993 Bril – 't Scheldt

993 Bril

Mijn kiekenkot is verdeeld in twee delen:een noordelijk en een zuidelijk deel. Elk deel heeft zijn haan en kiekens. In het noorden regeert een haan die meer weg heeft van een Mechelse koekoek: struis en een goed verenpak. In het zuiden daarentegen regeert een trotse pronkhaan, een mager opgedirkt, protserig beest.

Toch raar hoe in hetzelfde kiekenkot zulke tegenstellingen naast elkaar leven. Opvallend is dat de Noorderlingen naarstig werken, zij zoeken hun voedsel en nemen onze bijkomende voedselbedeling enkel als een extraatje. De Zuiderlingen daarentegen wachten ons Mitje op wanneer die extra voedsel komt strooien. Zij vinden het niet nodig om zelf een inspanning te doen. In het Zuiden zijn de kiekens zeer ontspannen en leven ongestoord omdat hun haan niet echt in hen geïnteresseerd lijkt. Hun haan brengt enkel commotie teweeg bij de mannelijke zuiderlingen. Die lopen meest angstig weg omdat ze niet gediend zijn met de diepere affectie van de haan, hoewel enkele toch gecharmeerd lijken te zijn. De zuiderse kiekens kakelen feller, niet omdat ze meer eieren leggen, neen het is hun aard. In het noorden raap ik meer bruine eieren dan bij de zuiderlingen. Bruine eieren zijn lekkerder van smaak maar de meeste mensen vinden dat eieren maagdelijk wit moeten zijn. Mitje vindt dat ik één van de hanen moet opofferen om op die manier een homogeen kiekenkot te hebben. Het één volk, één lei-dersprincipe dus. Zelf ben ik voorstander van splitsing van mijn kiekenkot. Het enige probleem is het nachtverblijf dat wordt gedeeld door beide groepen. Dat nachtelijk gedeelte zelf ligt zelfs volledig in het noordelijk gebied. Ik heb al een beslissing genomen. Ik ga een afrastering plaatsen tussen zuid en noord. De zuiderse haan kan niet alleen de pot op maar ook de pot in. Morgen wring ik zijn nek om. Ik vrees hij niet te vreten is…
Boer Bavo

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *