Act 31/10/2015 – 't Scheldt

Act 31/10/2015

Karel AnthonissenGemeentebedrijf en btwDe gemeentebesturen zitten krap bij kas. Met de op het getouw staande verminderingen van de personenbelasting (pb) zal dat nog krapper worden.
Met uitzondering van De Panne, Knokke-Heist en Koksijde vragen alle gemeenten een toeslag op de pb, een ‘opcentiem’ in het officiële taalgebruik. Met 9 pct. zijn Heuvelland en Mesen tegenwoordig de koplopers; gemiddeld is het ruim zeven pct.  Als de pb met een miljard verlaagd wordt, verliezen de gemeenten ook 70 miljoen.
De gemeentebesturen staan voor een pijnlijke keuze: bijkomende belastingen of bijkomende bezuinigingen, hun inwoners aanspreken of het aantal ambtenaren verminderen.  Sommige gemeenten hebben in het nabije verleden een minder pijnlijke oplossing gevonden. Zij halen het geld waar het gemakkelijk te vinden is, bij de btw.
Voor de btw zijn overheden normaal eindverbruikers zoals u en ik. Op een nieuw brandweergebouw of op nieuwe auto’s voor de politie betalen zij ook 21 pct. btw.  Precies daarom was het zinvol de btw op schoolgebouwen te verminderen naar 6 pct. De enige uitzondering is dat het leger geen btw betaalt op legermaterieel.  Maar verder rinkelt bij elke overheidsaankoop de kassa van de federale minister van Financiën (en ook een beetje die van Europese Unie). Ook via onze overheden zijn wij allemaal ‘consument’ en dus betaler van btw.£
Als we van onze gemeente nu eens een bedrijf maken? Dan kunnen we de btw op aankopen aftrekken zoals de andere bedrijven.  Waarom niet?  Het Vlaamse Gemeentedecreet geeft steden en gemeenten de mogelijkheid een autonoom gemeentebedrijf (agb) op te richten. Vlaams volksvertegenwoordiger en burgemeester van Oudenaarde Marnic De Meulemeester (Open Vld) ondervroeg toezichtminister Liesbeth Homans (N-VA) daarover.  Er blijken in Vlaanderen 168 gemeentebedrijven en 18 provinciebedrijven te zijn die btw recupereren.  Er was ongerustheid gerezen nadat de Bijzondere Belastinginspectie het agb van een West-Vlaamse stad had aangesproken en een btw-correctie had opgelegd, met een grote boete. De oppositie in de gemeenteraad had de zaak bekend gemaakt en gesteld dat het stadsbestuur onnodige risico’s nam met de uitgewerkte fiscale constructie. De minister noemde het een particuliere zaak en gaf voor het overige een ‘geruststellend’ antwoord. Ze zegde er wel bij dat de btw-regeling van de agb’s niet haar verantwoordelijkheid is.
Bij mijn weten zijn er zeer zeker gemeentebedrijven waar de in- en uitgaande rekeningen van de btw keurig met elkaar in overeenstemming zijn.  Er zijn er ook andere. De gesofistikeerde fiscale planning, die bij de multinationals begon, heeft nu ook onze lokale besturen bereikt.  Onze fiscus is zelfs mild in dat opzicht: men mag een minder belaste weg kiezen, maar men mag daarin niet overdrijven.  De wet formuleert het als volgt: Voor de toepassing van dit Wetboek is er sprake van misbruik wanneer de verrichte handelingen resulteren in het verkrijgen van een fiscaal voordeel waarvan de toekenning in strijd is met de doelstelling beoogd in dit Wetboek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en die handelingen in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel hebben (art. 1, §10, W.BTW). Sommigen hebben kennelijk het doel van de btw uit het oog verloren.
Het wezenlijke doel van de btw-wet is dat een bedrijf uit een ‘economische activiteit’ toegevoegde waarde schept, -daarom nog geen winst-, en dat daarop ‘omzetbelasting’ betaald wordt. Voor gemeentelijke bedrijvigheden, zoals een sporthal of een zwembad, is er vaak het verlaagde tarief van 6 pct., áls men kiest voor het btw-stelsel. Laten we een voorbeeld nemen. Een agb heeft voor 100.000 aankopen met 21 pct. btw (21.000) en voor 100.000 aankopen met 6 pct. btw (6.000). Daar voegt het voor 100.000 ‘eigen’ waarde aan toe. In de rekeningen komt die toegevoegde waarde overeen met de lonen, intresten, huurgelden en al dan niet een stukje winst of verlies. Op de verkoopwaarde of de omzet van 300.000 is er 6 pct. btw (18.000). Dit bedrijf krijgt 9.000 btw terug (21.000 + 6.000 – 18.000).   Dat is helemaal in lijn met het doel van de wet.  In feite krijgt men 15.000 terug van de aankopen van 21 pct. en betaalt men daarmee ook de ‘eigen’ btw van 6.000 op de ‘eigen’ toegevoegde waarde.  Ondanks de teruggave is er effectief waarde toegevoegd waarop btw gerekend wordt. Zo hoort het.
Er zijn evenwel gemeentebedrijven die de volledige werking financieren met subsidies of het bijpassen van het tekort.  Sommige betalen het voornaamste element van de toegevoegde waarde, de lonen van het personeel, recht uit de kas van de gemeente.  Ja, dan is er geen ‘toegevoegde waarde’ en wordt alle of bijna alle btw op de aankopen teruggevraagd.  Dan moet iemand durven zeggen dat ‘btw’ niet staat voor ‘betoelaging van de toegevoegde waarde’.  Normaal is niemand vragende partij om onder de btw te komen.  Vraag het maar eens aan een advocaat, die vanaf 1 januari 2014 ook onder de btw is (aan 21 pct).  Met dezelfde cijfers als in het voorbeeld betaalt die nu 36.000 euro btw méér als voordien.  Reken het maar na.  Zo’n nieuwe btw-plichtige vindt het vast niet prettig te vernemen dat het gemeentebedrijf zijn bijdrage ‘recupereert’.
Net als minister Homans wil ik een beetje ‘geruststellen’.  Zalven en slaan. Het kan niet de bedoeling zijn vele miljoenen van de gemeentekassen over te hevelen naar de rekeningen van Juncker of Van Overtveldt.  Maar soms zal een correctie niet te vermijden zijn. Op uitnodiging van de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) heb ik iedereen voorgesteld ‘goed in ‘t eigen hert te kijken’. Overheden hebben een voorbeeldfunctie. Als we wat willen doen aan de fiscale constructies van de multinationals, dan moeten we ook bereid zijn onze eigen btw-constructies in vraag te stellen.*Dit artikel verschijnt tevens in Trends.*

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *