Extra Yvetoot – 't Scheldt

Extra Yvetoot

Vorst Yvetoot lag ziek te bed;
Hij at voor drie en dronk voor zeven:
zijn kaken stonden vol en vet…
Hij zei: ‘Het zit er neven!’Zes dokters zochten rede en raad
en wisten niet wat aan te vangen;
‘t was al vergeefs en niets probaat…
De koning liet ze hangen.Een nieuwe kwam: een mager vent,
een doodsgeraamte in mensenkleren,
en dor en geel als perkament
van jarenlang studeren.Hij klopt den koning op de borst
en vraagt: ‘O majesteit! Wat voelt ge?’
De koning antwoordt: ‘Honger… dorst’
‘Geen koorts dan?’ – ‘Wat bedoelt ge?’De dokter lacht: ‘Wel… ‘t Zij mijn dood!
Ge zijt gezonder dan een bliekske!’
‘Hang op! Hang op!’, riep Yvetoot
‘Hij kijke door het strikske’.Weer kwam een nieuwe dokter zien:
een rijke, een slimme, een eerste deken,
hoewel hij nooit of nooit misschien
in boeken had gekeken.Nooit zag die naar zieken om;
betaalde wie genas, – en de erven
betaalden graag een dubbel som,
waar hij zijn man liet sterven.Die kwam dus – en met plechtige stem:
‘Genezen zult ge op twee, drie dagen,
O majesteit! … als gij het hemd
van een gelukkig mens zult dragen!’Van horizont tot horizont
soldaten liepen, ruiters reden,
en spoorden en spioenden rond
in alle dorp en stede.Ze zochten een gelukkig mens
in hoeve en hut, kasteel en kluisje.
Maar oovral ‘t zelfde (met een wens!)
Elk huisjen had zijn kruisje!Hier treurde een, dat hij zóo een vrouw
ten huwelijk had willen vragen;
daar had een ander, ‘t hart vol rouw,
de zijn juist uitgedragen.En hier was ‘t dit en ginder dat,
En zoo was ‘t oovral in den ronde
zodat ze nergens hunnen schat
‘t Gelukkig Schepsel vondenZe reden af. – Den lesten dag,
ze vonden in het veldgeblokte
een beedlaar, die in ‘t gras er lag
te lachen dat hij schokte.De kornel riep: ‘Ei jongen daar!
Wat ligt gij zo den zot te drijven?’
De beedlaar lachte: ‘Och ‘k Weet niet waar
met mijn geluk te blijven!’‘Zijn hemd dan!’, riep de kornel nu;
en zeven stonden al te reede
om in een omzien, rap en ruw
den armen bloed te ontkleden!De beedlaar lachte maar: ‘Neen! Neen!’
‘Uw hemd’, de kornel brieschte en brulde.
De beedlaar tierde: ‘’k Heb es geen!’
en lachte dat zijn ribben krulden.De ruiters keerden naar ‘t paleis
en brachten Yvetoot de konde;
dat nergens zij op hunne reis
‘t Gelukkig schepsel vonden.‘Geen enkel?’, riep de Majesteit.
‘Zit zo mijn volk in ongelukken?’
Hij greep zijn kroon en wierp ze in spijt
aan honderdduizend stukken.‘Wel vonden wij een bedelaar…
En dat zal u nog ‘t meest verdrieten!
Hij had geluk voor honderd… maar
geen hemd om aan te schieten!’Dan dadelijk liet Yvetoot
een oude eremijt ontbieden,
en lei hem heel de zake bloot.
En… ‘Wat er moest geschieden?’Toen sprak de heilige eremijt,
terwijl hij naar den hemel staarde:
‘Geluk! Geluk! O Majesteit!
Geluk is niet op aarde!’‘En waarom niet?’ vroeg Yvetoot
‘Omdat we op aarde moeten streven
door heil niet, maar door lij en nood,
naar ‘t Eén Gelukkig Leven!’‘En’, vroeg de vorst, ‘dien beedler dan?…
Die heeft ‘t contrarie toch bewezen’
‘Wel’, zei de monnik, ‘k peins, die man
moet zot of heilig wezen’.De koning peinsde: ‘Heilig… zot…’
en peinsde… en zei dan op het leste:
‘Sa! Zot of heilig! Heere-God!…
Wel dan is heilig nog het beste!’E. Fleerackers S.J

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *