Ernest Claes. De biografie van een Heer uit Zichem – 't Scheldt

Ernest Claes. De biografie van een Heer uit Zichem

Zijn naam is niet terug te vinden in de canon van ‘50 + 1 essentiële literaire teksten’ die de Koninklijke Vlaamse Academie voor Nederlandse Taal-en Letterkunde in juli 2015 publiceerde, en toen recentelijk het Davidsfonds een rondvraag hield onder een 1 000 tal lezers bleek meer dan de helft van de respondenten hem “één tot vier eeuwen” te vroeg te situeren. In beide gevallen werd de man in kwestie zwaar onrecht aangedaan. Wie kan er immers op bogen dat een boek tussen 1920 en 2008 126 maal herdrukt werd in het Nederlands alleen, dat er twee speelfilms naar werden gemaakt en het vertaald werd in tientallen verschillende talen, waaronder zelfs het Hebreeuws. Dat is nochtans wat er gebeurde met De Witte, de eerste volwaardige roman van Ernest Claes (1885 – 1968) wiens naam ook altijd zal verbonden blijven met de tv-serie Wij, Heren van Zichem waarvan de vierde aflevering, uitgezonden op 15 februari 1969, bekeken werd door niet minder dan 3,8 miljoen Vlamingen.Bijna vijftig jaar na zijn overlijden en op een ogenblik dat de vele boeken van Claes niet meer tot de favoriete literatuur van de jongeren kunnen gerekend worden, verscheen er bij Houtekiet een lijvige biografie van de man, samen gepuzzeld door Bert Govaerts (1952), tot voor kort werkzaam voor de VRT waar hij zich gespecialiseerd had in historische documentaires zoals de reeks Land in de Kering over de gedaanteverwisseling van Vlaanderen tussen 1950 en 2000.Govaerts ontpopt zich in Ernest Claes. De biografie van een Heer uit Zichem als een boeiende en meeslepende verteller die er voor koos, zoals hij zelf zegt, “ouderwets” te werk te gaan, dus, de chronologie volgend,  een verhaal te brengen van wieg tot graf. Zijn vertelling wordt daardoor zeer toegankelijk en, mede omdat de auteur een zeer goede pen heeft, ook aangenaam om lezen. Wie de vrees mocht koesteren een hagiografie van Claes in handen te zullen krijgen, weze gerustgesteld. Ook de kleine kantjes van de man en zijn manifeste naïviteit op bepaalde momenten, komen aan bod. Bovendien biedt het boek een soms verrassende kijk op de gebeurtenissen in de zeer turbulente eerste helft van vorige eeuw in Vlaanderen met twee wereldoorlogen, het activisme, de collaboratie, de repressie… In de biografie van Govaerts komt de ‘schrijverErnest Claes pas op de tweede plaats. Het relaas gaat vooral over de ‘man’ Ernest Claes. Geboren als zevende van negen kinderen in een arm boerengezin in Zichem wist de jonge Nest, duidelijk begiftigd met een scherp verstand, zich met steun van de Norbertijnen in Averbode en, hoe raar het ook moge klinken, van het leger, op te werken tot doctor in de Germaanse filologie aan de Universiteit van Leuven. Zijn Vlaams gezindheid, die hem tijdens zijn humaniora-jaren in Herentals al problemen had bezorgd, kon hij nu ten volle tentoonspreiden. Ondertussen had hij ook kennisgemaakt met de Nederlandse schijfster Stephanie Vetter die zijn vrouw werd. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog – hij werkte ondertussen als ambtenaar in het Belgische parlement – werd Claes, 29 jaar oud, opgeroepen voor militaire dienst in de laatste groep van reservisten. Lang zou voor hem de strijd niet duren: gewond bij de slag om Namen werd hij al in september 1914 als krijgsgevangene afgevoerd naar Duitsland. Goed vijf maanden zou hij er verblijven om daarna weer de militaire dienst in te gaan, ditmaal als vertaler in Le Havre, waar ook ‘politiek België’ zijn tenten had opgeslagen…Aan het activisme maakte Claes zich tijdens WOI niet “schuldig”. De Frontbeweging, die ook de steun had van zijn grote vriend Frans Van Cauwelaert, vond in hem wel een vurige medestander. In nauwere schoentjes kwam Claes te zitten tijdens WO II hoewel hij juridisch gezien, na vrijspraken door de krijgsraad en het krijgshof, niet als een collaborateur kon worden gebrandmerkt. Door zijn veelvuldige contacten met de Duitse bezetter, onder meer voortvloeiende uit het feit dat Claes al van voor de oorlog een gevierd schrijver was in Duitsland, had hij echter de haat op zich gehaald van een collega bij het Beknopt Verslag in de Kamer die hem met zijn spionagewerk na de bevrijding in 1944 het leven zuur ging maken. Ondanks zijn dubbele vrijspraak verloor Claes zo toch zes jaar zijn ambtenarenwedde, een deel van zijn pensioenrechten en voor een periode van drie jaar ook zijn burgerrechten. Ook werd door een opgezweepte bende zijn woning in Ukkel “grondig” onder handen genomen… Voor het schilderen van het portret van ‘de Heer van Zichem’ als literator, politiek militant, journalist en ambtenaar kon Govaerts onbeperkt gebruik maken van de duizenden brieven die door het intussen 44-jarige Ernest Claesgenootschap en in het Letterenhuis worden bewaard, van de gerechtelijke dossiers die na WOII werden opgesteld en van de vele dagboeken die Claes zelf schreef. Dat deze laatste niet altijd geheel betrouwbaar zijn, ontging de auteur echter niet (Claes durfde nog al eens passages schrappen of veranderen) evenmin het feit dat Claes er zich nog al eens durfde in tegenspreken. Zo was de “democraat die Roosevelt en Churchill bewonderde” blijkbaar vergeten dat hij enkele jaren voordien Hitler “een door de Voorzienigheid gezonden man” had genoemd… “Ernest Claes. De biografie van een Heer uit Zichem” is een sterk aan te raden boek voor eenieder die op een boeiende manier meer wil te weten komen over een van de meest gelezen Vlaamse schrijvers van de vorige eeuw en over het verwarrende tijdsgewricht waarin hij leefde en werkte.Bert Govaerts * Ernest Claes. De biografie van een Heer uit Zichem * Uitgeverij Houtekiet *  509 p * 39,99 euro * ISBN 978 90 8924 455 0.Vijfhonderd exemplaren van het boek werden ook genummerd. Zij zijn te verkrijgen bij het Ernest Claesgenootschap vzw, Hemelhuis, Brusselsesteenweg 142 3020 Winksele (tel. 016/48 11 22, e-mail adres: [email protected] Kostprijs 35 euro plus verzendingskosten.*Turks fruit. Een beeldromanOok ooit met rode oortjes de begin 1970 van Jan Wolkers verschenen roman “Turks fruit” gelezen? Of misschien een traan weggepinkt bij het kijken naar de verfilming ervan door Paul Verhoeven met Monique van de Ven en Rutger Hauer in de hoofdrollen?  Geen schande hoor, je zal niet de enige zijn geweest. “Turks fruit” was inderdaad een waanzinnig artistiek en voor de auteur ook financieel succes. En dat was niet alleen het gevolg van de onverbloemde seks die Wolkers plat, brutaal, hard en recht op de man, en vrouw af opdiende. Al bij al immers waren de seksscènes vrij beperkt; zo berekende iemand dat alle seksueel getinte alinea’s aan elkaar geplakt men hoop en al aan vijf pagina’s op een totaal van 172 bladzijden kwam! Ook de rest van het boek – het meest aanzienlijke deel dus – deed het hem: de jonge beeldhouwer Erik die verliefd wordt op ‘zijn’ Olga, de romantische zomer die ze beleven, hun besluit om te trouwen tegen de zin in van de rijke ouders van het meisje, Olga die zich plots vreemd begint te gedragen, abrupt breekt met Erik en terugkeert naar haar ouderlijk huis om… daar te sterven.Van Turks fruit kwam er zopas een verstripte editie op de markt, gemaakt door Dick Matena (1943) die eerder al met succes De Avonden van Gerard Reve, A Christmas Carol van Charles Dickens, Kaas van Willem Elsschot... bewerkte. Ook nu is de volledige tekst van de roman van Wolkers in de verstripping opgenomen met dit verschil echter dat Matena ditmaal koos voor de ouderwetse vorm van tekststrip zoals we die kennen van Maarten Toonder’s Tom Poes, bij wie hij trouwens in de jaren vijftig van vorige eeuw zijn carrière begon. Deze keuze kwam tot stand mede door de weduwe van Jan Wolkers (1925 – 2007), Karina, die van kindsbeen af gefascineerd was door het werk van Toonder. Waarschijnlijk was ook zij het die het Turks fruit in tekeningen in oblong-formaat wilde zien verschijnen waardoor de gelijkenis met de Tom Poes-strips volkomen is.Hoewel op technisch vlak op de tekeningen  van Matena weinig valt aan te merken – in haar voorwoord complimenteert Karina hem zelfs met zijn kennis van het menselijk lichaam, van vrouwen en van mannen, tot in de kleinste details – is het geheel toch niet helemaal geslaagd te noemen. De strips zijn te braaf omdat ze de rauwheid, de bruisende vitaliteit, de broeierigheid… missen van de roman, ondanks het feit dat het naakt in de tekeningen niet ontbreekt. Zelf betrapte ik mij erop met plezier nog eens de nog niets aan zeggingskracht verloren tekst van Wolkers te lezen, zonder de behoefte te voelen steeds naar de prentjes te kijken. Ook de sepia-kleuren waarin de tekeningen zijn afgedrukt, trekken er niet direct de aandacht op. Maar misschien denkt iemand anders, die zich meer aangetrokken voelt tot het getekende verhaal, daar wel anders over.Jan Wolkers – Dick Matena * Turks fruit * Uitgeverij Meulenhoff * 187 p * 24,99 euro * ISBN 978 90 290 9147 3.*De Piramide van Pinto. Tegen de policor dictatuurIn De Piramide van Pinto, een boek van de Marokkaanse Jood David Pinto die via Israël in Nederland terechtkwam en er directeur werd van het Intercultureel Instituut, biedt de auteur een origineel perspectief op een prangend probleem in de hedendaagse samenleving, namelijk de botsing tussen de waarden van mensen met een niet-westerse cultuur (immigranten of allochtonen) met de dominante westerse cultuur. Pinto schreef het boek – eerder een manifest – vanuit een verzet tegen een groot deel van het politieke bestel dat ofwel wegkijkt bij de structurele problemen, ofwel zichzelf de schuld geeft, ofwel met oplossingen komt die averechts werken.Vaststellende dat het multiculti-ideaal volkomen mislukt is – ondanks de bergen geld van u en mij die er in werden gestoken – zocht Pinto naar een oplossing om het tij te keren. Zo kwam hij tot de bevinding dat niet de toch onhervormbare islam de hoofdoorzaak is van de botsing tussen westerlingen en migranten uit Arabisch-islamitische landen, wel de kloof die er gaapt tussen moderne (de onze)- en premoderne waarden. De dagelijkse gedragingen van mensen en hun omgang met anderen worden niet op de eerste plaats bepaald door de religie die men aanhangt, zo constateerde hij, wel vooral door de omgeving waarin men opgroeit. En daar kan wel wat aan veranderd worden.‘Moderne waarden’ zijn volgens Pinto gelijk bejegening en behandeling van man en vrouw, respect voor homoseksuelen, positief omgaan met kritiek, geen discriminatie, vrije meningsuiting, scheiding tussen kerk en staat en emotiebeheersing. Ook het feit dat empathie geen zwakte hoeft te betekenen en humor ( in cartoons, theater, films en boeken…) geen racisme is, horen daartoe. Aan deze moderne waarden dient het Westen  zich duidelijk en onverkort vast te houden om ze zonder enige concessie op te leggen aan de dragers van premoderne waarden. Want dan, en dan alleen, komt men, steeds volgens Pinto, tot een win-win situatie: migranten, vluchtelingen en hun (klein)kinderen weten precies waar ze aan toe zijn en waar ze zich moeten aan houden, en de westerse maatschappij kan haar eeuwenlang bevochten ‘moderne waarden’ behouden. Zijn er toch nieuwkomers die zich niet willen aanpassen dan dient de westerse wereld zich het recht voor te behouden hen hier niet toe te laten.Op dit punt van redenering aanbeland komen bij de auteur ook een geduchte groep ‘in de weg staanders’ in de kijker namelijk de ‘politiek correcten’ of de policors zoals hij ze noemt. Deze Gütmenschen, blijkbaar niet in staat de implementaties van de feiten onder ogen te zien, weigeren de problemen te benoemen en vergiftigen zo de boel. In de roes van (daadwerkelijke) successen in het verleden (zoals de emancipatie van de arbeidersklasse, de vrouw, de minst bedeelden…) claimen zij nog steeds als enigen over de waarheid en het juiste oordelingsvermogen te beschikken. Fanatiek, agressief en intolerant ten overstaan van andersdenkenden schaden ze door hun ontkenning van de grote problemen ook de belangen van de migranten. De zachte, slappe, lieve aanpak die zij voorstaan geeft hen een goed gevoel met het gevolg dat zowel hulpbehoevenden als helpers eraan verslaafd geraken. ‘Een onvolledige diagnose van het probleem en policorisme zijn een giftig cocktail’, aldus nog Pinto.De auteur heeft intussen ook een politieke beweging op touw gezet. Ze draagt de naam LEF. Deze drie letters verwijzen naar de idealen van de grote modernistische revolutie in de 18de eeuw: de Franse revolutie die zich liet inspireren door Liberté, Egalité en Fraternité. In het Hebreeuws betekent Lef ‘hart’. De verkiezingen van maart 2017 in Nederland waren nog te kort dag voor LEF om ook als ‘partij’ mee te dingen naar de gunst van de kiezer.David Pinto * De Piramide van Pinto. Tegen de policor dictatuur * Uitgeverij Aspekt * 261 p * 19,95 euro * ISBN 978 94 6338 046 1.
Katelijne***Alle besproken boeken zijn verkrijgbaar bij deWase BoekhandelGrote Markt, Sint-Niklaas.Ook verzendboekhandel. Tel 03 776 01 68***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *