Het Legerkamp der Heiligen – 't Scheldt

Het Legerkamp der Heiligen

Meer dan veertig jaar na de oorspronkelijke Franse uitgave in 1973 is er – eindelijk – een Nederlandse vertaling verschenen van Le Camp des Saints, het controversiële meesterwerk van de Franse schrijver en essayist Jean Raspail (1925). Het Legerkamp der Heiligen, is de titel die vertaler Jef Elbers het boek meegaf. Uitgeverij Egmont zorgde voor de verspreiding ervan. Op een ogenblik dat de zuidelijke kusten van Europa overspoeld worden door bootvluchtelingen achtte uitgever Filip de Man de tijd meer dan rijp om de profetische waarschuwing van Raspail dat de westerse beschaving zal bezwijken onder de tsunami vanuit de Derde Wereld, nog eens extra on-der de aandacht te brengen. Dat deze waarschuwing de multiculturele utopisten allerminst bevalt, was mooi meegenomen…Een paaszondag. We bevinden ons aan de Côte d’ Azur. Vanuit zijn werkkamer ziet de bejaarde professor Calguès een armada roestige vracht-schepen opduiken, omringd door duizenden drijvende lijken en met aan boord – een snelle berekening – bijna één miljoen Hindoes. Zij willen Europa veroveren, voor hen het Eldorado, het beloofde land van melk en honing. Het zijn, zo verbeeldt Calquès zich, allochtone armoezaaiers die hier geluk willen oogsten, ook al gaat dat ten koste van de autochtone inwoners van wie de voorouders met veel zweet, bloed en tranen een relatieve welvaart hebben opgebouwd. Ogenschijnlijk heeft de invasie een pacifistisch karakter. De indringers beschikken echter over verborgen wapens: hun aantal, hun tentoonge-spreide weerloosheid, hun meelijwekkende verhalen, hun schrijnende miserie…Hoe het verder gaat, moet u zelf lezen. Alleen de laatste zin van het boek wil ik u nog meegeven: ‘De val van Constantinopel is een persoonlijk drama dat ons vorige week is overkomen’.Reeds kort na het verschijnen van Le Camp des Saints werd Raspail beschuldigd van racisme. Nochtans had hij bewust gekozen voor Hindoes en niet voor vluchtelingen uit Midden-of Noord-Afrika, juist om te vermijden dat het boek zou gezien worden als een racistisch pamflet tegen Afrika en de islam. De beschuldiging kon echter niet hard gemaakt worden, ook gezien zijn vele wereldreizen die hij al had gemaakt en de boeken waarin hij met sympathie had geschreven over exotische volkeren en stammen. Steeds had hij het daarbij opgenomen voor bedreigde talen, culturen en tradities. Nu hij, weliswaar in een fictieve (maar oh zo visionaire roman) hetzelfde deed voor Europa, werd hem dat door de xenofiele lobby zeer kwalijk genomen.Hoewel het boek nooit verboden werd, ook niet na de invoering in Frankrijk van de ‘politieke correctheid’, zou het momenteel niet meer mogelijk zijn zo’n werk te schrijven. Zelf haalde de auteur, in een vrij recent interview, 87 punten aan waarop het volgens de nieuwe wetgeving zou kunnen sneuvelen. De waarheid kan hard zijn voor diegenen die hun kop in het zand blijven steken hoewel de verschrikkelijke tijden die Raspail voorspelt (‘wij zullen deemoedig moeten leren om arm te worden of wij zullen het lef moeten hebben om rijk te zijn. In beide gevallen zal de zogenaamde christelijke naastenliefde niets meer betekenen’) vandaag helaas volop realiteit zijn.Jef Elbers, die zijn vertaling baseerde op de heruitgave van Le Camp des Saints uit 1985, slaagde er in een compromis te vinden tussen de literaire waarde van het werk en de bedoeling van de auteur: niet gemakkelijk gezien de geëigende en rijke stijl, de vaak ongewone woordkeuze en onconventionele zinsbouw die Raspail in het origineel neerzet.Jean Raspail (vert. Jef Elbers) * Het Leger-kamp der Heiligen * Uitgeverij Egmont * 296 p * 15,00 euro * ISBN 978 90 7889 843 6.

***
Paradise Village
In één adem heb ik het boek uitgelezen, figuurlijk dan: 316 bladzijden, maar voor mij had het ver-haal nog effe langer mogen duren. Ik heb het over de jongste roman Paradise Village van de Nederlandse zanger, schrijver en cabaretier Arthur Umbgrove (1964. Een ‘road novel over vader en zoon staat op het omslag. Frank van Duivenvoorde is de vader, zijn elfjarige zoon heet Thomas. We ontmoeten hen in Californië (VS) aan boord van een open Ford Mustang. De zon brandt ongenadig. De vrouw van Frank, Marise – de moeder van Thomas – is niet bij hen. Zij is thuis, in Nederland gebleven. Al vrij snel wordt duidelijk dat de trip die Frank en Thomas maken, niet zomaar een plezierreisje is. Frank is op de vlucht. Als bestuursvoorzitter van een Nederland se bank heeft hij een fout gemaakt: honderden miljoenen zijn in rook opgegaan door de overname van een op het eerste gezicht beloftevolle vennootschap die echter een lege doos bleek te zijn. Om een catastrofe te vermijden heeft de overheid Frank‘s bank overgenomen. Hijzelf is tot ontslag gedwongen, niet zonder een huizenhoge bonus echter. Zo was het contractueel vastgelegd. De collectieve verontwaardiging over die bonus, aangestookt door de pers, is groot, zo groot dat hij zich verplicht ziet tijdelijk van de radar te verdwijnen. Thomas zal hem vergezellen. Al vrij vlug blijkt dat Frank ook in Amerika niet geheel uit het oog is. Een fotograaf is hem op het spoor gekomen en slaagt erin kiekjes van hem te nemen: ‘Met uw centen op reis’, luiden de onderschriften in de Nederlandse kranten. Van een bepaald moment af verloopt de trip ook niet meer zoals gepland. Voor het eerst in zijn leven moet de gewezen bankdirecteur elke dollar in twee bijten en genoegen nemen met de goedkoopste motels. Het levert ontmoetingen op met mensen die hij waarschijnlijk in andere omstandigheden geen blik waardig had gekeurd. Toch blijft hij erbij niets verkeerds te hebben gedaan: een foutje gemaakt, ja, maar wie maakt er geen? En wie kan zeggen dat hij of zij nog nooit buiten de lijntjes heeft gekleurd? Iedereen graait al eens, niet toch?
De road trip, steeds verder naar het oosten, biedt Frank ook de kans zijn aan ADHD lijdende zoon (beter) te leren kennen. Thuis had hij, opgeslorpt door zijn belangrijke job, geen tijd voor hem. Zijn opvoeding werd overgelaten aan Marise. In de ogen van Thomas was hij een kutvader voor wie alleen die zaken telden die hem helemaal niet interesseerden. Rekenen bijvoorbeeld. De rijke fantasie van de jongen vond Frank alleen maar ergerlijk, niet iets waarmee hij het in zijn latere leven ver kon schoppen, of misschien… gelukkig zijn. In Amerika merkt Frank echter dat ‘his son’ meer in zijn mars heeft, er op kwalijke momenten zelfs in slaagt hem een reddende arm te bieden. Wars van alle sentiment wordt het verhaal afwis-selend verteld door Frank en Thomas en dit zonder dat de vaart uit het boek gehaald wordt. Ook de momenten dat de schrijver zich geroepen voelt zich rechtstreeks te richten tot zijn lezerspubliek werken niet stokkend, wel confronterend. Zalig bovendien is de ongedwongenheid van de taal waarin Umbgrove schrijft, vlot en helder, ver van alle gekunsteldheid, hoewel ik er niet aan twijfel dat ook dat een grote inspanning vraagt. Mag ik u dan ook dit boek aanbevelen.
Arthur Umbgrove * Paradise Village * Uitgeverij Querido * 316 p * 17,40 euro * ISBN 978 90 2145 792 5.
*
Waterloo. 200 jaar strijd
Over de slag bij Waterloo waarvan dit jaar op 18 juni de 200ste verjaardag werd herdacht, zijn boekenkasten vol geschreven. Ver achterop in het overaanbod van studies in het Engels, het Duits en het Frans hinken originele Nederlandstalige essays, hoewel de laatste maanden terzake wel een kleine inhaalbeweging lijkt ingezet.
Zo leverden recent nog drie Nederlandse historici (de Jong, Schoenmaker en van Zanten) een verre van onaardige bijdrage af aan het van interpretaties, mythes, vooroordelen en nationale toe-eigening bol staande debat dat al 200 jaar woedt over de veldslag.
Het resultaat van hun studie verscheen zopas bij Uitgeverij Boom onder de titel Waterloo. 200 jaar strijd.
Meegaande met de moderne trend in de geschiedschrijving baseerden ze hun werk voor een groot deel op egodocumenten (brieven, reisver-slagen, dagboeken en memoires) van strijders en ooggetuigen. Bewust kozen ze er ook voor om de strijd vanuit Nederlands, Duits en Belgisch perspectief te beschouwen, in plaats van de dominante Britse invalshoek in de meeste Waterlooboeken.
Vrij nieuw is ook dat de Nederlandse historici Waterloo niet zien als een definitieve breuk met de revolutionaire periode die de wereld tussen 1775 en 1815 in beroering had gebracht: de omwenteling van 1789 (Franse Revolutie) en de nalatenschap van Napoleon konden niet zomaar worden uitgewist.
In de eerste hoofdstukken beschrijven de auteurs de politieke en militaire voorgeschiedenis van de veldslag nabij Waterloo: de lastige keuzen waarvoor voormalige aanhangers en tegenstanders van Napoleon zich geplaatst zagen bij zijn terugkeer van op Elba, de problemen om in korte tijd honderdduizenden soldaten in het veld te brengen. Tijdens de strijd zelf treden niet alleen de bevelvoerders ten tonele.
Haast evenveel aandacht is er voor de belevenis-sen van de gewone soldaat, de verzorgers van gewonden, de hulpverleners… Welke gebeurte-nissen bepaalden de uitkomst van de veldtocht? Waren er helden?
Na de veldslag volgen we toeristen en enkele beroemde schrijvers (zoals Chateaubriand, Victor Hugo….) die met eigen ogen de plaats wilden zien waar de gruwel zich had voltrokken.
Het boek eindigt niet de avond van de bloederige 18de juni 1815. Als lezer(es) zetten we mee de achtervolging in op de soms totaal ontredderde dan weer grootste plannen makende Napoleon tot zijn overgave aan de Engelsen en zijn definitieve verbanning naar St. Helena waar hij in 1821 zal overlijden.
Ook de toestand in Parijs – de stad was door de zegevierende geallieerden in bezettingszones verdeeld – na de terugkeer van de Bourbon-koning Lodewijk XVIII, komt uitgebreid aan bod.
In een laatste hoofdstuk hebben de auteurs het over het gebruik – en misbruik – van de overwinning ter meerdere glorie en de strijd om de herin-nering aan Waterloo in Europa: wie waren de werkelijke winnaars en verliezers en wie claimde de overwinning?
En waarom is deze nagedachtenis tot op de dag van vandaag controversieel?
In Waterloo. 200 jaar strijd ligt de nadruk duidelijk op de boeiend geschreven teksten wat niet wil zeggen dat geen plaats werd ingeruimd voor het beeld: schilderijen van de voornaamste protagonisten en van het strijdgewoel, prenten en spotprenten, kaarten van het slagveld en schet-sen van de later opgerichte ‘lieux de mémoires’..., verzameld door het Nederlands Instituut voor Militaire Historie , zijn gul over de bladzijden verspreid.
Jurriën de Jong, Ben Schoenmaker, Jeroen van Zanten * Waterloo. 200 jaar strijd * Uitgeverij Boom * 325 p * € 19,90 * ISBN 978 90 8953 474 3.Katelijne
***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *