Heet van de Naald 6/2/2015 – 't Scheldt

Heet van de Naald 6/2/2015

ACTUEELGeniaal buitenbeentje Rik Coppens op 84-jarige leeftijd overleden Voor hem kwamen mensen van heinde en verre naar het voetbal kijkenToen hij op 13 september 2014 in ‘zijn’ Olympisch stadion op het Kiel een ereronde aangeboden kreeg, de aftrap mocht geven voor 8 000 toeschouwers en de ‘gouden Beerschot-schoen’ overhandigd kreeg bij wijze van een ‘Lifetime Achievement Award’, was het tevens voor alle aanwezigen duidelijk dat dit misschien wel eens het definitief officieel afscheid van Rik Coppens kon zijn. Van de fiere atleet, de geestige entertainer, de alerte kenner was nog weinig te merken. Op 5 februari 2015 gaf hij de strijd tegen het leven, waar hij zo van genoten had, definitief op. Een geniaal buitenbeentje op en naast het voetbalveld ging heen op 84-jarige leeftijd.
Meteen het einde van een gouden Antwerpse generatie, want met zijn goede vrienden Marcel Dries (Berchem) en Vic Mees (Antwerp) vormde hij de kern van de Antwerpse Entente (‘Entente Anversoise’ genoemd door het betere volkje), die elk jaar tijdens het paastoernooi op het Kiel de betere ploegen uit Europa partij gaf. Zijn goede vrienden verlieten hem al eerder en vooral het gemis van Vic Mees liet diepe sporen na, want de twee ex-voetballers belden nog geregeld twee keer per week naar mekaar.
Dat Rik Coppens veruit de beste speler van zijn generatie was, stond buiten kijf. Al in de jeugdreeksen was het duidelijk dat de gouden dribbelaar, de zoon van de vishandelaar uit de Lange Zavelstraat, een grotere bekendheid zou verwerven dan alleen ‘maar’ in de Seefhoek. Op 16-jarige leeftijd stond hij al in het eerste elftal van Beerschot (29 december 1946, 4-2 winst tegen Eendracht Aalst en twee doelpunten gescoord). In de seizoenen 1951-52 (met 23 doelpunten), 1952-53 (35 doelpunten), 1954-55 (35 doelpunten) werd hij topschutter in eerste afdeling. Hij was ook de eerste laureaat van de ‘Gouden Schoen’ in 1954. Toen was dat nog een trofee die je maar één keer in jouw leven kon verdienen. “Maar goed ook, want anders had ik al 54 gouden schoenen in mijn kast staan,” klonk het met de typische Antwerpse Coppens-humor.Voor de iets oudere voetballiefhebbers toch even de top-10 van die eerste ‘Gouden schoen’ in herinnering brengen: 1. Rik Coppens (Beerschot, 203 punten); 2. Jef Mermans (Anderlecht, 88), 3. Louis Carré (FC Luik, 66), 4. Vic Mees (Antwerp, 21), 5. Rie Meert (Anderlecht, 20), 6. Fons Van Brandt (Lierse, 17), 7. Stan Huysmans (Beerschot, 15), 8. Pol Gernaey (Oostende, 11), 9. Marcel Dries (Berchem, 9), 10. J. Givard (Standard, 7). Het zegt genoeg.FratsenIn zijn jonge jaren was Rik Coppens ook één van de toonaangevende figuren in het Antwerpse uitgangsleven. Dat kon toen nog allemaal. Om van het Kiel naar huis te rijden, moest hij immers ‘het Ceuninksplein’ passeren. Het verhaal gaat dat hij ooit eens één keer in achteruit van het Kiel naar het De Coninckplein reed. En dat hij ook eens een keer een bluts in de carrosserie van de wagen gereden had, die eigenlijk nog van zijn vader was. Een ganse nacht heeft hij en zijn kameraden aan die auto geprutst, zodat hij de volgende ochtend in schijnbaar onaangeroerde staat voor de deur van zijn vader stond. Een ‘coupeke’, een pintje, lachen en plezier maken tot in de vroege uurtjes… Het kon toen allemaal…
Maar Rik was geen ‘flierefluiter’ en hij volgde na zijn middelbare studies met succes de cursussen boekhouding in een befaamde Brusselse school. Ook op gastronomisch gebied  wist hij zijn woordje mee te praten en wie hem in zijn nadagen wilden interviewen, kreeg als één van de eerste vragen: “Waar gaan we eten?” En elk jaar was hij een geïnteresseerd luisteraar op Jazz Middelheim, want van jazz was hij een ongelooflijke fan en wist hij behoorlijk zijn (kenners)woordje mee te praten. Geniaal voetballer Maar tegelijkertijd was hij ook de ‘entertainer’ bij Beerschot. Tientallen mensen uit de ganse provincie kwamen ’s zondags afgezakt naar het Kiel, uitsluitend om Rik aan het werk te zien en eens een namiddagje onbedaarlijk te lachen als hij weer eens een tegenstander drie keer na mekaar passeerde met een balletje doorheen de benen van de ‘sukkelaar’. Hij deinsde er ook niet voor terug om zijn tegenstander enkele ‘bemoedigende’ woordjes toe te spreken nadat hij hem eerst belachelijk gemaakt had. Wat soms leidde tot woede-uitbarstingen bij zijn concurrent. Meteen was Riks doel bereikt, want die jongen bakte er in de rest van de match niks meer van. Hij was een magistraal dribbelaar op de vierkante meter, snel, klaarkijkend met een keihard shot, maar vooral een spektakelman, die het weinig deerde dat hij nooit kampioen werd.In het Olympisch stadion speelde Beerschot eens tegen Standard, met in het doel de keeper van de nationale ploeg, Jean Nicolay. Beerschot kreeg een strafschop, Rik achter de bal en hij wees naar de rechterhoek van het doel. Nicolay dacht dat hij hem wilde beet nemen, duikelde naar de linkerhoek en de bal verdween… in de rechterhoek. Even later opnieuw strafschop en deze keer wees Rik naar de linkerhoek, maar Nicolay herinnerde zich nog de vorige strafschop, duikelde dus naar de rechterhoek en Rik trapte de bal binnen in de linkerhoek. Nog later in de match: weer strafschop voor Beerschot. Rik wees naar de rechterhoek, Nicolay dacht dat hij het nu wel wist, dook naar de rechterhoek en Coppens trapte de winning-goal binnen in de… linkerhoek! Eén van de vele, echt gebeurde anecdotes.Legendarisch was ook de strafschop die hij met de nationale ploeg trapte tegen IJsland. Rik achter de bal, maar hij had afgesproken met zijn maatje ‘Popeye’ Piters. Rik trapte de bal gewoon opzij, waarna de aanstormende Piters hem de bal terug aanspeelde en Rik binnenduwde. Iedereen vroeg zich af of dit wel een geldig doelpunt was, maar er was niks tegen in te brengen. Toen jaren later Johan Cruijff dat ook eens deed, dacht iedereen dat het hier om een primeur ging, maar dan waren ze Rik Coppens vergeten.Het mooiste doelpunt dat hij ooit maakte, vond hij zelf zijn magistrale goal tegen Antwerp en zijn bewaker Jos Van Ginderen, die uit Kapellen afkomstig was. “Ik kreeg de bal toegestuurd vanop rechts, maar ik voelde dat ik iets te ver naar voren stond en dus dook ik, terwijl ik met mijn hiel de bal in doel deed verdwijnen,” vertelde hij ooit zelf. Nadat hij dat fenomenale hieltjesdoelpunt gescoord had, stapte hij nog gauw naar Jos Van Ginderen en riep hem toe: “Zo’n goalen maken ze niet op den boerenbuiten, hé manneke!”Eén van de vele andere straffe verhalen was het doelpunt dat hij op Beringen scoorde. De thuissupporters hadden hem al heel de match gejend om zijn geprononceerde neus. “Neus, neus, neus…,” riepen ze. Tot Rik op een bepaald moment de ganse Limburgse verdediging voorbij gedribbeld was, doelman inbegrepen. Toen knielde hij neer op de grond en duwde de bal met zijn neus over de doellijn. Waarna hij naar de Beringen-supporters liep en ze nadrukkelijk wees op het lichaamsdeel waarmee het doelpunt gemaakt werd. Internationaal Dat Rik Coppens nagenoeg altijd op het Kiel bleef bij Beerschot, had veel te maken met de toenmalige transferreglementen. De club was eigenaar van de speler. Daardoor moest Rik aanbiedingen weigeren van topclubs uit die tijd zoals Bologna, Milaan, Napels, Barcelona, Espanol
En dus haalde hij maar zijn gram door topprestaties te leveren met de nationale ploeg. Duitsland was in 1954 wereldkampioen geworden met Liebrich als de rots in de branding van de Duitse verdediging. Hij hield topspelers als Puskas uit de match. Maar in de eerstvolgende wedstrijd van Duitsland kreeg hij helemaal geen greep op Rik Coppens en dankzij de Beerschotter werd het een 2-0 winst voor de Rode Duivels.Een voetbalgenie werd hij genoemd, de Paganini van het voetbal, de koning van het Kiel.Tijdens een België – Nederland kwamen de toeschouwers kijken hoe hij zijn rechtstreekse belager Rinus Terlouw tureluurs maakte, hoe die zo gek werd dat hij de bal in eigen doel schoot, duizelig werd en op een brancard naar de kleedkamers moest afgevoerd worden. Tegen de fameuze Engelse ploeg dwongen de Belgen op het WK in Zwitserland een gelijkspel af met Rik Coppens als vedette van de match, samen met de legendarische Stanley Matthews (41 toen). Internationaal vond hij zijn wedstrijd tegen het sterke Joegoslavië (0-2 winst) de beste ooit. Hij dolde er als nooit tevoren met de plaatselijke stopper Horvath. Maar na 47 interlands en 21 doelpunten werd het in 1959 in de Rotterdamse Kuip een afscheid in mineur als international na de ‘Feye-moord’ of de smadelijke 9-1 nederlaag van de Rode Duivels.Trainer In  de nationale competitie bleef hij na vijftien jaar Beerschot nog voetballen bij Olympic Charleroi, Crossing Molenbeek, Berchem Sport en Tubantia Borgerhout. Bij die laatste club begon hij in 1970 ook zijn trainersloopbaan, die nadien over Berchem, Beerschot, opnieuw Berchem, Club Brugge en Beerschot liep. In 1984 was de cirkel rond.Ook als trainer had Rik Coppens oog voor talent. Zo verplaatste hij b.v. Walter Meeuws van zijn aanvallende positie naar die van centrale verdediger. Een jaar later was die international op die plaats. Veel woorden maakte hij zelden vuil aan tactiek. “Dan valt Lozano toch altijd in slaap,” placht hij daarover te zeggen. In de plaats kwamen baloefeningen of matchkes, waarin hijzelf ook nog altijd wilde meespelen. Er werd zo lang getraind tot zijn ploeg ook op training gewonnen had. En als dat niet snel genoeg verliep naar zijn zin, dan werd hij speler-scheidsrechter en werden er plots een aantal fases in het voordeel van zijn ploeg gefloten.Nochtans had hij dikwijls een afkeer van scheidsrechters en toen hij zich eens bekocht voelde op Anderlecht voor de zoveelste keer’ nam hij de bal en trapte die gezwind over het dak van het stadion.Het jammere aan zijn carrière vond hij niet dat hij nooit de titel veroverd had, maar wel het feit dat er zo weinig beelden van hem overbleven in een tijd dat de tv nog in volle opkomst was. “Ik zou veel geld geven om al mijn vroegere acties nog eens terug te zien,” liet hij weten aan zijn vriend Frank Raes, die over hem een mooi boek schreef. Want hoewel het grote geld nog niet te rapen was, speelde Rik het wel zo slim dat hij na zijn carrière eigenaar werd van een zestal huizen in de Seefhoek. “Maar de buurt verkommert hier en mijn huizen gaan achteruit in waarde,” sakkerde hij.Na zijn actieve carrière als speler en als trainer, bleef hij het voetbal volgen en toen hij op tv zijn alternatieve mening mocht verkondigen, werd hij ook razend populair als analist. Hij trok in zijn nadagen met vriend René Morren als zijn vaste chauffeur regelmatig naar de wedstrijden van Cappellen. Niet zo zeer voor het niveau van de wedstrijden, maar omdat hij er achteraf geestig kon leuteren met zijn vrienden uit de politiek en de sport. Ook op Beerschot kwam hij terug, al was zijn oordeel niet altijd even positief. “Die gasten worden veel te snel opgehemeld in de pers, terwijl ze ocharme niet kunnen shotten,” mochten de journalisten over hun pennenvruchten  laten noteren. Als je aannam dat hij het meeste over voetbal wist, dan was hij een aangename, geestige gesprekspartner. En wie durfde het aan om een ‘genie’ tegen te spreken. “Grote voetballers zijn kunstenaars,” zei Jan Mulder ooit, doelend op Rik Coppens. Binnen de socio-club kreeg hij een bar naar zijn naam genoemd, maar zou het niet mogen dat er binnenkort ook een tribune in het Olympisch stadion naar zijn naam genoemd wordt? Dat is de minste eer die ze voor de ‘koning van het Kiel’ kunnen bewijzen. Al zullen ze Rik Coppens ook anders wel nooit kunnen vergeten!Charel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *