971 Ephi – 't Scheldt

971 Ephi

Tegen een centrum-rechts kabinet van VVD en CDA dat door de populisten van de PVV wordt gedoogd, worden verschillende argumenten ingebracht. Steeds vaker wordt er bijvoorbeeld met veel aplomb getrompetterd dat de positie van Nederland in het geding is. De zijdelingse bemoeienis van Wilders met het landsbestuur dreigt het imago van het Koninkrijk aan Zee blijvend te beschadigen.

Nederland zou geïsoleerd kunnen raken, zelfs worden geboycot terwijl bedrijven zich twee keer zouden bedenken alvorens hier te gaan investeren. Gisteren nog beweerde D66-lid Rob de Wijk in Trouw dat niet alleen het aanzien van Nederland wordt aangetast, maar ook dat Wilders ons een flink stuk welvaart gaat kosten.
Concrete plannen uit het buitenland om Nederland aan de gaarkeukens te helpen worden nooit genoemd. Die zijn er ook niet. Maar om het volk bang te maken hoef je ook niet zo nauwkeurig te zijn. Een babbeltje met een Duitse diplomaat of een Franse politicus die je in het toilet van een internationaal symposium aantreft, kan snel als bron dienen om het onbehagen te propageren. Opvallend is wel tegenwoordig dat de handelaren in angst zich voornamelijk in progressieve kringen ophouden. Om de bruinhemden die nu aan het formeren zijn tegen te werken, mag ZuurLinks best zijn eigen beginselen verloochenen. Want nog niet zo lang geleden werd er vanuit die hoek hooghartig geschamperd dat Nederland een soeverein land is en blijft. En dat het beleid inzake tal van vaderlandse curiositeiten niet vanuit Parijs, Bonn of Rome gedicteerd mochten worden.
Vooral in de jaren tachtig en negentig zorgden het Nederlandse drugsbeleid en de euthanasiewetgeving voor veel rumoer en protesten in de ons omringende landen.
Er verschenen in buitenlandse bladen als Der Spiegel, Times of The Economist vernietigende beschouwingen over het decadente koninkrijk dat door junkies en seriemoordenaars leek te zijn bevolkt. Allemaal gechargeerd misschien, maar dat men in Frankrijk of Duitsland veel last had van het permissieve en commerciële Nederlandse pragmatisme, was ook een feit.
In Amsterdam stierven hele brigades jonge Duitsers aan overdosissen van (te) zuivere heroïne.
Over Rotterdam rolden permanente tsunami’s van Noord-Franse jongeren die vervolgens de Hollandse dope in hun thuisbasis invoerden.
En wat deed de Nederlandse progressieve gemeente? Op zijn achterste poten staan met de klauwen in de aanslag: kom niet aan mijn joint en mijn lijntje. In die tijd had men een broertje dood aan imago, internationale reputatie en bedrijfsleven. Het ‘rechtse’ buitenland kon het dak wel op. Hier begon het nirwana van tolerantie en prettig gedoe.
Maar nu Nederland rechts dreigt te worden, zijn de schouderophalers van weleer ineens flink bezorgd over hun nationale imago in den vreemde. In een elan van gelegenheidsnationalisme springt men in de houding om over de verloren eer van het koninkrijk te treuren.
Deze komedie gaat er bij mij niet in. Nederland is nog steeds een soevereine en democratische rechtsstaat die zijn eigen beleid zelf bepaalt en zijn eigen regeringen zelf kiest.
In het buitenland zijn ze hooguit verbaasd over de Nederlandse onberekenbaarheid: gisteren slikkend en spuitend in de goot en vandaag in krijtjespak met de zweep in de hand.
***

Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.
***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *