ePrivacy and GPDR Cookie Consent by Cookie Consent 974 Ephi – 't Scheldt

974 Ephi

Het vreemde is dat zijn stem niet verouderd is. Die klinkt zoals hij dertig jaar geleden nog klonk. Helder, ietsje trager misschien, maar beslist niet zo beverig als je dat van een tachtigjarige zou verwachten.

Ik herinner me nog de laatste radiocolumns van G.B.J. Hiltermann. Hij was de 80 ruim gepasseerd en het leek of ieder van zijn woorden op een hobbelige landweg was uitgesproken. Voor de luisteraar een ware beproeving.
Als ik naar mijn vader luister, is het alsof elk nieuw verschijnsel van aftakeling waarover hij vertelt, door zijn nog montere stem wordt verzacht. Je kunt hem bijna niet geloven. Zou zijn heup werkelijk zo stroef en pijnlijk zijn geworden, dat hij nu op een stok moet leunen?
In de weerspiegeling van de vader echoot een beetje de vrees van de zoon. Zal ik ook op een dag me niet meer zonder een hulpstuk kunnen voortbewegen? Hoe kon het zo snel bij hem zijn gegaan? Zo snel als een beek die van de berg afdaalt, gaat ons leven voorbij, zeggen Tibetaanse lama’s. En terwijl ik naar zijn stem luisterde, galmde een chanson van Francis Cabrel door mijn hoofd: ‘Vanochtend speelde ik nog met knikkers/ liep achter de meisjes aan/ ik had alle tijd/ Maar vanavond duw ik met mijn wandelstok de dode bladeren onder de banken van cement.
Hij begon zachtjes te grinniken. Die wandelstok had hij sinds de dood van zijn eigen vader in een kast bewaard. Als aandenken, hij die toch niet zo sentimenteel is. Maar nooit had hij gedacht dit instrument voor oude mannen bedoeld, zelf te zullen gebruiken. En het ergste – nu moest hij subiet proesten – is dat die stok te lang bleek te zijn. Zijn vader was inderdaad een kop groter dan hij.

De herinnering van mijn opa met stok wandelde plots door mijn geheugen. Traag en keizerlijk, was hij. Met zijn rug ‘even recht als de rechtwaardigheid’ zei mijn oma altijd. Bij deze grootvader leek de wandelstok meer op het nobele attribuut van een man van adel. Bijna een scepter.
Toch probeerde hij dagelijks zich van zijn ‘derde poot’ te bevrijden door op zijn Solex te klimmen. Op de secundaire wegen van het Normandische platteland hobbelde hij met 30 kilometer per uur achter zijn vervlogen jeugdjaren aan. Totdat hij een auto vergat voorrang te verlenen. Zodoende kwam mijn vader in het bezit van de wandelstok van mijn opa.
Ik probeerde zijn leed te verzachten. Hier in Nederland, zei ik, is de traditionele wandelstok uit het straatbeeld verdwenen. Dat rustgevende gezicht van wijze mannen en vrouwen steunend op hun stuk glanzend eikenhout is weg. De Nederlandse bejaarden hebben zich en masse op de scootmobiel gestort. Ze slalommen met een bloedgang tussen het winkelende publiek en maken de supermarkten onveilig. En dan ook nog met van die chagrijnige gezichten, alsof de dood hen op de achterwielen zit. Ach, geef me dan maar de trage gang van de wandelende overgrootvader met stok.
***

Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *