921 Ephi – 't Scheldt

921 Ephi

De laatste column voor zijn jaarlijkse, welverdiende rust brengt de stukjesschrijver altijd de nodige hoofdbrekens. Meestal heeft hij geen enkele zin om nog een onderwerp van betekenis aan te snijden en wil eigenlijk zo snel mogelijk op de knop ‘verzenden‘ kunnen drukken.

Buiten, door de bomen heen, schreeuwt de zon om aandacht. Binnen, en in zijn hersenpan, heerst de steriele leegte van de demotivatie. Als hij dan aan zijn laatste opdracht begint gaan juist duizend cicaden (vaak ten onrechte krekels genoemd) hun concerto verhevigen. In mijn geval geen kop als ‘vakantie‘ of ‘even weg’, geen nabeschouwing over het afgesloten seizoen en zeker geen actualiteit.

Zaterdag 1 augustus, plechtig begin van vier weken absentie, is door mijn boulimie zo volgepropt dat ik nu al een verkeersinfarct in mijn vakantieagenda vrees.
Snel opstaan dus en voordat de thermometer de dertig graden bereikt, als een speer op mijn Bianchi racefiets. Een prachtig ding van alu hydro carbon in de traditionele ‘celeste’ kleur van dit Italiaanse merk, dat je met een vinger kunt optillen. Dan onze Toscaanse berg afdalen richting Pietrasanta waar ik mijn beide bidons bij een fontein zal vullen. Vanaf dat punt wachten mij 25 kilometers klimmen richting de tunnel del Cipolaio, die op een hoogte van zo’n 1000 meter moet zitten.
Twee uren zwoegen en zweten, nicotine en teer uitkotsen onderweg en vooral die weerbarstige 113 kilo (voor 196 cm) naar boven torsen. Maar wel met een stop in het dorpje Seravezza, aan de voet van de klim.
Ja, waarom moest ik ook nog, uitgerekend deze ochtend, een afspraak met mijn vriend de beeldhouwer Philippe Delenseigne maken? Omdat hij in het Centro Congressi van Seravezza tot 6 augustus zijn werk exposeert (www.delenseigne.com) en ik een van zijn sculpturen wil uitkiezen voordat alles wordt verkocht.

Als ik bijna twee uur later met verzuurde benen de Cipolaio heb bereikt moet ik als een steen weer afdalen (pijn in de nek en verlamde handen van het remmen) richting de parking van supermarkt Conad. Daar wacht geen douche, alleen een handdoek en schone kleren in de auto, aangereikt door geliefde.
Samen gaan we dan de vier vlezige konijnen halen die we hebben besteld. Plus natuurlijk kilo’s uien, champignons, olijven en een berg lekkernijen om gevarieerde antipasti te maken. Die vier konijnen zal ik dan ‘s middags in de hitte moeten koken, samen met tweeënhalf liter Siciliaanse witte wijn voor de saus. Voor de gelegenheid zal ik de kookplaat naar buiten verplaatsen, want vier konijnen uren binnen laten sudderen, staat garant voor een zweterige nacht van rond de 32 graden.
Enfin, rond 8 uur zullen onze eerste vrienden het bospad inslaan dat naar ons berghuisje leidt. Vijfentwintig in totaal, pratend in alle wereldtalen, met in hun tassen genoeg wijn om de avond vrolijk door te brengen en de succulente konijnen à la Toscana te besprenkelen. Dan, uitgeput, met verzuurde spieren en een lichte chiantiroes, zal ik tevreden en slaperig mijn eigen Zwarte Zaterdag afsluiten.

Tot gauw.

***

Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *