999 Ephi – 't Scheldt

999 Ephi

Op de Nederlandse televisie en in kranten worden ze ‘vluchtelingen‘ of ‘asielzoekers‘ genoemd. Maar in de Italiaanse pers worden de Tunesiërs die sinds de val van dictator Ben Ali het land overspoelen gewoon als migranti of clandestini omschreven. Illegale immigranten die geen politieke redenen hebben om hun ‘bevrijde‘ land vaarwel te zeggen en in Europa een eldorado blijven zien waar de euro’s aan de bomen groeien.

Deze semantische kwestie illustreert misschien het best de kloof tussen het Noorden en het Zuiden van Europa.
De Italianen, met hun eilandje Lampedusa in de eerste linie, weten als geen anderen dat zij alleen staan om aan de vloed van gelukszoekers uit Tunesië het hoofd te bieden. In drie maanden zijn al bijna 24 000 Tunesiërs aangemeerd (gisteren (4/4) nog eens 900) en er schijnen nog tal van bootjes onderweg te zijn.
In Nederland kijkt men nog met veel compassie, soms vertedering en misschien een vleugje romantisme naar die arme stakkers op hun bootjes die hun leven op het spel zetten om Europa te bereiken. Ja, zolang ze niet de trein naar Amsterdam nemen, zullen Nederlandse journalisten hen ‘vluchtelingen‘ of ‘asielzoekers‘ blijven noemen. Hoe onjuist ook deze benaming. Maar wie het Italiaans een beetje machtig is en een beter idee wil krijgen van de ontstane situatie, moet maar naar de journaals van de Italiaanse zender RAI kijken. Je kunt dan zien hoe de toestand tussen de steeds meer eisende en teleurgestelde illegale migranten en de geïrriteerde Italianen aan het escaleren is.
Zondag op Lampedusa staken de Tunesiërs een woonwagen in brand en gooiden stenen naar passerende auto’s en politieagenten. Hun eisen: het eiland zo snel mogelijk verlaten om hun reis te kunnen vervolgen, met voor de overgrote meerderheid Frankrijk als eindbestemming.
Zondagmiddag werd de situatie nog erger. In de Casa della Fraternita (huis van de broederlijkheid), een dependance van de parochie van Lampedusa, waren een veertigtal minderjarige Tunesiërs ondergebracht. Vanwege hun jonge leeftijd, van 12 tot 17 jaar, vond pater Stefano Nastasi het beter om zijn Casa Caritas voor de adolescenten open te stellen. Dit Huis van de Broederlijkheid lijkt nu op een slagveld. De jonge Tunesiërs begonnen ramen aan diggelen te slaan, deuren af te breken en zelfs de tegels en plavuizen te vermorzelen.
Vervolgens stapelden ze de matrassen waarop ze sliepen op elkaar en staken die in de brand. Het Huis is nu half uitgebrand. De leider van de jonge Tunesiërs verklaarde voor de camera’s dat ze het zat waren: ‘Iedere dag moeten we alweer macaroni eten. We hebben er genoeg van. We willen hier weg’.
Ik keek naar de beelden en vond in die groep van jonge, opgewonden vandalen een zekere gelijkenis met wat in de Parijse banlieues te zien is. Overal in Italië groeit de vijandigheid jegens de illegale migranten. De teneur is: ze hebben de democratie in eigen land amper gesticht en dan komen ze de onze destabiliseren. Als deze ongeremde migratievloed geen drastische halt wordt toegeroepen, gaat Europa zware tijden tegemoet.
***
Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.
***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *