Hoog feest voor Paars – 't Scheldt

Hoog feest voor Paars

Hoog feest voor Paars

Een voorzet, zo zou je het kunnen noemen, de eerste 95 bladzijden van het jongste boek van de Nederlandse journalist en schrijver Pieter van de Ven (1943), een voorzet voor uitgebreider en nader onderzoek. Gespecialiseerd in religieuze en kerkelijke onderwerpen (de Europese Raad van Kerken kende hem in 2001 de jaarlijkse prijs van de John Templeton Foundation toe als European Religion Writer of the Year) nam hij in ‘Hoog feest voor Paars’ immers als eerste ooit de motto’s onder de loep die rooms-katholieke bisschoppen nog voor hun wijding zelfstandig mogen kiezen voor zichzelf en die voor hen gelden als levenslange lijfspreuk.
Van de Ven
bekeek er enkele honderden (van de kleine 7 000 die de laatste eeuwen werden genoteerd) om vast te stellen dat maar enkele tientallen ervan een ‘blos op de wangen’ hebben. De rest, zo schrijft hij, lijkt grijzer, smaakt zoutlozer, ruikt muf naar herhaling ondanks het feit dat ‘zo’n leuze toch de aanloop zou moeten zijn, de polstok voor de sprong omhoog, in het diepe, die een bisschopswijding is voor de betrokkene’.
Alternatieven zijn er, steeds volgens de auteur, genoeg en ‘waarom zou de bisschop-in-spe, wanneer hij er niet uitgeraakt, niet de hulp van leken inroepen om mee te denken, hem te doen kiezen voor iets wat vers en sprankelend is’. Zelf schrikt hij er niet voor terug in ‘negen geboden’, de aanstaande bisschoppen een aantal tips aan te reiken en hun aandacht te vestigen op enkele door hem ‘opgedolven diamantjes: raak en uniek’. De uitweidingen over de bisschopsleuzen worden regelmatig onderbroken door korte bio’s van bisschoppen van overal vandaan. Met hen allen is wel iets, zo blijkt, omdat zij duidelijk nog wel iets anders doen dan een motto bedenken: zij leven, struikelen, vallen, worden helden, ketters, worden vermoord of wat dan ook…
Benoemd tot bisschop, motto gekozen, één, tweemaal bevorderd, pensioen met 75, nasudderen in hoogwaardigheid: het lijkt een veilige, uitgestippelde weg, maar zo gaat het niet altijd’. Voor verluchting en verpozing tussen de teksten zorgen de afbeeldingen (met korte toelichting) van de ‘wapentjes’ die meestal een motto vergezellen.
De eerste 95 bladzijden, schreef ik in de eerste zin, maar het boekje telt er 149. Er volgen nog twee hoofdstukken. Het tweede hoofdstuk is zeer ‘Nederlands’ daar het handelt over de ‘nooit door iemand gesignaleerde doodzonde van bisschop (later aartsbisschop) B.J. Alfrink in 1951’. Hij liet zich immers toen tot bisschop wijden door de ‘(Italiaanse) internuntius in Den Haag, voorbijgaand aan de in Nederland sinds het midden van de 19de eeuw bestaande traditie dat dit moest gebeuren door een landgenoot’.
Het laatste hoofdstuk van het boek speelt dan weer direct in op de actualiteit. De man waar de aandacht wordt op gevestigd is de huidige paus Franciscus die volgens Van de Ven al enige jaren vriend en vijand verbaast. ‘Wars van opsmuk, een hekel aan (ver)oordelen, overtuigd dat opruimen van de zooi van boven naar beneden moet, niet andersom, zo laat Franciscus zich kennen. Voor zijn pastorale bezoeken wil hij de levensgevaarlijke sloppenwijken van Congo in, bezoekt hij zware jongens in Mexico, hij heeft zelfs een goed woord over voor de Utrechtse daklozenkrant en dropt kwistig bommen van barmhartigheid. Een paus die de meest aardse, de groenste omzendbrief van de laatste duizend jaar schreef’.
Maar op al dat smetteloze wit, ontgaan Van de Ven enkele smetjes niet. Zo vraagt hij Franciscus met aandrang ‘zichzelf en zijn opvolgers te verbieden nog een paus heilig (of zalig) te verklaren en het scharlaken zijden gewaad van de kardinalen te vervangen door ‘stemmig grijs’ (het feestgewaad van de stofjas)’. En zal de a-muzikaliteit van de huidige kerkleider het hem niet moeilijker maken om de hemel te bereiken?
Hoog feest voor Paars staat vol met wat de auteur zelf bestempelt als ‘nutteloze roomse kennis’ die, bij nader toezien, ‘toch het overdenken waard is’. De luchtigheid waarmee hij zijn onderwerpen bekijkt en beschrijft – niets afdoend aan de ernst van de zaak – helpt daarbij.
Pieter van de Ven * Hoog feest voor Paars * Uitgeverij U2pi * 149 p * 16,50 euro * ISBN 978 90 8759 600 2.*Tuin van Edeniris germanica hamamelis japonica mijn hof, tuin van edenvoer mij weg uit het grauwe verledenMet deze woorden begint Tine Hertmans haar dichtbundel Tuin van Eden, een wat misleidende titel daar de 46 er in opgenomen gedichten stuk voor stuk handelen over seksueel misbruik, wat toch verre staat van het paradijselijke dat die tuin oproept. Voor de auteur – ooit zelf slachtoffer – biedt haar hofje met zijn bloemen en bomen echter een mogelijke ontsnappingsroute uit de blijvende felle en rake pijn: ‘op een dag ben ik vrij van zorgen, dan slaap ik onder jouw voeten, morgen’. In al zijn eenvoud – de gedichten bestaan uit verzamelingen van tweeregelige verzen op rijm – schreef Hertmans met Tuin van Eden een beklijvend document, een getuigenis, met als enig doel ‘het lijden van allen die ooit zijn misbruikt, waar ook in de wereld of wanneer in de tijd, aan te klagen’. Monotoon is het ritme – een bewuste keuze – alsof zij er de droge snikken van een kind in wilde leggen.
Tuin van Eden is een pamflet tegen wat volgens de dichteres een schijnbaar universeel gegeven is, namelijk het misbruiken van – vaak zeer jonge – kinderen. Deze bundel dient dan ook als dusdanig gelezen te worden. Het woord ‘vader’ in de teksten betekent immers even goed ‘leraar, grootvader, opvoeder, trainer, priester, oom’.. Het woord ‘vrouw’ is vervangbaar door ‘man’ enz.. Tegelijk zijn de gedichten ook een eerbetoon aan alle slachtoffers, in het bijzonder diegenen wier stem nooit is gehoord, diegenen die hun wonden niet hebben overleefd en hun geheimen met zich meenamen in het graf.
In een voorwoord tot het boekje zegt vertrouwensarts dr. Johan Marchand steeds weer verbaasd te zijn dat mensen, die zo zwaar zijn vernederd en geraakt in hun diepste, toch de sterkte vinden om hun gevoelens te uiten en zo een deel van hun verleden te verwerken: ‘deze bundel, geschreven met de kracht van woede, gevoed door onmacht en schuldgevoel is daar een mooi voorbeeld van’. Tuin van Eden is boeiende poëzie die de lezer(es) raakt tot in het diepste van zijn (haar) wezen. Sommige regels van de overigens vlot lezende gedichten, zullen zich ongetwijfeld geruime tijd ankeren in je hoofd, ook al deelde je gelukkiglijk niet de ervaringen van de schrijfster ervan.
Tine Hertmans werd geboren in Gent (1947) en werkte een tijdlang als leerkracht vooraleer ze in 2006 debuteerde met haar bundel De dagen zijn van spinrag. In 2009 werd ze aangesteld als eerste Dorpsdichter van Destelbergen. Haar werk werd veelvuldig bekroond. Sinds 1971 is zij gehuwd met grafisch kunstenaar Tony de Bruycker met wie ze twee kinderen heeft. Zoals ook uit Tuin van Eden blijkt kampte ze geruime tijd met zware gezondheidsproblemen.
Tine Hertmans * Tuin van Eden * Uitgave Schrijverspunt.nl. * 65 p * ISBN 978 94 6266 085 4. Katelijne

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *