966 Ephi – 't Scheldt

966 Ephi

 

‘Hoop slaat om in teleurstelling’, kopte Trouw gisteren. Het rare van deze gemoedstoestand, die bij machte is je innerlijke evenwicht te ruïneren, is dat hij niet alleen bij een niet gerealiseerde verwachting optreedt.
Hoe realistischer de verwachting des te pijnlijker en langduriger de deceptie.
Maar wat te doen als een immense teleurstelling opduikt terwijl er slechts sprake was van hoop?
Hoop doet leven, zegt de volkswijsheid. Het tegendeel is waar. Hoop is een niet rationeel gevoel dat je, voor je het weet, in een volstrekt illusoire zeepbel doet belanden. Vervolgens treedt de teleurstelling op en dan ben je vrijwel kansloos.
De gedachten rondom de niet vervulde hoop beginnen een helse carrousel in je hoofd. Je probeert ze te verjagen maar ze keren alsmaar terug, met als interpunctie die drie lettertjes: als, als, als! Je wordt het speelgoed van je nutteloze overpeinzingen. En als de nicotineverslaafde die niet van zijn peuk kan afblijven kruip je steeds weer naar die ongrijpbare rook van onvervulde verlangens.
Het doet pijn en de masochist in je gaat juist die wrede gemoedstoestand koesteren. Niets eerlijker dan je eigen ziel flink pijn doen. Je kunt een hele dag met een verwrongen gezicht rondlopen. Of met je vuist tegen de muur slaan en nooit meer naar die supermarkt gaan, die om zijn commerciële belangen veilig te stellen je in zijn zeepbel heeft opgesloten.

Maar je kunt ook vakkundig met je ontgoocheling omgaan en deze onschadelijk maken. Een kwestie van de juiste denktechniek. Vanaf mijn 15de weet ik hiermee om te gaan. Ze heette Patricia en speelde in dezelfde handbalclub als ik. Hoe het kwam weet ik niet, maar ik werd smoorverliefd op haar. Krankjorum van de verlangens om eens mijn mond op haar mond te drukken. Maar omdat ik nogal onervaren en timide was, stuurde ik een boodschapper op haar af om het terrein af te tasten. Hij kwam terug met een afgrijselijke mededeling. Zeker, ze vond me leuk en aardig. Maar die vriend van mij, die met lang haar en grote tanden, daar wilde ze wel mee in het gras rollebollen.
Ik sloot me direct op in het toilet en begon tranen met tuiten te plengen. Het duurde een paar dagen.

Totdat ik die vervloekte Patricia vezel per vezel ging ontleden. Ik zag plots hoe vettig haar volumineuze dijbenen met sinaasappelhuid waren. Daarboven hing een billenpartij die vroeg of laat bij het zitten een tweede stoel noodzakelijk zou maken. Verder was ze zo plat als een aandelenportefeuille na de zoveelste crash, miste zeker twintig centimeter lengte, had lelijk kort haar en stonk misschien ook nog uit haar mond. Na een week was de verliefdheid over en bij de training liep ik met een grote bocht om die worst heen.

Wie niet in zijn voetbalkater wil blijven hangen kon gisteren beter de buitenlandse kranten over Oranje raadplegen: misplaatste mannelijke agressiviteit, schande, afgrijselijk slecht, laf, beschamend.
Zeg eens eerlijk: wie wil nou dat een bende trappende en schoppende boeven wereldkampioen wordt?
***

Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.
***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *