956 Ephi – 't Scheldt

956 Ephi

Nadat ik de eerste regels had doorgenomen, vluchtte ik al lezend uit de kamer om een eventuele traan te verbergen. Het was me een vleiend portret dat ze op haar velletje papier had geworpen. Was ik echt die man van het A-viertje? Met al die onvermoede kwaliteiten die ze me toedichtte kon ik later aan de hemelpoort onbezorgd bij Petrus aankloppen.

En het ongeduld dan? En het gesnauw wanneer ze mij in mijn ‘creatieve schrijffase’ durfde te storen? Waar was dan de egoïst toch gebleven die iedere vrouw in de man meent te ontwaren?
Van al die goede eigenschappen is er een mij bijgebleven. Zo schreef ze: ‘Als ik naast jou loop, voel ik me veilig’. Niet alleen was ik me hiervan niet bewust, maar ik kon me ook geen enkele onveilige situatie herinneren waar we samen in verzeild waren geraakt. Onze leefomgeving is geen jungle en er woedt hier ook geen oorlog. Geïntrigeerd maar tevreden, liet ik dit extraatje als kers op mijn verjaardagstaart rusten. Totdat ik vorige week op de radio de uitslag hoorde van een internationale enquête.
In een aantal Westerse landen was aan vrouwen gevraagd wat ze het meest in de man waarderen.
Op de eerste plaats kwam onveranderd het element veiligheid. Was will das weib? Door de man worden beschermd!
Het vloekt natuurlijk wel een beetje met feministische waarden en het kan misschien ook geharde macho’s in hun dwaling bevestigen, maar het is niet anders.
Ergens in de genen die we uit de nacht der tijden hebben geërfd, zit dat vervloekte rollenpatroon diep ingeprent. De fragiele vrouw verlangt vooral van de man dat hij ‘s nachts bij de ingang van de huiselijke grot gaat waken. Je hoeft overigens als man niet per se je opgezwollen spierballen te tonen om je taak te kunnen vervullen. Als de vrouw in crisissituaties verkeert, kan een begripvolle houding genoeg bescherming bieden.
Ook in mijn eigen genen zit die mannelijke beschermingsfactor.

Vorige week op een Rotterdams station zette ik het op een sprintje om de metro te halen. Een ineengestrengelde kluwen van vechtende echtelieden versperde me de weg. Ik was van plan om tussen beiden te springen om de vrouw te beschermen maar deze stuurde me met een armgebaar terug naar mijn hok. De slagen die ze de man toediende klonken dof en hard. En hij, smekend en verloren, incasseerde alsmaar. Hij werd geslagen, gekrabd en geschopt maar deed niets terug.
Gedesoriënteerd stapte ik de metro in. Door het raam zag ik nu dat de vrouw met een wit aardappelmes was gaan zwaaien. Drie mannen, geen onbekenden van het stel vermoed ik, sprongen plots voor haar neus en maakten met hun lichamen een bescherminghaag voor hun seksegenoot. Ook die mannelijke solidariteit zit ons in het bloed.

***

Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *