919 Ephi – 't Scheldt

919 Ephi

Het is natuurlijk te hopen dat die definitieve plannen niet in een definitieve la verdwijnen, onder een definitief stapeltje krantenknipsels vol superlatieven uit juli 2009. Want in de Maasstad zijn in het verleden andere megaprojecten geruisloos afgevoerd die door het gemeentebestuur feestelijk werden ingeluid. Denk bijvoorbeeld aan die monsterlijke Nana, een dikbuikige pop met de allures van een wolkenkrabber. Of de gigantische champagneglazen op het Centraal Station die je in een roes van trots moesten storten. Enfin, De Rotterdam wordt het grootste gebouw van Nederland met zijn 160 000 vierkante meter. Nog meer prestige, nog meer aanzien.

In Rotterdam willen we in meters en aantallen altijd boven de anderen uittorenen. De hoogste zus, de grootste zo. Maar ook ‘de meest’.
Zo zijn we de meest onveilige stad van Nederland, met de meeste achterstandwijken. Ik ken natuurlijk niet alle cijfers uit mijn hoofd maar misschien hebben we ook het absolute record voor schooluitval, armoede, vuil op straat en het grootste aantal bewoners die het Nederlands niet machtig zijn.
Vorige maand vertelde een buurvrouw ons dat ze haar stad, die ze 25 jaar lang zo liefhad, definitief ging verlaten. Ze voelde zich hier niet meer thuis. Een verkeerde inschatting, dunkt me. Als ze nog even zou blijven zou ze vanaf de noordelijke oever van de Maas naar de prachtige, pas opgeleverde gigant, De Rotterdam, kunnen turen. Modern en fris, met maar 340 miljoen euro aan de laatste snufjes op het gebied van energiebesparing erin verwerkt.

Er was een tijd dat ook ik vol bewondering was voor onze skyline. Je richtte vaker dan verwacht je blik naar de hemel terwijl op tv het feuilleton ‘De negen dagen van de gier‘ werd uitgezonden. Imponerend hoe die mysterieuze vogel tussen onze wolkenkrabbers zweefde. Totdat je, ongemerkt, steeds meer op de grond door gebeurtenissen werd vastgenageld die op mensenhoogte plaatsvonden. Dan snap je uiteindelijk dat er hier twee steden in één zitten.
Er is de stad die zich in de wolken verliest. En er is het andere Rotterdam, dat beneden achterblijft en maar niet boven de stofwolken op de stoepen wil uitstijgen.
En hoe goed bedoeld ook, elk nieuw prestigieus project vergroot de kloof tussen die twee werkelijkheden. Het verdiept de contrasten van twee concepten die ooit in een schizofrene struikelpartij resulteren.

Laatst reed ik in een straatje waar overdag bijna alle benedenramen met gore of oude dekens waren bedekt. De mensen erachter leefden, zo te zien, permanent in kunstmatige duisternis. Onbekende schaduwen in hun eigen kunstlicht. Waarom ze zich zo afschermden van de blikken van buiten, weet ik niet. Hadden ze iets te verbergen? Hun eigen onbehagen, bijvoorbeeld.
De aanblik van al die ramen, met dikke lappen stof geblindeerd, was in elk geval even duizelingwekkend als die van al die wolkenkrabbers die nog zullen komen.

Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *