973 Ephi – 't Scheldt

973 Ephi

Terwijl de kaakchirurg vanochtend diep in mijn vlees stond te trekken en te duwen moest ik aan Bart Chabot denken. En nu dat de napijn, ondanks de pijnstillers, heviger wordt, lijkt de tumor van Bart zich als een punctuatieteken in mijn column te nestelen. Wat stellen die stukjes kies die je kaak maar niet willen verlaten voor, vergeleken met de tumor die artsen in de hersenen van de beroemde schrijver/dichter hebben opgespoord?

Deze gedachte gaf me vanochtend moed om het duw-en-trekwerk van de kaakchirurg te ondergaan. Als je je kleine ongemakken kunt relateren aan de verschrikkingen die anderen treffen, lijkt het leven vrij eenvoudig. In die zin is de uitvoerige uiteenzetting van Bart op tv over zijn ziekte toch nuttig geweest. En ik schrijf dit zonder een spoor van cynisme.
Maar er is ook een andere gedachte die mij beroerde toen de dichter, dinsdagavond bij ‘Pauw & Witteman‘, over ‘zijn‘ tumor begon te vertellen. ‘Moet dat nou?’, hoorde ik een stemmetje in mijn eigen (voorlopig) tumorloze hoofd resoneren. Nu moet ik heel voorzichtig manoeuvreren. Bart Chabot is een sympathieke tv-persoonlijkheid die ik niet van ziekelijk exhibitionisme zou willen betichten.
Bovendien heb ik ooit een vergelijkbaar onderwerp behandeld dat me heel wat problemen heeft opgeleverd. Het ging over een foto van Karin Spaink in het blad Opzij waarop de internetpubliciste haar geamputeerde borsten toonde. Ik vond dat je niet zo expliciet met je ziektes te koop moest lopen. Dat je een zekere reserve moest betrachten als je eigen lichaam intieme disfuncties begon te vertonen.
Ik heb het toen geweten. Ik kreeg half feministisch Nederland en verenigingen van borstkankerpatiënten over mij heen en moest op televisie opdraven om, ten overstaan van Karin en de toenmalige hoofdredactrice van Opzij, mijn incorrectheid op te biechten.
Maar toch: die zes minuten tumor van Bart, ingekopt door Jeroen Pauw (‘Eerst praten we over jou want het gaat niet goed met jou’) hebben me een gevoel van onbehagen bezorgd. Misschien omdat ik een politiek programma over de formatie verwachtte maar mij eerst door het hersenweefsel van Chabot moest worstelen, vlak achter zijn linkeroor, om vervolgens frontaal tegen zijn brughoektumor te botsen. Ik niet alleen overigens want we zaten met zo’n 1 250 000 voyeurs om het intieme relaas van Bart ongevraagd te consumeren.
Misschien ben ik een ouderwets zure man, een bangerik met hypochondrische trekjes die niets van andermans ziektes wil weten. Maar toch vraag ik me af waarom publieke personen steeds vaker hun geheime medische dossier met meer dan een miljoen onbekenden willen delen. Lucht het op? Geef het troost? Of Chabot van plan was over zijn brughoektumor te schrijven, vroeg Pauw. Ach, Bart wenste niet in ‘zelfbeklag‘ te vervallen of ‘larmoyant’ te zijn, bovendien ‘moet je wel minimaal het niveau van Martin Bril halen’.
Ik acht Chabot daartoe in staat en uit de grond van mijn hart wens ik hem totale genezing.
Maar zijn tumorboek zal ik nooit lezen. En als mij zo iets overkomt, beloof ik u dit voor mezelf en mijn naasten te houden. Nog zat onderwerpen in de grote wijde wereld.
***

Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.
***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *