978 KA – 't Scheldt

978 KA

Enige tijd gelden beloofde ik nog eens iets lovends te schrijven over China. Kort daarop deed de Chinese regering erg pissig over de Nobelprijs van Liu Xiaobo en dat was voor Mark Grammens de aanleiding om China een nationaalcommunistische dictatuur te noemen (Journaal, 21/10/ 2010). Die zit. De woordcombinatie nationaal en socialistisch is natuurlijk voor eeuwig aangebrand en het is niet mijn ambitie daar tegen op te boksen. Laten we dan maar zeggen dat in China de nationale rijkdom centraal staat sinds Deng Xiaoping het maoïsme overboord gooide.

Rond die tijd schreven wij in alle bescheidenheid het economisch programma van de jonge groene partij Agalev (1985). Dat is te vinden op Wikipedia (http://nl.wikipedia.org/wiki/Economisch_programma _van_ Mechelen.
En let maar eens op de gelijkenissen. De Chinese productieve economie werd vrij gemaakt en gedecentraliseerd, maar de banken, de energiebedrijven en de ruimtelijke ordening bleven onder sterke politieke controle. Volgens veel westerse economen moet een groei-economie zich in de schulden steken, maar China vertikte dat te doen. In plaats van een staatsschuld als dwangbuis bouwde het een nationale reserve op. Daardoor ontvangen de staat, de regio’s en de steden veel rente in plaats van steeds meer en meer intresten te moeten betalen. Dat scheelt dan weer een pak in de belastingen en daarom zijn de lonen en de kleine ondernemingswinsten er zo goed als onbelast. Belastingcontroleurs hebben ze niet van doen en werk en initiatief worden niet door hoge taksen ontmoedigd. Daarentegen stuwt China de prijzen van energie en grondstoffen voortdurend de hoogte in, zodat niet alleen zijzelf maar ook wij er zuiniger mee moeten omspringen. Groei in kwaliteit in plaats van in kwantiteit is er geen loze slogan.
Door het geboortebeleid zijn er 400 000 000 mensen minder dan normaal had gekund. Geen milieumaatregel van Kyoto of Kopenhagen die daar aan kan tippen. Mark Grammens schrijft dat de westerse zakenwereld aan de kant van de Chinese dictatuur staat. Juist maar niet helemaal. Iedereen die er wat wil presteren, iedereen die wat kan máken, productieve bedrijven als Alcatel, BASF of Bekaert, die zijn welkom en kunnen er goed geld verdienen. Maar banken-geldschieters, hedge funds en andere speculanten hebben er niets verloren, want het land leent geen geld.
Het ‘grote geld’ heeft niets aan China en dat vindt men in die kringen mateloos irritant. Het land speelt vals, wordt gezegd, en het wordt aangemaand zijn munt duurder te laten worden. Maar het wordt steeds erger. Want China heeft de bankencrisis niet gevoeld en de nationale reserve omvat nu zoveel dollars dat ze kunnen kopen wat ze willen. Volvo, Griekenland, Congo, het wordt inderdaad een beetje bangelijk allemaal. Het westerse en Arabische grootkapitaal heeft een serieuze concurrent gekregen, één die zich een volksrepubliek noemt, en dat misschien nog kan worden ook.
***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *