978 Homilie – 't Scheldt

978 Homilie

Jes 25, 6-9 & Lc 22, 39-44

Wij nemen in dit uur afscheid van Joke D’hamers, van wie wij het stoffelijk overschot voor het laatst in ons midden hebben, hier bij het altaar van de Heer. Wij scharen ons daarbij met haar vele vrienden en haar gewezen collega’s rond Bert Murrath, die met haar langer dan een kwarteeuw lief en leed heeft gedeeld, en rond haar talrijke familie. Wij kunnen niet anders dan haar rijke persoonlijkheid eren, die bij haar als vanzelfsprekend omkleed was met een lijkkist jokegrote bescheidenheid.

Wat ongetwijfeld het meest aan haar opviel, was haar capaciteit om lief te hebben, om zichzelf weg te cijferen, om gewoonweg goed te zijn voor wie haar nodig had. Toen ze nog maar amper afgestudeerd was als regentes wiskunde heeft zij zich al maandenlang met hart en ziel ingezet voor haar toen zwaarzieke zus.
Haar familie kwam trouwens steeds op de eerste plaats: men kon er altijd op haar rekenen en niemand zou er haar ooit een onvertogen woord over horen uiten. Ofschoon ze zelf geen kinderen kreeg, had ze echt alle kinderen lief. Een neef van haar vertelde nog onlangs hoe lief hij haar als tante steeds gevonden had.
Als een soort familie beschouwde ze blijkbaar ook het Van Celstinstituut, waar ze – in niet steeds makkelijke omstandigheden – haar professionele carrière doorbracht. Ze nam er met spijt in het hart afscheid van. En elke leerling die ze er gehad had, nam ze mee in haar wijde hart.
Daarbij vond ze nog de tijd en de interesse om Bert door dik en dun te steunen in zijn levenswerk ‘t Scheldt, waarin trouwens heel binnenkort een extra nummer over haar zal verschijnen. Samen met Bert heeft zij heel wat werk verzet, maar ook heel wat aangenaams gedaan. Zo kon zij geweldig genieten van de goede dingen van het leven, zoals dat heet. De vele dineetjes en etentjes waar ze zo’n smaak van had, mag ze nu verderzetten bij de Heer van alle leven die op zijn berg een gastmaal aanricht, zoals de Schriftlezing het daarnet poëtisch wist te verwoorden.

Het reizen zat haar ook in het bloed. Verre bestemmingen en korte reisjes konden haar allemaal evenzeer bekoren. Zelfs toen ze al erg getekend was door de ziekte die haar zo lange tijd heeft belaagd wilde ze toch nog mee op cruise-tocht naar Sint-Petersburg. Want de Hermitage, die wilde ze kost wat kost gezien hebben. En het is haar nog gelukt ook, tot verbazing van velen die haar zwakke conditie maar al te goed kenden. Ze had dan ook een ongelofelijke moed. Nooit gaf ze de strijd tegen de ziekte op, waarvan ze nochtans besefte dat die uiteindelijk het pleit zou winnen.
Aan de kelk van het lijden heeft ze tot de wrange bodem deelgehad. Ze heeft hem tot de laatste druppel gedronken. Vredig is ze uiteindelijk van ons heengegaan: God geeft het zijn beminden in de slaap, zegt het gekende kerklied.

Toen ik Jokes overlijden vernam, was ikzelf op retret. De predikant vertelde er de volgende allegorie, die misschien wel meer zegt dan veel tractaten over het hiernamaals. Het ging over een tweeling in de moederschoot. Zegt de ene tegen de ander: ‘Het wordt tijd dat we hieruit gelaten worden. Het wordt hier te eng voor ons tweeën’. ‘Geloof jij dat er hierbuiten iets bestaat?’, antwoordt de tweede. ‘Ja, dat moet wel. Wat doen wij hier dan anders? Nu komt onze voeding van elders, maar dan zullen we zelf eten. Nu kunnen we ons nauwelijks bewegen, maar dan zullen we zelfstandig lopen. Nu zijn we nog klein en frêle, maar dan zullen we groot worden en sterk’. ‘Er is toch nog niemand van ginder teruggekomen’, repliceert de tweede weer. ‘Dat klopt’, zegt de eerste. ‘Maar dat komt omdat het er zoveel beter is. Ik geloof zelfs dat we er onze moeder zullen zien, die we nu enkel maar eens sporadisch voelen of horen lachen of zingen’. Zo gingen de beide kindjes in die baarmoeder nog een hele tijd verder. Bij de geboorte pas zouden ze het allebei weten.

En zo gaat het ook met ons. Voor ons is het nog gissen en tasten. Voor Joke is het moment al gekomen. Het moment van haar geboorte tot eeuwig leven, tot samenzijn met de Vader, tot genieten van dat gastmaal op de berg.
***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *