965 Ephi – 't Scheldt

965 Ephi

Het is alweer 72 jaar geleden dat Orson Welles heel Amerika de stuipen op het lijf joeg met zijn Ufo-hoorspel op de radio. Welles stierf in 1985, maar nu hebben we de befaamde kosmoloog Stephen Hawking die ons voor vijandelijk bezoek waarschuwt.

In een nieuwe tv-serie van Discovery Channel smeekt Hawking de overmoedige mensheid om vooral geen contact met groene mannetjes te zoeken. Die bezoekende buitenaardse wezens moet je volgens Hawking zien als evenveel Christoffel Columbussen. Toen de ontdekkingsreiziger de kust van Amerika bereikte, pakte het ook niet goed uit voor de indianen. Hawking: ‘Zulke geavanceerde levensvormen hebben zich misschien ontwikkeld tot nomaden die alle planeten die ze kunnen bereiken, zullen veroveren en koloniseren’.
Ik ben zelf niet van plan om ook maar een vinger uit te steken naar een heelal vol groene kannibalen die het op mijn malse dijen hebben gemunt. Maar dat ik ooit in de fout ging en dicht bij een ontmoeting van het derde type ben geweest, moet ik nu wel toegeven.

Op zaterdag 14 april 1990 bracht ik een hele nacht door op het Waalse vliegveld van Bierzet/Luik om de ‘grootste jacht op Ufo’s ooit’ voor de krant te verslaan. Al maanden werd Brussel en Wallonië door een zwerm driehoekige Ufo‘s geplaagd. Die dingen verschenen zowel boven plattelandswegen als hoofdstedelijke flats. Franstalig België was in rep en roer maar over de taalgrens haalden ze hun schouders op: nooit een flitsende driehoek boven Vlaanderen waargenomen.
Officieel waren er meer dan 700 ‘betrouwbare‘ waarnemingen geregistreerd, waarvan een vijftigtal door gendarmes.
Op Bierzet was het hoofdkwartier van het ‘observatieteam’ gestationeerd, terwijl honderden vrijwilligers Wallonië afstruinden op jacht naar de Ufo’s. Af en toe meldde een wegpatrouille zich via de radio, en in een soort glazen kooi in de hal van het vliegveld werden de bevindingen vroom genoteerd.
De sfeer was gespannen en nerveus. Er hing een zweterige lucht in die kooi. Ik nam alle tijd om de observanten te observeren. Met enig cynisme, moet ik bekennen. Het waren allemaal mannen zoals het hoort in tijden van oorlog. Opgewonden vaders, pseudowetenschappers en vooral diepgelovige hobbyisten. Hier werd eindelijk een nieuw hoofdstuk aan hun jongensboek toegevoegd.
Naarmate de nacht vorderde, kwamen honderden Ufo-toeristen uit Luik aangereden. Allemaal met verrekijkers en, na een tijdje, lastige nekpijn. Maar er gebeurde niets. Totdat, kort na drie uur, de radio bijna ontplofte. Een wegpatrouille genaamd ‘Zoeloe’ had contact gemaakt. De stem uit de radio was hoorbaar opgewonden: ‘Het is een enorme rode cirkel die op mij afkomt!’
In de hal werd bijna om de microfoon gevochten: ‘Blijf kalm en observeer!’. De stem: ‘Het is ongelooflijk mooi’. Hier en daar werd voor het leven van de waarnemers gevreesd (‘Ze zijn zeker in shocktoestand!‘). Maar plots sloop een lichte aarzeling in de stem van Zoeloe: ‘Het lijkt de maan wel’. Iemand schreeuwde door de micro: ‘Kunt u bevestigen of het de maan is?

Er volgde een ondraaglijke stilte. En dan die vreselijke mededeling met gebroken stem: ‘Het is de maan’. Ik kreeg de slappe lach, werd bijna door de driehoekjagers gelyncht en ben de laatste twintig jaar nooit meer op Ufo-jacht gegaan.
***

Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *