962 Ephi – 't Scheldt

962 Ephi

Er was een tijd waarin deze eenvoudige Fransman een solide aversie koesterde tegen de kleur oranje. In mijn herinneringen begon zowel de oranjegekte als mijn weerzin ertegen tijdens het EK van 1988.
Met open mond zag ik hoe al die betweters en zelfgeproclameerde ‘gidslanders’ zich plots in de meest lachwekkende uitingen van chauvinisme wentelden. Die honderdduizenden pseudocalvinisten die zich langs wegen en grachten verzamelden met op hun hoofd opblaasbare klompen en bosjes worteltjes om hun kampioenen te salueren, dienden afgestraft te worden. Ik was toen ook een gefrustreerde Fransoos die op niets anders dan wraak broedde.

Jarenlang kon ik geen vertrek binnenlopen met erin meer dan één Hollander zonder onmiddellijk te worden terechtgesteld. Soms moest ik tussen twee hagen opgeheven vingers de aftocht blazen. Was ik soms niet een exportproduct van dat verfoeilijke Gallische chauvinisme? Een nazaat van Napoleon, kleinkind van De Gaulle en aangenomen zoon van Le Pen. Was ik soms niet moreel verantwoordelijk voor het stelselmatig bevorderen van Bernard Hinault in de Tour, het doen zinken van de Rainbow Warrior, het militaire machtsvertoon op 14 juli of de zonnige fratsen van Lodewijk, veertiende in de rij van knoflooketende egotrippers? Goedkope francofobie was wat jaartjes geleden zeer modieus.
Maar toen het laatste doelpunt in Duitsland in het net was gevallen, voelde ik mijn opgedrongen schuldgevoel verdampen. Yeah, aanvaluuh! Ik begon mijn gasten met hun contradicties te confronteren, het liefst hardhandig. Wie was hier de chauvinist van de ergste soort? De hypocriet die zijn gevoelens ontkent en verdoezelt? Vier jaar ervoor was Frankrijk Europees kampioen geworden en werd er amper getoeterd in Parijs (intussen is het daar wel anders). Ik haakte en stompte naar hartelust en dankte de hemel voor dit geschenk. Ging zelfs jarenlang door op de Holland-bashing-toer.

Maar nu is het welletjes. Ook mijn rancune is verdampt. Ik zie ook wel de ludieke en soms grappige kanten van de oranje-orgie.
Soms scoor ik zelfs een leeuwepet bij de supermarkt en als Nederland ver komt op dit WK, overweeg ik de aankoop van een brulshirt om bij een finale Italië-Nederland mij op een Toscaanse piazza beter te kunnen profileren.
Maar er is meer. Ik ben ervan overtuigd dat oranje het gelegenheidscement kan worden dat het wankelde natiegebouw bij elkaar gaat houden. Dat in dit versplinterde landschap een vorm van eenheid kan herrijzen door samen achter het nationale elftal te staan, is meegenomen. En dan alsjeblieft niet misprijzend doen over de futiliteit van het instrument dat de boel moet oplappen. Sport in competitieverband is het middel bij uitstek om verbroedering tot stand te brengen.
De regering van nationale eenheid zit al op tribunes en in woonkamers. De PVV-toeteraar naast de applaudisserende D66‘er. De jodelende PvdA‘er naast de brullende liberaal. En als er straks toch gejankt moet worden, huilen we samen een vloed aan oranje tranen.
***

Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.
***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *