975 Ephi – 't Scheldt

975 Ephi

Historisch gezien staan Nederlanders bekend om hun lompheid, beweerde Bas van Stokkom afgelopen weekeinde in de Volkskrant. Deze socioloog en filosoof zal het wel weten: hij heeft immers een boek over ongelikte beren gepubliceerd dat de expliciete titel ‘Wat een hufter! draagt. Maar of de beruchte formulering van Voltaire over Nederland en de Nederlanders (‘canaux, canards, canaille’) bijna drie eeuwen later nog steeds maatgevend moet zijn, weet ik niet zeker.

Hufterigheid lijkt me toch vrij universeel. Zeker omdat moderne communicatiemiddelen zoals internet overal voorkomen en deze hebben, volgens mij, de mondialisering van de boerse lompheid alleen maar versneld. Zou er in de krochten van de Nederlandse elektronische snelweg meer dan elders op de ander worden gescholden? Dacht het niet. Hoewel ik eergisteren nog met een dicht-bij-huis-voorvalletje werd geconfronteerd.
Op het sociale netwerk Facebook raakte ik in discussie met een lezer. Dat de man van mijn schrijfsels niet echt gecharmeerd was is zacht uitgedrukt. Al tikkend voelde ik de stoom uit zijn neusgaten walmen. Ik probeerde hem weliswaar naar rustiger verbale vaarwateren te leiden, maar zonder succes. Want opeens veranderde hij de taal van zijn spelling- en grammaticacontrole om mij met zijn beste Frans te verblijden: ‘Tu me fais chier’, ramde hij uit zijn tekstverwerker.
Nu zijn er verschillende manieren om deze uitdrukking in net en niet al te beeldend Nederlands te vertalen. Maar bij mij bleef vooral de letterlijke betekenis hangen: ‘Van jou moet ik schijten’. Ergens heb ik wel begrip voor deze daad van ongecontroleerde woede. Je leest jarenlang stukjes waaraan je je groen en geel ergert en plots heb je beet: de auteur zit op een paar toetsaanslagen van je. Als je de zegeningen van de moderniteit wil blijven loven, zul je ook de democratisering van de hufterigheid moeten aanvaarden. Volgens socioloog Van Stokkom komt deze vorm van hinderlijk gedrag vaker in Nederland voor dan in ons omringende landen. De schuld van de elites, vindt hij. Zo zouden diezelfde elites minder standvastig zijn dan in Engeland of Duitsland en geen stempel op de cultuur drukken. Fout! Het is juist omdat populaire elites als tv-makers, artiesten of cabaretiers dag in dag uit onze woon- en bovenkamers besmeuren, dat de boerse barbaar in ons tot leven is gewekt.
Al heel lang voordat het eerste woord op de site Geenstijl werd ingetikt, vulde de onwelriekende adem van Paul de Leeuw onze tv-avonden. En als je ziet wat niet allemaal uit de Kelder van Jort omhoog kruipt, of in de decibeltornado van Prem hangt, kun je moeilijk volhouden dat onze audiovisuele toplaag geen stempel op de cultuur drukt. Nog dit weekeinde stapte ik een Rotterdams metrostation binnen waar sinds een tijdje grote schermen zijn aangebracht. Het enorme gelaat dat naar me staarde was al een beproeving. Maar snel werd het erger. Het gelatineachtige gezicht stelde al zijn natuurlijke openingen ten dienste van zijn peurende vingers. Langdurige close-ups die de reiziger die ik ben bijna tot kokhalzen bracht.Dat heb je dan anno 2010 als opperhufter Van ‘t Hek zijn nieuwe theatertournee gaat promoten.
***Wij danken Sylvain Ephimenco en Trouw voor toelating tot overname van de column.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *