931 JR – 't Scheldt

931 JR

Het is allemaal goed en wel zoals De Standaard doet met valse tranen, wat betekent met een even valse glimlach, te verkondigen dat Vlaanderen steeds minder een topregio wordt in Europa.

Het gazetje van Vandermeersch, waarvan zeker is dat hij hoofdredacteur van Het Nieuwsblad is, vertelt dit enkel om op de eerste bladzijde te staan van De Standaard. Daardoor geraakt hij steeds als eerste in het morgennieuws van de VRT. Zo gaat dat. Vlaanderen voor een bord linzensoep.

À propos, gebeurt er nog iets in en voor Vlaanderen? Naar wat men in Vlaanderen schrijft of via radio en TV vertelt, niet. Gelukkig is er een andere waarheid, maar die houden de media ver van zich af.
Het antwoord op de vraag van Phara de Aquira: ‘Het is weer de schuld van de media zeker?‘ is simpel.
Ja, het is de schuld van de media. Het is de schuld van de media te zeggen, te hopen, te veronderstellen, te pronostikeren, erover te filosoferen. Waarover?

Hoe gaan we in een Vlaamse samenleving, bevrijd van België, met elkaar om? Het is een kapitale vraag en wie een spits antwoord geeft, in de zin van ‘als Belgen‘, zou misschien nog gelijk hebben ook.
Alleszins vandaag heeft die spitse opmerkzame waarnemer gelijk. En dan blijft slechts één besluit: de Vlaamse Beweging kan het boek best dichtklappen.
Waar zou die straffe taal vandaan komen?
Als we tussen rechter- en linkeroever even hard gaan vechten als tussen Antwerpen en Brussel; als we het wafelijzer, destijds gebruikt voor Luik en Zelzate (Sidmar), nu ook gaan gebruiken tussen Zeebrugge en de Antwerpse haven; als de verdeling van de kredieten voor autosnelwegen Brussel-Doornik t.o.v. Brussel-Hasselt, vervangen wordt door een verdeling tussen Mechelen-Dendermonde of Tongeren-Maaseik; als het die weg uitgaat, ja dan mag het boek dicht.
We gaan dan terug aan de Groeninge Kouter in Kortrijk om, samen met vetbetaalde bruggepensioneerde zware jongens uit Vlaanderen, voor de tweede maal de Slag der Gulden Sporen te winnen. Dat laatste was maar om te zwansen. In alle ernst nu.
Gaat het die weg uit?

Het is te vrezen, als men vaststelt dat de Vlaamse regering schijnbaar met steun van alle Vlaamse partijen alleen dan het Vlaanderen vertegenwoordigt als er iemand van Antwerpen, Limburg en West-Vlaanderen natuurlijk of van Gent minister is. Dan is het onafhankelijke Vlaanderen niet meer dan een groep Vlaamse provincies, de verenigde provincies kan men ze dan noemen.
Daarmee is meteen gezegd dat de geschiedenis zich herhaalt. Men kan daarover misschien een referendum houden. De vragen zullen natuurlijk zo zijn dat iedere provincie moet vertegenwoordigd zijn. Vanzelfsprekend, tenzij voor een aantal Antwerpenaren die zullen zeggen dat de stad Antwerpen in de regering moet vertegenwoordigd zijn.
Is dat ver gezocht? Neen, enkele maanden geleden zaten in dat Rood ATV-zendertje enkele politieke kabouters van Antwerpen-stad bijeen en die vonden dat een regering zonder één Antwerpenaar niet kon.
Gelukkig was er niet eens een helderziende, maar een redelijke man met gezond verstand die verwees naar het feit dat Leo Tindemans (afstand Antwerpen-stad-Edegem ong. 12 km) ooit Eerste Minister was geweest. Buiten enkele hysterische schoon-verdiepbewoners werd daarover geen herrie gemaakt. Waarom zou men ook?

De media kunnen van zichzelf blijven beweren dat ze als 4de macht het zogenaamde Vierde Rijk besturen. De over-informatie en de zeer velen die voor een mikro worden gesleurd, de vele professoren en politicologen die door bijdragen in de pers, vooral die zogenaamde zelfverklaarde kwaliteitspers, aandacht vragen, krijgen die veel minder dan algemeen wordt gezegd.
De bijdragen vertonen dikwijls het kenmerk van iedere veelschrijver, gehaast en niet altijd om niet te zeggen, veelal niet origineel.
Die over-informatie zoals al wat buitensporig hoor- of leesbaar is, leidt naar een in de grond zeer problematische situatie.

Informatie is een eerste voorwaarde voor geïnteresseerde burgers. Ooit kloegen die over het tekort aan informatie. Nu de informatie langs alle mogelijke kanalen tot verminderde aandacht leidt, wordt de geïnteresseerde burger veel minder geïnteresseerd. En zo is het nooit goed, zal men zeggen. Natuurlijk heeft de modale maar daarom niet domme burger om te beginnen nog wat anders te doen dan kranteninformatie te lezen, om nog maar te zwijgen van de commentaren. Die inderdaad helemaal geen domme jongen kan bovendien snel genoeg het koren van het kaf scheiden.

De commentator is zijn aureool kwijt geraakt. Rik Coppens, pardon Torfs, is een goed voetballer maar wat hij schrijft is onleesbaar geworden.
Met de informatieverschaffing zijn we terug bij af. Tot die sector door krantenboeren wordt geleid zal dat niet veranderen. Men mag alle hoop op volksverheffing wel laten varen als van economie tot politiek en sport de media worden gedragen door de reeds genoemde krantenboeren.
Voor radio en TV de zogenaamde verhaaltjes-vertellende omroeps(st)ers, BV genoemd, verschijnen toch maar om te zorgen dat men in slaap valt voor de TV of wegzakt met de krant die u eens in uw handen had.
Wat kan het Vlaanderens kwaliteitskrant schelen hoe het in Vlaanderen draait. De eerste bladzijde (de één) dáár gaat het om. Hele bladzijden zijn weliswaar gevuld, maar de kleinere helft doorgaans met één reuze-foto.

Vele columns lijken wel per stapeltje geschreven, klaar voor verzending. Getallen die bij ongevallen, oorlogssituatie inbegrepen worden geciteerd, liefst zonder vermelding van datum. Zo vermijdt men tragische vergissingen. Enz. enz.
Men begint begrip op te brengen voor die publicaties waar de tekst de inhoud van een publicatie evenaart. Waar foto’s echt niet nodig zijn, waar zelfs een gedicht, een halve of hele eeuw geschreven het blad letterlijk siert. Die publicaties zullen nooit de ‘Boekskes‘-oplagen overtreffen. Zij zullen wel het bruto volksgeluk van de lezer in een zekere mate vergroten, meer hoeft u niet te verwachten.

De spiraal, die op dit ogenblik in sneltempo omlaag gaat, zal een beetje aangetast worden. Het zal lang duren, maar eens zal het trilogieleesgebrek er weer zijn, terug van weggeweest.
De lezer verneemt de informatie van iedere dag op de straat, in de buurtwinkel of elders. Maar hij heeft in het boek der geschiedenis iets gelezen over het geluk van gisteren. En hij zal tevreden zijn, want over het ongeluk van vandaag schrijft men met teveel fouten. Men vergist zich van eeuw en kent de d-t regel niet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *