Heet van de Naald 7 juli 2015 – 't Scheldt

Heet van de Naald 7 juli 2015

EINDELIJK THUIS

Meer dan vijftig jaar heb ik als arts duizenden mensen bijgestaan in hun ziekte, ellende, pijn en verdriet. Vele honderden malen heb ik ontzette familieleden moeten vertellen dat een van hun geliefden, hun kind, een ouder of een partner was overleden. Ik was altijd degene die trachtte te troosten en te bemoedigen. Maar vorige week werden de rollen omgedraaid. Mieki, mijn vrouw, overleed na een lang en ontluisterend lijden aan de ziekte van Alzheimer.Hoe is het om als professionele hulpverlener plotseling in een andere rol te worden geplaatst? Hoe ziet de zoveel besproken medische zorg er aan de andere kant uit? Hoe voelt het om als dokter afhankelijk te worden van andere dokters, van verpleegkundigen en van allen die werken in het systeem dat wij ‘de zorg’ noemen?Dat is heel moeilijk want vele artsen hebben een aanzienlijke beroepsdeformatie. Onbewust denken ze dat ziekte, ellende en dood alleen iets is voor patiënten. Dokters en hun gezinsleden worden in principe niet ziek. Die zitten immers  gevoelsmatig in de hulpverlenende sector en niet in het zorgbehoevende deel van de samenleving. Ziekten die té nabij komen, worden dus lang ontkend.Zo duurde het jaren voordat ik de fatale diagnose bij mijn vrouw onder ogen dorst te zien. Want, zeg nou zelf, iedereen vergeet toch wel eens wat? Iedereen maakt fouten, ieder mens vergist zich wel eens of maakt vreemde opmerkingen?Maar toen Mieki op een stille parkeerplaats een aldaar geparkeerde auto in elkaar reed en enige tijd later Albert Heijn en het postkantoor niet meer kon vinden, was de waarheid niet meer te ontkennen. In consult geroepen collega’s schreven allerlei medicamenten voor, maar ze zeiden er wel voorzichtig bij dat ik er niet te veel van moest verwachten.MUSICIENNEHet was het einde van Mieki’s carrière, die al begonnen was op haar vijfde jaar, toen ze les kreeg van haar vader, een begaafde musicus uit de Koninklijke Militaire Kapel. Als klein kind had Mieki geleden aan kinderverlamming. Daardoor kon ze nooit meer echt goed lopen.Haar bezorgde ouders dachten dat ze daardoor nooit een geschikte levenspartner zou kunnen vinden, want volgens hen waren mannen alleen maar geïnteresseerd in vrouwen met mooie benen. Dus moest Mieki altijd zorgen haar eigen brood te kunnen verdienen door een topmusicienne te worden. Zodoende studeerde ze uren per dag terwijl haar schoolvriendjes op straat speelden. Dit sociale trauma heeft haar levenslang achtervolgd.Toen de ziekte ook haar lichamelijk functioneren aantastte, kwam de thuishulp. Iedere ochtend en iedere avond voor aan- en uitkleden, naar bed brengen, wasbeurten of het helpen met eten en drinken. Een bonte stoet met namen als Tiny, Ellen, Marga, Marjolein, Ria, Mariska, Ingeborg en Gretha. Allen totaal verschillend van persoonlijkheid, maar wél met een hartverwarmende toewijding. Als oosterse parel tussen Westerse vrouwen kwam ook de Marokkaanse verpleegkundige Mohammed Ammari. Er ging hem geen zee te hoog.Tot het moment dat ook deze vakbekwame mensen het niet meer aankonden en alleen een verpleeghuis nog uitkomst kon bieden. Het is vreselijk om dat besluit te nemen. Nooit eerder in mijn medische loopbaan heb ik mij zó hulpeloos maar ook zó schuldig gevoeld. Zoiets als een brandweerman die zijn eigen huis ziet afbranden en niet in staat is het vernietigende vuur te blussen.Mieki werd opgevangen door een nieuwe ploeg verpleegkundigen en verzorgenden in het verpleeghuis De Wijngaard, vlak bij ons huis. Daar zag ik hoe de Annies, de Mariannes, de Jenny’s en de Mariekes met ongelooflijke tact en souplesse voor de moeilijkste patiënten zorgden. De meesten van hen kwamen uit de orthodoxe ‘biblebelt’ van Nederland.ROEPINGZe beschouwden hun werk niet zozeer als een broodwinning, maar als een roeping met een hoge ethische waarde. En ondanks hun door de bezuiniging zo zware taak, hadden ze ook nog tijd en aandacht voor de familie van de patiënten.Mieki was een briljante musicienne geweest, die als soliste alles had gespeeld wat er maar gecomponeerd was. Opera, symfonieën, passionen, kamer- en amusementsmuziek, in radiostudio’s, theaters, kerken en balzalen. Maar het vertonen van dvd’s met symfonieorkesten deed haar in tranen uitbarsten. Ze begreep dat ze naar een wereld keek en luisterde die ze nooit meer zou kunnen betreden. Ze wilde vanaf dat moment geen muziek meer horen.Mijn voornaam is Bob. En als ik op bezoek kwam, straalde ze van geluk en zei: ‘Oh Bobbie, wat heerlijk dat je me komt halen! Mag ik nu met je mee naar huis?’ En iedere keer was er weer die teleurstelling dat het niet kon doorgaan. ‘Dat gaat wel over’, zeiden de zusters tegen mij. Maar dat gebeurde nooit.Maand na maand, drie, vier keren per week hoorde ik die martelende vraag: ‘Mag ik met je mee naar huis?’ Totdat een complicerend herseninfarct haar spraakcentrum verwoestte en haar voorgoed het zwijgen oplegde. Ze kon alles begrijpen, maar vrijwel niets meer terugzeggen. Na zestig jaar alles samen te hebben gedeeld was communicatie vrijwel onmogelijk geworden. Dat is het ergste wat er is: opgesloten te zijn in je eigen lichaam.Toen verdween haar levensmoed. Ze wilde niet meer eten en de laatste acht dagen ook niet meer drinken. De celliste, die reeds vanaf haar tiende jaar als beroepsmusicienne had gewerkt en met haar spel duizenden mensen had verheugd, gelukkig gemaakt of getroost, lag als een uitgeteerd vogeltje in bed en leed chronische pijnen vanwege verstijfde spieren en gewrichten. De verpleeghuisarts bestreed die pijn met grote vakkennis en behoedzaamheid.TRANENGeleidelijk zakte ze weg in een half bewusteloze toestand. Maar toen ik in de nacht voor haar sterven haar hoofd in mijn arm nam, haar lippen met water bevochtigde en in haar oor fluisterde dat ik er was, deed ze met grote moeite haar ogen open en met een uiterste krachtinspanning fluisterde ze na weken zwijgen bijna onhoorbaar: ‘Bobbie… huis…’.Tegen de morgen kwam ze eindelijk thuis. Niet in onze woning, waar we zo lang samen waren geweest, maar in een andere dimensie, waar, zoals de Bijbel zegt: ‘Alle tranen van de ogen zullen worden gewist en de dood niet meer zal zijn, nóch rouw, noch moeite…’ (Openb. 21:3-5)Tijdens de uitvaart speelde haar laatste opgeleide celloleerling in het kleine witte kerkje de muziekstukken waar zij zelf zo veel anderen in haar leven mee had getroost. Een andere leerling vertelde hoe Mieki, die als kind nooit met andere kinderen op straat had gespeeld, met tact en liefde haar muziekleerlingen het vak bijbracht.Ze werd ter aarde besteld op het intieme begraafplaatsje van het dorpje Westbroek, achter een prachtige 17de-eeuwse kerk. En ze was, volgens haar eigen wens, gekleed in haar zwarte concertjapon met kanten kraag.Zodoende was ze gereed om haar plaats in te nemen in het schitterende Orkest van de Eeuwigheid, dat onder leiding staat van de Dirigent van het Heelal.Mieki is eindelijk weer thuis.***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *