941 Ephi – 't Scheldt

941 Ephi

Wanhoop, materiële vernietigingen, menselijk leed en succesvolle reddingsoperaties komen ruim aan bod in die verslagen. Maar om de aanwezigheid van de dood in staat van ontbinding te schetsen, schieten de woorden te kort. Minutieuze beschrijvingen zouden al te macaber overkomen en voor de meesten van ons overbodig klinken. Zo niet respectloos en ondraaglijk.

Al die doden die zich in de straten van Port-au-Prince opstapelen moeten worden bedekt. Met kartonen lijkwaden of met ontwijkende zinnen. Een meer literaire benadering kan soms de hopeloosheid van de situatie goed weergeven. Zoals de beschrijving van een Canadese getuige: ‘De straten puilen uit van mensen, zowel levend als dood. De doden zijn in lakens gewikkeld. De levenden in hun lijdzaamheid’. Hier wordt de feitelijke situatie met het overheersende sentiment vervlochten.

Maar hoe beschrijf je de geur van de dood die in Haïti zo penetrant is en een demoraliserend effect heeft op de overlevenden? In bijna alle verslagen wordt hier melding van gemaakt. Maar de omstander komt meestal niet verder dan het bijvoeglijk naamwoord ‘ondraaglijk’. De lezers die voor het merendeel nooit met de stank van de dood zijn geconfronteerd, moeten het zelf invullen.
Ook ik heb nooit de geur van menselijke ontbinding opgesnoven. In mijn herinnering is er wel iets overgebleven van de uitwaseming die het kadaver van een aangereden hond langs de weg produceerde. Ik was toen tien jaar oud.
Maar zou ik het nu in woorden kunnen en willen vangen? En hoe verhoudt zich het rottend kadaver van een dier met de duizenden menselijke lichamen die de openlucht van Haïti vergiftigen?

Zelfs Charles Baudelaire in zijn beruchte gedicht ‘Een kadaver‘ (Une charogne) beschrijft weliswaar met precisie het ‘half ontbonden’ overblijfsel van een hond – wat hem op zware kritiek kwam te staan – maar blijft vaag over de geur:
De benen in de lucht,
als van een vrouw die brandt
Van wellust, van lijkvocht vergeven
Toonde het ons wijd open,
cynisch nonchalant
Zijn buik waar wolken stank uit dreven’.

Het ging Baudelaire overigens niet om de geur maar om het perspectief. Om het soortgelijk lot dat ooit ons eigen menselijk lichaam zal treffen. Aan zijn geliefde die samen met hem het kreng aanschouwt, zegt hij cru:
En toch ben jij niet anders
dan dat creatuur ( )
Ja! Ook jij zult zo zijn,
na ‘t laatste sacrament
Jij die de kroon draagt van het schone’.

Daarom ook moeten Haïtianen zo snel mogelijk van de doden worden gescheiden. Niet alleen om de fysieke hinder die ze door rottende lijken ondervinden.
Maar om een ander perspectief te krijgen dan dit lichaam dat na een heel leven verzorging toch zo snel kan vergaan. Een lichaam dat we met liefde en zorg met behulp van duizenden producten besprenkelen, scheren, kammen, masseren of insmeren.
Maar dat na de aanraking met dood niet meer blijkt te zijn dan een illusie.
Of een ingestorte gevangenis.
***

 

Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *