975 Bril – 't Scheldt

975 Bril

Toen ik gisteren, zoekend naar mijn schoentrekker in de schuif voor ‘dringende zaken’ keek, vond ik verfomfaaid in een hoekje een foto van mijn oma en opa. Ik zag me weer in hun ‘huiskamer’ met de gezellig warm ronkende ‘stoof’. Mijn oma en opa woonden in een gehucht van een gehucht van hun dorp. Eigenlijk niemandsland. Alles werd er door een rustgevende stilte als het ware tweemaal dieper beleefd en elke dag verliep volgens een patroon gebreid naar het werk van vader en zoon. Opa werkte op het land en zijn zoon ging naar ‘de fabriek’. Elke dag stond het avondeten stipt om kwart na vijf op tafel, dan kwam de zoon thuis van zijn werk. Opa paste zijn werktijden aan. Na het eten werd er altijd een potje gekaart en rond negen uur aten we als definitieve dagsluiting een schoteltje rijstpap met bruine suiker. Om halftien was het dan bedtijd. Ik sliep als kind op de kamer van mijn nonkel. Mijn bed stond vlak bij het raam dat zomer en winter openstond. Ik zakte elke keer weg in mijn donsmatras tot bijna onzichtbare dimensies. Naast mijn bed stond een nachtkastje waarin onderaan het gerief geborgen was voor een eventuele nachturgentie. Mijn nonkel had op zijn kastje een grote luid tikkende ronde wekker. Mijn kinderdromen daar werden dus steevast omfloerst door blatende koeiengeluiden met het zware klokkengetik als een eentonige metronoom. Heerlijk was het daar toeven, onderdeel van mijn zalige jeugd.

Mijn oma ontsliep zachtjes in haar slaap toen ze vijfennegentig was. Opa volgde haar drie jaar later toen hij negenennegentig was. Twee schitterende mensen die nooit gehoord hebben van een ‘bypass‘ , een ‘stent’, Altzheimer of andere ‘moderne’ ouderdomsziektes.
Zij zijn gegaan zoals ze geleefd hebben. Goed en zacht.
Boer Bavo

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *