voorbij dat godslasteraars de tong werd uitgerukt’.
In elf hoofdstukken, gevolgd door conclusies, deelde hij zijn werk in. ‘Schelden‘, ‘Profane vloeken‘, ‘Scheld-, schimp- en spotnamen‘ enz.
Talrijke voorbeelden en verwijzingen naar gebeurtenissen staven de stelling van de schrijver.
Waar wordt het meest gevloekt? Heel verwonderlijk wordt het minst gevloekt in het verkeer en dan op het voetbalveld. Het meest voorkomende is na ‘in de tram‘, ‘in een debat‘.
En even opmerkelijk is de statistiek wie zoal vloekt: het minst door hooligans, gevolgd door gedetineerden. Het meest door protestanten en aan de top prijken docenten.
De meest gebruikte verwensing is, na ‘je kan voor mij aan het gas‘, ‘krijg de aids‘, ‘krijg de kanker’.
Ook bij de verwensingen stelde Piet van Sterkenburg een ‘toenemende vergroving‘ vast.
De Nederlanders, schrijft hij, hebben de reputatie van wereldkampioen ziekteverwensingen. Nochtans komen er bij de eerste twintig slechts twee voor.
Bij beledigingen is het aantal ‘als-dan’ heel groot: ‘als je nu doodvalt heb je toch één ding goed gedaan in je leven’.
Opmerkelijk is ook dat de ‘moeder’ dikwijls betrokken wordt bij verwensingen: ‘Jouw moeder krijgt groepskorting bij de dierenriem‘, ‘Je moeder heeft een krantenwijk’.
Vroeger was het hebben van een bijnaam een heel gewone zaak en ‘vaak kende men iemand wél met zijn bijnaam en niet eens met de echte naam’.Piet van Sterkenburg * Krachttermen * Uitg. Scriptum * 136 p * 17,50 € * ISBN 978 90 5594 609 9.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *