De oorlog na de Groote Oorlog – 't Scheldt

De oorlog na de Groote Oorlog

Elf november 1918 was de dag waarop de Eerste Wereldoorlog eindigde. Zo staat het in alle geschiedenisboekjes. Niets is minder waar. Elf november was de dag waarop de wapens zwegen. De gevolgen van de vier jaar lange Duitse bezetting bleven in Belgenlandje echter nog lange tijd nazinderen. Vooral de van oorsprong Duitse families, die hier meestal al generaties lang waren ingeburgerd en niet weinig hadden bijgedragen tot de economische- en culturele vooruitgang van het land, moesten het ontgelden. Of ze tijdens de oorlog hand- en spandiensten hadden verleend aan de vijand of niet, speelde niet de minste rol: alleen hun nationaliteit – soms hadden ze ook de dubbele nationaliteit – was voldoende om door de Belgische staat vervolgd te worden. In enkele gevallen werden zelfs personen beroofd van hun Belgische nationaliteit  omdat ze vroeger Duitser waren geweest. ‘Eens Duitser, altijd Duitser’ was de leuze.Over deze ‘oorlog na de Groote Oorlog’ is tot nog toe weinig bekend geraakt. Allicht zijn er historici die die periode hebben bestudeerd, voor een breder publiek, ook voor mensen met be-langstelling voor geschiedenis, bleef ze veelal een gesloten boek.De onlangs overleden Gentse drukker en amateur-fotograaf Guido van Poucke (1946 – 2015) en zijn levensgezellin, de klassieke filologe Monika Triest (1941), ooit nog kandidate op een PVDA+-lijst in Antwerpen, brachten daar nu verandering in.

In een zopas door Polis uitgegeven boek maken ze een inventaris op van deze zwarte bladzijde in de Belgische geschiedenis. Omdat Antwerpen al van in de 19de eeuw een grote concentratie van ‘Duitse Belgen’ telde, ligt in het boek de nadruk op deze stad. In een apart hoofdstuk komen echter ook enkele andere steden en/of streken in het vizier.Het vehikel waarmee de Belgische staat al van einde 1918 af, maar definitief vanaf 1921, de Duitse gemeenschap in het land de duvel aandeed, was het sekwester dat bij wet toeliet dat de staat goederen in beslag nam van personen en instellingen die ‘tijdens de oorlog een vijandelijke nationaliteit hadden’. In heel wat gevallen liep de uitvoering van dit sekwester uit op lang aanslepende processen waarvan het voornaamste twistpunt meestal niet de vraag was wat de betrokkene had misdaan, wel of hij/zij al dan niet de Belgische nationaliteit had of zou mogen hebben. In een voorwoord tot het boek vergelijkt prof. Emeritus Etienne Vermeersch deze handelswij-ze met de manier waarop de nazi’s goed een decennium later omgingen met de joden: ‘de misdaad waaraan deze laatsten schuldig waren was het feit dat ze joodse ouders hadden. België vervolgde mensen op grond van het feit alleen dat ze van Duitse afkomst waren’.Onder de Antwerpse families die slachtoffer werden van het sekwester bevonden er zich een heel aantal die met naam en faam het industriële le-ven in de Scheldestad domineerden en wier namen nu nog klinken als klokken: Bary, Bracht, Bunge, Karcher, Grisar, Osterrieth, Kreglinger, Tietz, von Mallinckrodt…Interessant in dit verband is dat de auteurs ook hun rol op het vlak van internationale handel, soms tot in detail, bespreken, evenals de bijdragen die zij leverden aan het toen bloeiende culturele leven in de metropool.Vele verhalen in het boek houden verrassingen in. Zo kunnen we bv. de ware toedracht horen over Bokrijk, een domein dat oorspronkelijk eigendom was van de grafelijke familie Meeùs. In 1917 verkocht die het goed, omdat de Duitsers de bossen plunderden, aan Jules-Emile von der Becke, een Antwerpse reder en wellicht nazaat van de stichters van de Red Star Line en aan Charles Plumier, een mijningenieur. Een van de aandeelhouders van het consortium was de Duitse-Antwerpenaar Carl Fischer. Al in 1919 werd het domein onder sekwester geplaatst en, na een reeks processen, werd de helft ervan (550 ha) ‘voor goed geld’ (6,73 miljoen fr) verkocht aan de Boerenbond. Toen deze in de jaren dertig in financieel moeilijke papieren geraakte, volgde een doorverkoop aan de provincie Limburg. Voor de akte verleden werd (uiteindelijk in 1942) moest echter eerst nog een claim van een zoon van Carl Fischer worden afgehandeld die 1 miljoen bfr. schadevergoeding eiste. Hem werd diets gemaakt zich ‘daarvoor te wenden tot de Duitse dienst voor oorlogsschade’.Monika Triest en Guido van Poucke * De oorlog na de Groote Oorlog – anti-Duitse repressie in België na WOI * Uitgeverij Polis * 319 p * 24,95 euro * ISBN 978 94 6310 024 3.
Katelijne***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *