923 Ephi – 't Scheldt

923 Ephi

Ik weet nog heel goed hoe ik de trap van het regionale dagblad La Marseillaise opklom. Met bonkend hart en vervuld met angst. Wat zouden die onbekende mensen, die professionele journalisten vinden van het stukje dat ik meegebracht had? Het stukje ging over het sportleven van jongeren en was met de hand geschreven.

De redactiechef, Henry, was een vriendelijke man die tijdens de oorlog in het verzet had gezeten en als communist door de nazi’s werd gedeporteerd. Hij boog zich over die twee velletjes papier, las het artikel aandachtig en keek me vervolgens vaderlijk aan. Het ging wel, zei hij. Stilistisch was het goed, hoewel hij hier en daar wat foutjes had opgemerkt.
Hij gaf de twee A4’jes aan een collega die tegenover hem zat, met als opdracht het stuk ‘op te frissen’. Die journalist deed lachend het raam open, stak de velletjes naar buiten en liet ze even in de Provençaalse wind wapperen. ‘Opfrissen’, grinnikte hij. Bevangen door een roes die uit een mengeling van euforie en opluchting bestond, lachte ik met de man mee.

Een paar dagen later stond mijn naam in de krant. Noem het een soort geboorte, een uniek moment van besef dat je nu deel uitmaakt van het publieke domein. Nooit meer, na die duizenden keren dat een artikel of column van mijn hand werd gepubliceerd, heb ik hetzelfde gevoel, dezelfde intense trots mogen ervaren. Bovendien leer je met de tijd wat het betekent om als ‘publieke‘ figuur op te treden. Je kunt je nergens achter verschuilen, bent volstrekt verantwoordelijk voor je schrijfsels en kunt erop aangesproken worden. In bepaalde gevallen kan een verkeerd woord of bewering je in de rechtszaal doen belanden.

Het is me een keer of drie overkomen (twee keer gewonnen, een verloren). Schrijven vanachter een gordijn van mist en anonimiteit is er niet bij. En terecht. Je naam is niet gefingeerd, je telefoonnummer en e-mail-adres worden niet afgeschermd, en tegenwoordig staat zelfs je kop in de krant of op de site.
Soms moet je tijdens het afrekenen bij de supermarkt aan een volstrekt onbekende verantwoording afleggen: ‘Ik ben het met bijna alles wat u schrijft oneens, meneertje!’

Andere keren lees je op internet dat je zo laat op die plek met je dochter of je geliefde bent geweest en dat je een lelijke broek droeg. Daarom ook ontwikkel je gaandeweg een natuurlijke en gezonde afkeer voor de anonieme brij die internet dagelijks bedekt. Voor al die bloggers, zelfgeproclameerde columnisten of doodgewone ‘reaguurders‘ die tekeergaan, fulmineren, terechtstellen en executeren, vanachter de veilige dekmantel van een armzalig pseudoniem.
Bijna dagelijks word je door enkele van die bibberende schimmen in hun halfduister op de hak genomen of beschimpt. Dan lees je dat je ontslagen moet worden, dat je niet deugt, dat je bang en laf bent. En altijd moet je hier hartelijk om lachen. Omdat die krabbeltjes vaak aan de anonieme keukentafel, vanachter een nietszeggende pseudo of alleen een doordeweekse voornaam zijn ingetikt.
***

Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.
***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *