939 Ephi – 't Scheldt

939 Ephi

 

Maar toen ik een jaar of acht werd, was zowel het liegen als het stelen definitief voorbij.
Een schoolkameraadje had mijn jongste diefstal (drie pijltjes tijdens het schoolfeest) bij de meester verklikt. Vader werd per brief bij de directeur ontbonden. Tot overmaat van ramp besloot hij voor deze gelegenheid zijn politie-uniform aan te trekken en tijdens het speelkwartier te verschijnen. De gifbeker moest tot de laatste druppel gedronken worden. Zo’n moment van diepe vernedering is als een schandvlek nog steeds in mijn geheugen geprint.

Deze schoktherapie werd mijn genezing en tegelijk een handicap, want een beetje liegen kan soms aangenaam en comfortabel zijn. Zo zou ik dolgraag mijn lezers willen melden hoe fijn mijn Oudejaarsavond is verlopen. Gisteravond stonden we zoals gebruikelijk met de buren de champagne op ons stukje stoep te ontkurken terwijl buurvrouw en zangeres Fre Spigt bezig was een berg oesters te maltraiteren. De opwinding was groot. Niet zozeer door de drie vingers die buurman Vincent aan een slecht aangestoken partij knallers had moeten prijsgeven. Ook niet door de beginnende brand die een vuurpijltje in een pand aan de overkant had veroorzaakt. Nee, de spanning kwam door de snel invallende kou. Het vroor al 10 graden gisternacht in Rotterdam en op de singel was het ijs zo dik dat we met de hele groep erop gingen glijden. Helaas viel ik na amper vijf minuutjes schaatsen in een wak en moest de brandweer met zwaar materiaal uitrukken om mij eruit te zagen. In het ziekenhuis verliep de reanimatie vrij vlot en werd ik vanochtend rond vijf uur ontslagen. Met nog drijfnatte kleren kwam ik in een leeg en stil huis terug, net op tijd om te constateren dat geliefde haar koffers had gepakt, en dat ook het tafelzilver en de hond waren verdwenen.

Enfin.
Het voorafgaande herlezend, besef ik hoe liegen flauw kan zijn als je het sinds je kindertijd verleerd hebt.
De grenzeloosheid die fantaseren biedt, mondt bij mij uit in een bodemloze afgrond van flauwekul.
Mijn schuld is het niet. U moet dan bij de Trouw-redactie zijn die mij opdroeg mijn zaterdagcolumn op donderdagochtend alvast te schrijven. Een crime voor een stukjesschrijver die aan actualiteit verslaafd is.
En terwijl u zit bij te komen van al dat gefeest, geknal en geknuffel, maak ik me nu op om over enkele uren met vrienden het Nieuwjaar in te luiden.
Niet in de vrieskou, de ijzel of de sneeuw overigens. Maar in Toscane, met een aangename buitentemperatuur van 16,5 graden. Echt waar!
***

Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.
***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *