Het uur van het violet – 't Scheldt

Het uur van het violet

De titel voor haar boek vond ze in de bundel The Waste Land van de Amerikaans-Britse dichter en Nobelprijswinnaar T.S. Eliot: The Violet Hour, of in een (vrije) Nederlandse vertaling Het uur van het violet. Voor haar, Katie Roiphe (1968), een Amerikaanse literatuurwetenschapper, verwoordde deze zinsnede perfect de stemming van de ongrijpbare periode die ze wilde beschrijven, namelijk de laatste levensdagen van, in dit geval, zes grote denkers, schrijvers en kunstenaars. Wat haar daarbij vooral interesseerde, was hoe haar onderwerpen omgingen met de realiteit van de naderende dood. Slechts met één van de zes, namelijk de Amerikaanse schrijver James Salter, voerde Roiphe nog een persoonlijk gesprek. De man was toen negentig jaar oud en zou enkele maanden nadien sterven aan een hartaanval. Voor de vijf anderen ging de auteur met een stofkam door hun werk, brieven, dagboeken, aantekeningen, ansichtkaarten, droedels, interviews en manuscripten op zoek naar een inkijkje in hun gedachten en gevoelens over de voor iedereen onvermijdbare dood. Uit gesprekken met zonen, dochters, geliefden, echtgenotes, exen, vrienden, verzorgers, huishoudsters, nachtverpleegsters probeerde ze dan weer te weten te komen hoe de stervenden de dood al dan niet onder ogen zagen, omarmden of ontweken, er vrede mee sloten of er razend tegen in opstand kwamen, en dit soms allemaal tegelijk…De eerste wier levenseinde in het boek wordt beschreven is Susan Sontag, de Amerikaanse schrijf-ster en politiek activiste. Zij bleef tot het bittere einde vechten vanuit een irreële, diepe overtuiging dat zij de enige uitzondering op de sterfelijkheid zou vormen.De Oostenrijks-Hongaarse neuroloog en grondlegger van de psychoanalyse Sigmund Freud daarentegen leed helse pijnen maar weigerde alles wat sterker was dan aspirine om zijn hoofd helder te houden. Tenslotte bepaalde hij zelf het tijdstip van zijn dood.De Amerikaanse schrijver John Updike liet in de maand voor zijn dood zijn hoofd op de typemachine zinken toen zijn laatste gedichten over het sterven hem zo zwaar vielen dat hij het op wilde geven. Toch vond hij alsnog de kracht om ze te voltooien.In zijn laatste dagen liet de dichter en schrijver Dylan Thomas uit Wales zijn vriendin achter op een feestje om een etage hoger met de gastvrouw naar bed te gaan, voortploeterend met zijn ongeëve-naarde mengeling van levenskracht en defaitisme.Maurice Sendak, Amerikaans schrijver en illustrator, koesterde dan weer een levenslange obsessie met zijn dood en trachtte zijn angst te bezweren door tekeningen te maken. In de proloog tot het boek zegt Roiphe dat zij per se over de dood wilde schrijven na het plotse overlijden van haar vader. Om dichterbij zijn plotse heengaan te komen, iets van het raadsel dat de dood is te begrijpen, koos ze voor een omweg door te gaan schrijven over mensen die de confrontatie met hun sterfelijkheid onder woorden wisten te brengen op een wijze die weinigen gegeven is. Moed, passie, zelfbedrog, zinloos lijden, onovertroffen toewijding… passeren de revue in de laatste daden van de creatieve genieën die ten tonele worden gevoerd.Mooi, gevoelig werk.Katie Roiphe (vert. Anne Jongeling) * Het uur van het violet. Grote schrijvers in hun laatste dagen * Uitgeverij Hollands Diep * 300 p * 19,99 euro * ISBN 978 90 4883 642 0.
*
De sledebrigadeTussen maart 1943 en het einde van dat jaar werd langs de meer dan duizend kilometers lange kust van noordoost Groenland een kleine oorlog uitgevochten die zelden de geschiedenisboeken over WOII heeft gehaald. Er waren in totaal dan ook maar enkele tientallen strijders bij betrokken en slachtoffers vielen er niet te betreuren. En toch was dit gevecht in een van de meest verlaten streken van de wereld, van groot strategisch belang voor zowel de geallieerden als de Duitsers. In dit gebied immers werden de gegevens verzameld voor de weersvoorspellingen die van doorslaggevend nut konden zijn voor zowel de oorlog ter zee in de Atlantische Oceaan als in de lucht elders in Europa. Over dit vergeten slagveld schreef David Howarth (1912 – 1991), in 1940 oorlogscorrespondent voor de BBC, later agent bij de Special Operations Executive die het verzet in bezet Europa organiseerde en ondersteunde, eind jaren vijftig het boek The sledge patrol dat als De sledebrigade in het Nederlands werd vertaald. Hij biedt er in een fascinerende reconstructie aan van een waargebeurd verhaal, zo op papier gezet dat het zowel in geschiedenis geïnteresseerde lezers als hen die houden van een spannend boek kan bekoren.Centraal in de gevechtshandelingen stond het plaatsje Eskimoness, zo’n 900 km binnen de poolcirkel gelegen en waar een wetenschappelijke waar-nemingspost was gevestigd. Nog zowat anderhalf jaar lang, na de overrom-peling van Denemarken door de nazi’s in april 1940 – waarbij de kolonie Groenland buiten schot bleef – werden vanuit Eskimoness de weersvoor-spellingen ongecodeerd doorgegeven, zodat ook de Duitsers er gebruik van konden maken. Vanaf begin 1943 echter voerden de geallieerden – de gou-verneur van Groenland had zich bij hen aangesloten – een codetaal in die alleen door hen kon wor-den gelezen. Tegelijkertijd waarschuwden ze de bemanning van het weerstation voor een eventuele Duitse invasie op de noordoost kust van Groenland en werd de sledebrigade opgericht. Een tiental vooral Deense en Noorse pelsjagers zouden, ondanks de barre weersomstandigheden, permanent met door honden getrokken sledes de honderden kilometers kust “bewaken”. Een eventuele ‘landing’  moesten zij onmiddellijk rapporteren, de indringers bestrijden en zo mogelijk ook verdrijven…In maart 1943 was het zover: op een strand werden afdrukken gevonden van Duitse laarzen. De pelsjagers, enkel in het bezit van een jachtgeweer, zochten de confrontatie met de met mitrailletten en handgranaten gewapende invallers niet direct op maar waren hen wel te slim af, dankzij hun uit-houdingsvermogen, hun terreinkennis en de arctische omstandigheden. De volgende maanden deden zich regelmatig schermutselingen voor tussen de bemanningen van de Deense en Duitse weerstations tot eind 1943  een Amerikaans bombardement een einde maakte aan de aanwezigheid van de Duitsers op Groenland.Howarth kon destijds nog alle Deense en Noorse leden van ‘de sledebrigade’ spreken, evenals de commandant van de Duitse invallers.
Het boek is verlucht met tal van zwart-wit foto’s en bevat ook enkele kaarten van het betrokken gebied.David Howarth (vert. J.P. Menting) * De sledebrigade * Uitgeverij Aspekt * 254 p * 18,95 euro * ISBN 978 90 5911 632 0.
*
Het paleis in de Arcisstrasse
De Nederlandse literatuurwetenschapper, vertaler en auteur Margreet den Buurman (1953) verwierf de voorbij jaren naamsbekendheid bij het brede publiek door haar biografieën en themastudies over de familie Mann die algemeen wordt beschouwd als een van de meest belangrijke schrijversfamilies van de 20ste eeuw met als boegbeeld uiteraard Thomas Mann, de Nobelprijswinnaar. Aan die reeks voegde ze nu een nieuwe titel toe, namelijk Het paleis in de Arcisstrasse, een boek over de relatie die Thomas Mann had met zijn schoon-ouders, het belang van hun wereld in zijn leven en werk én over ‘de wereld van gisteren’, waar hij met moeite afscheid van nam toen door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog de nieuwe tijd onafwendbaar bleek. En vooral dit laatste thema maakt mijns inziens het boek bijzonder interessant. Thomas Mann, geboren in 1875, maakte deel uit van de periode waarin zich de tweede industriële revolutie voltrok. Het was ook de periode waarin zijn schrijverschap tot volle ontwikkeling kwam en hij in 1905, na een verloving van nog geen jaar, huwde met Katia Pringsheim, telg uit een puissant rijke, van oorsprong joodse maar intussen naar het protestantisme overgegane familie uit München. Geboren in de zomer van 1883 had Katia nog vier broers, drie oudere en één tweelingbroer. Haar oudste broer Erik  was het zorgenkind. Hij zou, nog jong, in duistere omstandigheden het leven laten in  zijn ‘ballingsoord’ Argentinië. Goed zeven jaar was Katia toen het gezin Alfred Pringsheim-Hedwig Dohm verhuisde naar hun nieuwe woning die ze hadden laten bouwen aan de Arcisstrasse, één van de meest gewilde en voorname plekken in de stad, gelegen direct aan de Köningsplatz. Hun nieuwe thuis was een stadspaleis, opgetrokken in Duitse neorenaissance stijl waar ontvangsten en bals in grote stijl plaatsvonden en ook ruimte genoeg was voor de indrukwekkende kunstverzameling die Alfred Pringsheim met kennis van zaken had aangelegd. Thomas Mann was zeer onder de indruk van dit paleis, van de kunst-schatten die het herbergde en van de mensen die er regelmatig over de vloer kwamen. Maar de rijk-dom van zijn schoonouders had natuurlijk ook wel wat nadelen. Omdat zij huis en haard van het jon-ge koppel financierden, moest Thomas gedogen dat zij vaak ook de beslissingen namen en slechts met lede ogen kon hij aanzien dat zijn vrouw de volgende dertig jaar dagelijks met haar moeder tele-fonisch overleg pleegde. Tot een regelrechte aanvaring met zijn schoonvader kwam het in 1905 naar aanleiding van de op stapel staande novelle Wälsungenblut waarin ‘de eer en de goede naam van zijn schoonfamilie door het slijk zou worden gehaald’. Er volgde een periode van verkoeling… In een laatste hoofdstuk van het boek vraagt Den Buurman speciale aandacht voor het lot van de kostbare kunstverzameling van Alfred Pringsheim na de machtsovername door Hitler in januari 1933. Zelf konden Alfred en zijn vrouw Hedwig in 1939 nog op de valreep ontkomen naar Zwitserland.
Het paleis in de Arcisstrasse is een meeslepend boek, vlot neergeschreven en verlucht met een aantal leuke foto’s.
Margreet den Buurman * Het paleis in de Arcisstrasse * Uitgeverij Aspekt * 300 p * 19,95 euro. ISBN 978 94 6153 790 4.
Katelijne

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *