De kwestie Pegida – 't Scheldt

De kwestie Pegida

Jurriën Rood (1955) is een filosoof en filmer die, geboren in Amsterdam, in deeltijd in Dresden woont. Twee jaar geleden manifesteerde hij zich ook als schrijver. Zijn boek Wat is er mis met gezag?, een praktische filosofische studie over (politie)autoriteit, werd genomineerd voor de Socratesprijs.

Recent verscheen een tweede werk van zijn hand: De kwestie Pegida.
In een afwisseling van dagboeknotities en essayistische filosofie poogt Rood erin de gordiaanse knoop te ontwarren van maatschappelijke gevoeligheden rondom het door de burgerbeweging op de voorgrond geplaatste thema, namelijk de bedreiging die de islam vormt voor de waarden van de westerse beschaving. Dat Rood als ‘linkse denker’ niet helemaal meegaat in de (overigens nogal vage) gedachtengang van de Pegida-aanhangers, mag duidelijk wezen. Maar, hij heeft ook een boodschap voor het linkse kamp: in plaats van direct de woorden xenofoob, racist of nog erger in de mond te nemen, zouden zij moeten leren eerst eens aandachtiger te luisteren naar de verzuchtingen van de tegenpartij. Alleen op die manier kan verdere polarisatie vermeden worden en kan er een (noodzakelijk) debat ontstaan, wars van al te stoere taal.
Vormt de huidige non-communicatie tussen links en rechts immers een niet nog grotere, mogelijke bedreiging dan de islam? Komt die mogelijke bedreiging, met andere woorden, niet alleen van buiten, maar schuilt ze ook in ons eigen spreken en denken?
Einde 2014 was Rood in Dresden toen een snel groeiende groep burgers op straat begon te komen. Ze noemden zich Pegida, de Patriottische Europeanen tegen de Islamisering van het Avondland.
Een reactie liet niet lang op zich wachten: het linkse kamp wilde deze rechts-extremisten (wat in Duitsland snel gelijk staat met neo-nazisten) van de straat verdrijven. Geregeld kwam het tot relletjes, maar Pegida zette door…
Meer dan een jaar later lijkt de burgerbeweging erin geslaagd te zijn – mede onder invloed van enkele ingrijpende gebeurtenissen – ook in het tot nog toe zeer politiek correcte Duitsland een vorm van niet-politiek correct aan bod te laten komen. Zo staat niet iedereen bij onze oosterburen nog langer achter het ‘wir schaffen das’ van Merkel maar klinkt steeds meer de roep om (het nog steeds voorzichtige) ‘we vragen ook iets van de anderen’. Misschien, zo meent Rood, is het dan ook nu wel tijd voor de behoedzaam maoeuvrerende democratie, die haar eigen grenzen is gaan verleggen naar aanleiding van de praktijk, om die grenzen direct uit te dragen. Dat zou volgens hem best kunnen in de vorm van een contractje dat alle nieuwkomers zouden moeten ondertekenen en waarin op een heldere manier de basisbeginselen van onze samenleving zijn vervat, namelijk de strikte scheiding van staat en religie, geen geweld tussen burgers (het gewelds-monopolie ligt in handen van de staat en zijn uitvoerende organen, zoals de politie) en tolerantie voor andersdenkenden, binnen de wet. Hen die dit contract, getuigend van nuchtere correctheid met een ondergrens (wat op staatsniveau eigenlijk genoeg is), ondertekenen, zal veilige opvang en hulp worden gegarandeerd.
De kwestie Pegida van Jurriën Rood is een wijs boek waarin op de eerste plaats de Duitse situatie onder de loep wordt genomen maar dat evengoed geldig is voor andere (West)-Europese landen.
Jurriën Rood * De kwestie Pegida * ISVW Uitgevers * 224 p * 19,95 euro * ISBN 978 94 9169 377 9.
*
Vroeger waren we onsterfelijkHet boek Vroeger waren we onsterfelijk, dat zeer recent door Lemniscaat werd uitgebracht, bundelt een groot aantal columns van Bert Keizer (1947) die in eerdere versies verschenen in het dagblad Trouw, Filosofie Magazine, Medisch Contact, De Gids en het Amerikaanse kwartaalblad Threepenny Review.
Met deze verhalen en beschouwingen probeert de auteur, gepensioneerd verpleeghuisarts, filosoof en schrijver, momenteel nog actief in de Levenseinde-kliniek, ‘de troost van filosofie, literatuur en geneeskunde overeind te houden’ daar het ‘stuk voor stuk regionen zijn waar uitzonderlijk goed gedacht, gehuild en gelachen kan worden’, eigenschappen die de mens ergens in de loop van zijn wordingsgeschiedenis als extra’s heeft opgelopen.Bert Keizer verwierf in Nederland grote bekendheid met bestsellers zoals Tumult bij de uitgang en Het refrein van Hein, waarin een ietwat venijnige humor de boventoon voerde. Onduidelijk bleef echter wie de man zelf was. In Vroeger waren we onsterfelijk licht hij een tipje van de sluier op. Met milde ironie beschrijft hij bijvoorbeeld in de eerste hoofdstukjes zijn kinder- en tienerjaren in Amersfoort toen hij, achteraf bekeken – dankzij het katholieke wereldbeeld dat hij van thuis had meegekregen en zonder het te weten – nog onsterfelijk leek. Er was immers leven na de dood. Toen hij op negenjarige leeftijd misdienaar werd, speelde hij zelfs kort met de gedachte priester te willen worden, hoewel hij ‘in die jaren geen ideeën had over het celibaat’…En dan dienden de jaren zestig zich aan… Voor Keizer waren The Beatles de oogopeners voor een andere wereld dan deze die hij tot dan toe had gekend (‘Bij het horen van deze klanken sprongen wij op en liepen de kerk uit, achter de muziek aan’). Gedeeltelijk ook zij brachten hem er toe, na veel omwegen weliswaar, in Engeland, als werkend student, filosofie te gaan studeren. Omdat een carrière als academisch filosoof hem afschrikte zocht hij uiteindelijk een goed heenkomen in de medische faculteit in Amsterdam, om via die route in het volle leven te belanden.De columns, opgenomen in ‘Vroeger waren wij onsterfelijk’, werden gegroepeerd onder een zestal thema’s: kind van de jaren zestig, godsdienst, filosofie, mens en dier, ellende en kunst, geneeskunde. Gespreid over de verschillende hoofdstukken maken we kennis met de helden van Keizer, zij die hem troost boden, ook in moeilijke tijden. Onder hen de filosoof Wittgenstein, de schrijver Beckett, de Beatle Georges Harrison, de ‘veel ergere Jimi Hendrix (’die hele planeten uit koers ramde’) e.a. Zelf behept met een levenslange afkeer voor autoriteit is deze keuze van Keizer makkelijk te begrijpen. Is het eerste deel van het boek (‘kind van de jaren zestig’) mooi geïllustreerd met zwart-wit foto’s (ondermeer van een Keizer in misdienaars-outfit of van een Keizer met lange haren, snor en baard), in de andere delen is (spijtig!) geen prentje meer te vinden. De lezer(es) is er aangewezen op de gelukkig goed gestroomlijnde teksten die ook voor een leek in de vakgebieden van de auteur, zeer wel verteerbaar zijn.Bert Keizer * Vroeger waren we onsterfelijk * Uitgeverij Lemniscaat * 296 p * 19,95 euro * ISBN 978 90 4770 800 1.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *