Eeuwig jonge Pallieter Timmermansianen – 't Scheldt

Eeuwig jonge Pallieter Timmermansianen

Eeuwig jonge Pallieter Timmermansianen. Neen, het zijn geen buitenaardse wezens, maar mensen van vlees en bloed, zoals u en ik. Iets aparts hebben ze wel, namelijk een zeer grote bewondering voor de Vlaamse romancier Felix Timmermans (1886-1947) die in 1916 – precies honderd jaar geleden dus – op literair gebied doorbrak met zijn meesterwerk Pallieter.

Ook eensgezind zijn ze over het feit dat het Timmermans-Opsomerhuis in Lier in zijn huidige vorm moet kunnen blijven bestaan en dat de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde en het Vlaams Fonds voor de Letteren een bok van formaat schoten door de Pallieter niet op te nemen in de canon van de vijftig plus 1 ‘representatieve literaire werken’ uit de Vlaamse literatuur.Formidabel vinden ze het dan weer dat de stad Lier, op vraag van velen, er recent mee akkoord ging de nieuwe tunnel onder de ring rond Lier ter hoogte van de Mechelsepoort de naam Pallietertunnel te geven.Om de naam van Timmermans niet in de vergeethoek te laten dringen, verenigden de Timmermansianen – was het Gaston Durnez die als eerste dit woord gebruikte? – zich lang geleden al in het Felix Timmermans-Genootschap (FTG) dat jaarlijks een Jaarboek op de markt brengt.Recent verscheen nummer 44 in de rij, zoals de voorbije jaren samengesteld door Marc Somers, voorzitter van het Genootschap. En traditiegetrouw is het weer een pareltje van een boek geworden zowel wat tekst als iconografie betreft. Het zou dan ook in geen enkele boekenkast ‘van wie de Vlaamse letteren liefheeft’ mogen ontbreken.Naar aanleiding van 100 jaar Pallieter kreeg het jongste jaarboek de titel Eeuwig jonge Pallieter mee en draait de inhoud ervan haast uitsluitend om de figuur die zijn schepper tot ver over onze landsgrenzen bekend maakte. Een mooi voorbeeld daarvan is de bijdrage van Marc Mees (bestuurslid van het FTG) en Els Verstreken (kunsthistorica) die door een overzicht aan te reiken van alle verschijningsvormen van Pallieter in de beeldende kunsten, de muziek en de naamgeving aantonen dat de honderdjarige held nog steeds springlevend is en de tand des tijds ruimschoots heeft doorstaan.Actueler en origineler maar ook ietwat bitser van toon klinkt Kevin Absilis (1980), professor moderne Nederlandstalige literatuur en algemene literatuurwetenschap die protest aantekent tegen de heersende beeldvorming rond Timmermans en de roman waarmee hij honderd jaar geleden de wereld veroverde.
Pallieter, zo stelt hij, is wel degelijk het product van een modern werkelijkheidsbesef. ‘Zijn proza en wereldbeschouwing is schatplichtig aan het expressionisme, het vitalisme en zelfs het futurisme. Veel meer dan een tijdelijke vlucht uit de harde werkelijkheid was Pallieter een pleidooi voor een radicaal nieuw begin. Typisch voor het volk van Vlaanderen is hij trouwens niet. Hij onttrekt zich aan zowat de hele maatschappelijke orde van zijn tijd en omgeving. Hij melkt de dag terwijl de anderen zwoegen. Als hij niet zit te eten en te drinken, geniet hij van verhalen, van muziek en vrouwelijk schoon. Gezagsdragers hebben geen vat op hem’.Voor het eerst maken we in het 44ste Jaarboek ook kennis met de illustraties die de Zwitserse kunstenaar François Gos in 1917 maakte bij Pallieter, in een afschrift van het boek gemaakt in het Belgische soldatenkamp Zeist (bij Amersfoort). De kunstminnende Vlaamse dokter Reimoond De Beir, danig onder de indruk van ‘dit nieuwe Vlaamse geluid’, had zijn ordonnans de opdracht gegeven het boek integraal over te schrijven en de in de nabijheid verblijvende Gos aangezocht om het handschrift te verluchten. Andere onderwerpen die aandacht krijgen in het nieuwe jaarboek zijn onder meer de monografie Vijftig jaar Pallieter die in 1966 werd uitgebracht, de relatie tussen Timmermans en Ernest Claes naar aanleiding van de recente Claesbiografie van historicus Bert Govaerts, de linosneden die Henri Van Straten maakte bij de roman van Timmermans ‘De pastoor uit Den Bloeyenden Wijngaert’ enz… In totaal beslaat het boek 184 bladzijden en bevat het talrijke nooit eerder gepubliceerde foto’s, handschriften, tekeningen en illustraties. Een prachtige manier om het Pallieterjaar 2016 kleur bij te zetten.
Marc Somers (samensteller) * Eeuwig jonge Pallieter * Een uitgave van het Felix Timmermans-Genootschap *
Het 44ste Jaarboek kan verkregen worden door storting van 33 euro (Nederland 36 euro), verzendingskosten inbegrepen, op rekeningnummer BE67 4024 0763 2187. Meer inlichtingen (ook over eventueel lidmaatschap van het FTG kunnen bekomen worden bij Hilde Matthysen, Jozef Ickxstraat 87, 2180 Ekeren. (e-mailadres: [email protected]).*De stille krachtMeer dan honderd jaar na de eerste druk heeft uitgeverij Aspekt het meesterwerk van Louis Couperus (1863 – 1925) De stille kracht opnieuw op de markt gebracht. Door nieuwe inzichten is het boek actueler dan ooit, getuige daarvan ook de toneelbewerking die Ivo van Hove met zijn Toneelgroep Amsterdam in het seizoen 2015 – 2016 op de planken bracht. In de uitgave van Aspekt worden die nieuwe inzichten verwoord door Maarten J.G. de Jong, schrijver en emeritus hoogleraar in de Letteren aan de Universiteit van Namen.De roman De stille kracht vloeide voort uit een reis die Couperus, telg van een familie van Nederlands-Indische bestuursambtenaren, in 1899 maakte naar Java. Het verhaal speelt zich af in Buitenzorg. Hoofdfiguur is de Hollandse resident Otto van Oudijck (‘een grote stevige man, praktisch, koel van denken, kort beslist van langdurige gezagsuitoefening’) die langzaam maar zeker gebroken wordt door een geheimzinnige occulte macht. Zijn tweede vrouw Léonie (‘blank, blond, over de dertig, met die loome statigheid van in Indië geboren vrouwen, dochters van geheel Europeesche ouders’), die een verhouding heeft met de zoon van Otto uit zijn eerste huwelijk, zal de ‘stille krachten’ aan den lijve ondervinden en uiteindelijk terugkeren naar Nederland.Eva Heldersma, de vrouw van de secretaris van resident van Oudijck, is in feite het tweede hoofdpersonage in het boek. Terwijl van Oudijck ‘de praktische koopmansgeest en mannelijke heerszucht van de Hollandse kolonisator belichaamt’, vertegenwoordigt Eva de vrouwelijke ontvankelijkheid en de kunstzin van de westerse beschaving’. Wel iets vermoedend ‘van het zwarte geheim, het zwarte gevaar dat de kolonisator bedreigt’ zal ook zij ten onder gaan in de tropen.In de beschrijving die Couperus geeft van hoe de westerling (die als kolonisator domineert en controleert) niet op kan tegen de oosterse ‘stille kracht’ die onderhuids een trage slijtage aanricht, mag de lezer(es) van nu gerust de voorafspiegeling zien van de verschrikkingen die heden ten dage worden aangericht door de fundamentalistische islam.
Gewelddadig in het boek zijn de ‘witte Hadji’ (zij die de bedevaart naar Mekka ondernamen) nog niet maar ze zorgen wel voor verwarring en onrust bij de ‘blanken’ en werpen als het ware hun schaduw vooruit op de brandhaarden van nu. Couperus mag dan ook gerust een visionair genoemd worden. Niet alleen kondigt hij in zijn De stille kracht het einde aan van het tijdperk waarin de kolonisatoren het wereldwijd voor het zeggen hadden (ruim vijftig jaar later volgt de ene na de andere ‘onafhankelijkheid’ zich op), hij voorspelde ook de historische ommekeer door de islam te benoemen als een aspect van de ‘stille’ kracht, zij het dan in een andere vorm (en wellicht met andere beweegredenen) dan het actuele luid schreeuwende islamisme.Boeiend om met deze kennis het meer dan honderd jaar oude boek te (her)lezen.Louis Couperus (met voorwoord van Maarten de Jong) * De stille kracht * Uitgeverij Aspekt * 84 p 18,95 euro * ISBN 978 94 6153 867 3.
Katelijne*Alle besproken boeken in ’t Scheldt zijn verkrijgbaar bijDE WASE BOEKHANDELGrote Markt Sint-Niklaas.Tel 03 776 01 68

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *