958 KA 7 – 't Scheldt

958 KA 7

In ‘t Scheldt van 20 mei 2010 laat Prof. dr. Bob Smalhout zich negatief uit over Griekenland en over de euro. Hij vindt het allemaal niet zo leuk. Bij de vervanging van de gulden door de euro zouden de Nederlanders allemaal samen ruim 10 procent van hun spaargelden en pensioenen verloren hebben. Dat kan zijn maar dan vind ik dat eigenlijk helemaal nog niet zo erg.

De familie Brenninkmeijer bijvoorbeeld, eigenaar van C&A en de absolute top met een geschat fortuin van zo’n twintig miljard, heeft dan naar schatting twee miljard verloren.
En dat is uitgerekend evenveel als wat tweehonderdduizend families kunnen gewonnen hebben doordat hun hypotheekschuld gelijk ook met 10 procent devalueerde (als we die 10 % op 10 000 euro per gezin ramen).

Ik noem dat een positieve herverdeling, één die je nooit of nooit met belastingen kunt gedaan krijgen en ik spreek uit ervaring.
Laten we nu terug naar Engeland gaan want, by the way, hebt u na ons vorige stukje uw Britse ponden al verkocht?

Griekenland, zo blijkt nu, was niet het enige land met een slechte boekhouder. De nieuwe regering in Londen vond een zwart gat in de kas van twaalf procent, en dat is meer dan in Athene. De boekhoudtruc van Labour heet Private Finance Initiative (PFI).
Op die manier werden ziekenhuizen, scholen en andere staatsinitiatieven gefinancierd buiten de begroting. Labour heeft ook aanzienlijke pensioenbeloftes gedaan aan de zes miljoen ambtenaren.
Specialisten ramen deze schulden buiten begroting op tweeduizend miljard pond, of 40 000 pond voor elke belastingbetaler (Daily Mail, 15 mei 2010). Nergens was het socialisme-met-geleend-geld zo ongerept als in het Verenigd Koninkrijk, met absolute meerderheden van 1974 tot 1979 (Wilson, Callaghan) en van 1997 tot 2010 (Blair, Brown).
Tussen die twee periodes in hebben de conservatieven (Thatcher, Major) de mensen doen inleveren en belasting laten betalen om de schuldeisers tevreden te stellen, hetgeen de nieuwe conservatief-liberale regering nu weer gaat doen.

Op die manier is er sinds de eerste oliecrisis van 1973 een zeer typische economie ontstaan. Nergens ter wereld is er zoveel geld als in Londen en het pond staat sterk. Maar nergens ter wereld is er ook zoveel schuld en is het leven zo duur. Dat zijn twee keerzijden van dezelfde medaille. Want het vele geld moet natuurlijk zijn ‘beloning‘ krijgen en vraagt een steeds toenemend deel van de koek onder de vorm van hoge prijzen, hoge huishuren, hoge afbetalingen en hoge belastingen. Nergens ter wereld is het aandeel van de loonmassa in de nationale toegevoegde waarde de laatste dertig jaar zo gekrompen als in Groot-Brittannië.

Een devaluatie, niet met 10 procent, maar met minstens het dubbele zit er aan te komen. Dan verdwijnt het overdadige geld en de overdadige schuld een beetje vanzelf. Dat komt net goed uit, want dan kunnen de Britten in de euro stappen tegen één euro voor één pond (nu is dat nog twintig procent meer). Ik schat dat het pond er nog een jaartje (of twee) over zal doen om tot op het niveau van de euro te zakken.
Dan zal Prof. dr. Bob Smalhout kunnen schrijven dat de Britten allemaal samen 20 procent van hun spaargelden en pensioenen verloren hebben. En ik zal het niet erg vinden.

 

angst

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *