Begrafenisrede Bert MURRATH zaterdag 7 juli 2018 Sint-Carolus Borromeuskerk Antwerpen – 't Scheldt

Begrafenisrede Bert MURRATH zaterdag 7 juli 2018 Sint-Carolus Borromeuskerk Antwerpen

De naoorlogse periode in het geteisterd Antwerpen was niet minder moeilijk en de jonge Bert groeide er op als een rebel en dat kon in die jaren enkel maar vertaald worden: als ‘Vlaams-nationalist’. Het hoeft dan ook niemand te verbazen dat de 23-jarige Murrath in 1958 behoorde tot de eerste leden, tot de eerste aanhangers, tot de eerste propagandisten van de Volksunie. Het was trouwens van hem dat ik zelf leerde dat je in de plakkerslijm gemalen glas moest mengen zodat de tegenstanders die erop uit waren de pas aangebrachte affiches af te rukken, in hun eigen vingers sneden! Ik heb die les goed onthouden en dat heeft mij later meermaals gekwetste vingers bespaard, zo niet letterlijk dan toch zeker figuurlijk.

Van dat rebels, rechtlijnig, tegendraads karakter kan meer dan één voorbeeld gegeven worden, ook op een meer intiem gebied. Bert Murrath was immers de eerste, toch zeker in Antwerpen en misschien wel in het ganse land, om in de Boomgaardstraat, op de grens van Antwerpen en Berchem, een winkeltje te openen met pikante lingerie en andere spulletjes. Dat was toen bijna verboden maar vandaag is dat anders. Nu krijgt ge dan zoals Goedele Liekens een eigen televisieprogramma op de VRT en een doctoraat in de seksuologie… De geestigaard die Bert was, had trouwens zijn zaak ‘Maison La France’ genoemd, maar die naam heeft wellicht niks te maken met de gelijknamige takelfirma die vandaag fout geparkeerde wagens komt oppikken uit de Antwerpse straten, tot spijt en woede van de chauffeurs.

Maar de grote liefde van Bert Murrath was de pers en al gauw werkte hij dus mee aan diverse kranten en tijdschriften, ook de toen nog Vlaamse en katholieke ‘Gazet van Antwerpen’. Voorspelbaar geraakte een dwarsligger zoals hij wel eens in conflict met een hoofdredacteur of een directeur of een collega met minder ruggengraat. Dat leidde uiteindelijk tot de oprichting van zijn eigen orgaan: de faxkrant ‘tScheldt die later, technisch gesproken, meeging met zijn tijd en vandaag verspreid wordt via de elektronische weg.

Vrank en vrij, niets en niemand ontziend, was en bleef zijn enige norm: niets dan de waarheid! Niemand heeft hem ooit kunnen betrappen op een onwaarheid! Herhaalde malen werd hij voor deze of gene rechtbank gedaagd, maar nooit is hij veroordeeld. Sprekend als zijn juridische raadsman: ik kan het weten! Bij al die contacten, bij al die ontmoetingen, in levenden lijve of aan de telefoon, heeft hij me nooit bij mijn voornaam genoemd. Als er een telefoon van hem binnenkwam op het kantoor en er vroeg iemand – in zijn onnavolgbaar Antwerps – naar ‘de miëster’, dan wist iedereen wie er belde.

’t Scheldt was zijn geesteskind, zijn troetelkind, waarin men kon lezen wat elders onder de mat werd geveegd. Wat anderen misschien wel wisten maar niet wilden of durfden publiceren. Dat vond hij laf en onprofessioneel. Hij was dan ook zwaar ontgoocheld als hij – weer eens! – niet werd uitgenodigd op een of andere persconferentie, plechtige opening of academische zitting waar de ‘brave’ persjongens wel mocht aanwezig zijn…

Omgekeerd was hij – terecht! – fier en blij als een kermisvogel met de erkenning die enkele beroepsjournalisten met naam en faam, enkele  ‘godfathers’ van de Vlaamse pers, hem in grote oprechtheid gaven, zoals Luc van der Kelen van ‘Het Laatste Nieuws’ en Manu Ruys van ‘De Standaard’.

Na de dood van zijn geliefde Joke maakte Bert een moeilijke periode door, zowel psychisch als fysisch, maar hij bleef zijn krachten en energie steken in ’t Scheldt. Misschien heeft dat rusteloze werk hem daarbij wel als een vorm van therapie gediend. Men mag gerust en zonder overdrijven stellen: voor ’t Scheldt deed hij alles!

Een etentje, met twee of met meer medewerkers, was voor hem de manier om de vele vrijwilligers, schrijvers, tekenaars, leveranciers van nieuws en weetjes, te bedanken. Bij een laatste etentje, op 8 juni van dit jaar, dus nog maar twee maanden geleden, werd de basis gelegd voor het voortbestaan van ’t Scheldt. Hij sprak toen de bijbelse woorden: ‘Het is volbracht!’ Wie kon vermoeden dat het eindpunt achter het leven van Bert Murrath zo snel zou gezet worden?

Bert was geen pilaarbijter, maar zeker ook geen ongelovige. We hebben het wel eens gehad over de dood, het hiernamaals en dus ook het geloof van onze jeugd dat ons ooit het denkkader aanreikte om met de grote vragen van het leven om te gaan. Wat bij ons beiden overbleef, was op zijn minst een twijfel. En in twijfelgevallen geldt het juridisch adagium: In dubio, pro reo. Het is de basis voor het vermoeden van onschuld van de beklaagde, die zo – in onze moedertaal – mag genieten van ‘het voordeel van de twijfel’.

In dat hiernamaals is Bert, nadat Joke hem uit het vagevuur zal gehaald hebben waar hij waarschijnlijk toch wel een tijdje zal moeten verblijven,  ongetwijfeld al meteen op zoek gegaan naar een computer en een goede aansluiting met het hemelse internet. Sint-Pieter is dus bij deze gewaarschuwd: binnenkort kunnen alle grotere en kleinere geheimen van alle sinten en heiligen, zowel mannelijke als vrouwelijke, gelezen en becommentarieerd worden in de kolommen van de hemelse editie van ’t Scheldt.

Gilbert Murrath was – op zijn zeer eigen, zeer persoonlijke manier – een groot man. Hij gaf zijn geboortestad, zijn geliefde Antwerpen, een satirisch blad en zorgde er bovendien voor dat dit blad hem overleefde. Het mooiste eerbetoon aan hem zal dan ook zijn: het volgend nummer van ’t Scheldt!

Mr. Hugo Coveliers

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *