981 Ephi – 't Scheldt

981 Ephi

Gisteren zocht ik de hele ochtend naar mijn pas gekochte tandpasta. Dit is wel het zwaarste moment wanneer je bestolen bent: het vaststellen dat de plek waar je bezit had moeten zijn, leeg zal blijven.

Toch was geen dief mijn badkamer binnengeslopen. Die mooie tube in zijn doosje moest bij de kassa van de supermarkt, na het afrekenen, zijn ontvreemd. Ik vond die psychotische mevrouw die naast mij aan het inpakken was, wel irritant met haar snel graaiende handen. Maar nog niet verdacht. Nu wel. Waar heb ik voor het eerst dat gevoel van onmacht gehad?

Ik moet vijf jaar zijn geweest en speelde met een rood autootje voor de deur van ons flatgebouw. Het hele wooncomplex was afgegrendeld, omgeven door traliewerk en prikkeldraden. Buiten patrouilleerden militairen. In de stad werden dagelijks aanslagen gepleegd. Een voor een raakten de appartementen leeg om ons heen. Iedereen wilde zo snel als het kon het gewelddadige Algerije ontvluchten. Die twee jongetjes achter de afrastering had ik wel opgemerkt. Hun kleren waren vol gaten en af en toe riepen ze iets naar mij. Ik kon alleen hun taal niet begrijpen. Ook moeder riep, vanaf het balkon. Tijd voor het vier-uur-tussendoortje.
Toen ik weer naar beneden kwam had ik een groot stuk stokbrood in mijn hand maar geen autootje meer. De plek waar ik het met zorg had geparkeerd was leeg. Ook de twee jongetjes waren verdwenen. Ik kon er met mijn hoofd niet bij dat het speelgoedje niet meer van mij was. Dat die twee Arabische jongetjes nu de nieuwe eigenaren waren. Ik huilde niet, bleef verbijsterd naar de lege plek staren.

Voor het eerst in mijn leven voelde ik de leegte van de plek van het delict mijn binnenste vullen. Boosheid was er natuurlijk ook. Veel later heb ik me afgevraagd of ik ook niet onder de afrastering was gekropen als ik zoveel gaten in mijn kleren had gehad.
Het gevoel dat de leegte die de dief achterlaat naar jezelf overslaat, heb ik vervolgens vaker mogen ervaren. Kleurplaatjes, schoolschriften, brommer, fietsen, portefeuille, autoradio, jas, koffer, de lijst is te lang.
De laatste keer dat ik was bestolen moet een maand geleden zijn geweest. Toen ik amper de deur achter mij had dichtgetrokken en naar onze wagen keek, zag ik onmiddellijk dat er iets niet klopte. De zwarte Renault was nog zwarter dan gewoonlijk. Saaier en naakt. Er ontbrak de gele rechthoek van de nummerplaat. Ook het kentekenbordje aan de achterkant was verdwenen. Dit was wel een première en omdat de diefstal snel en kosteloos te verhelpen is, heb ik niet al te lang getreurd. Alleen het idee dat straks in mijn naam een diefstal (meestal van niet afgerekende benzine) wordt gepleegd voelt ongemakkelijk aan.
Zoals vanochtend trouwens, toen ik het vriesvak van de ijskast opendeed om brood eruit te halen. Daar lag de tube tandpasta in. Uitpakken van boodschappen is niet mijn sterkste kant. En terwijl de tandpasta in de oven zachtjes ontdooide, dacht ik vol schuldgevoel aan die door mij schuldig bevonden mevrouw bij de kassa van de supermarkt.
***
Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *