918 Keizer – 't Scheldt

918 Keizer

Het kiesstelsel gaat uit van de nobele gedachte dat iedereen één stem heeft.

kieshokNobel, maar onjuist. Hij heeft tientallen stemmen, weliswaar beperkt tot dezelfde lijst. Maar dat heeft enige betekenis. Wie veel stemmen krijgt (voorkeurstemmen) impressioneert zijn eigen partij. Een voorbeeld is Anne de Batselier. Relatief veel stemmen, niet genoeg om te worden verkozen, maar wel genoeg om haar big boss te impressioneren en op de lijst van ondervoorzitter LDD terecht te komen.
Eén man, eén stem, nobel maar ook ontluisterend wegens de stemplicht.vogelpik
De stemplicht bestaat; sommigen zeggen neen; het gaat over opkomstplicht. U moét niet stemmen, u moet alleen het stemhokje binnengaan. Dat is flauw: wie in dat hokje gaat, doet iets. Hij/zij zoekt ongeïnteresseerd een lijst, valt bij de liberalen, de christendemocraten, de socialisten, het Belang enz. En dan maar een bolletje aanstippen. Als uw elektronische pen uitschuift, zit u, bedoeld voor de Flip bij Anke of omgekeerd. Misschien ontmoet u bij toeval ook een oude vriend. Waarom hem niet met een stemmetje bedanken, hij heeft nog een pint tegoed.Stemplicht?
Er is voor en tegen; feit is wel, ziet u de bui aankomen dat in Europa nog drie landen met stemplicht zitten? Dat is zoals bij de kleine negertjes: toen waren ze nog met twee, één en dan is het gedaan? Zoveel beter? Uw president laten kiezen met 40 % van de stemmen is ook niet zo proper.

Kiesrecht of Kiesplicht?

Men kan er uren over discussiëren. Misschien is dat systeem van opvolgers veel erger.
Wat is de toestand?
Neem de kieskring Antwerpen. Door het systeem van de opvolgers zijn er ongeveer 500 kandidaten. Een volledige lijst geeft 33 kandidaten en 16 opvolgers, dus 49. Met de kleinere lijsten erbij komt men royaal tot 500 kandidaten. Overbodige vraag: is dat niet teveel? Als er op een lijst 10 gekozenen zijn (het hoogste is bij de laatste verkiezingen 8) blijven er 23 onverkozenen over. Neem die voor opvolgers en iedere partij zal voldoende kandidaten in de reserve hebben. Opvolgers overbodig dus.Conclusie
Schaf de opvolgers af. In 1971 was het bijna zover: Swaelen, jong, moderne nationale voorzitter van de CVP-jongeren had dit voorgesteld en het was zo logisch dat op een zeker ogenblik iedereen van alle partijen akkoord ging.
Dit was echter van korte duur. Men had ontdekt dat het niet zo gek was met één, twee namen bovenop enkele stemmen meer binnen te halen. Er waren nog kieskringen waar men enkele tientallen stemmen tekort kwam om de laatste zetel in de wacht te slepen.
Toen de verplichting slechts voor één te stemmen in 1995 ophield te bestaan, was er een ander argument: ‘Gebruik uw stemrecht volledig’ was toen het parool. Met veel opvolgers kreeg uw lijst niet meer die grijze eenheid van kandidaten die allemaal hetzelfde partijprogramma prevelden. De opvolgers werden een horde weliswaar politiek geïnteresseerden, maar het was geen lijst meer. Een lijst moet het uitzicht geven van een éénheid van ideeën en een strategie. Een lijst geeft aanzien en politiek is een serieuze zaak. Van dat laatste zal de politiek de kiezer wel moeten overtuigen. Dat laatste gaat echter moeilijk met kandidaten die beslist hebben ieder voor zich te gaan. Dat hebt ge zeker bij de opvolgers.
En de kiezer merkt dat. In de kieskring Antwerpen had CD&V de goede idee propaganda te voeren met affiches waarop minstens drie à vier kandidaten. Het verschil tussen dergelijke propaganda van een deel van de groep en de geniepige kandidaat/kandidate die ergens alleen zijn/haar smoeltje liet zien, viel bij de kiezers op.
Een kandidaat die solo speelt, moet al een sterke achterban hebben, tindem
maar als er die is werkt het systeem in het voordeel van ‘Een man’ en ‘Alleen die man’.
Leo Tindemans was in zijn gloriedagen zo iemand. Tijdens een kiestoespraak, omringd door kandidaten van zijn lijst, zou hij zich wel hoeden éénmaal de naam van die collega’s/concurrenten uit te spreken.Sociologen (vooral in Vlaanderen) zeggen dat de kiezer de verliezer is. Prof. Huyse is bij die sociologen.
Is dat wel zo? Dat hangt ervan af. Als het kiessysteem erop gericht is tot een gemotiveerde ploeg te komen dan zijn er geen verliezers. Bij de winnende partij niet en ook niet bij de kiezers. Men kan natuurlijk zeggen dat de kiezers altijd verliezen omdat de politicus, eens verkozen, toch altijd zijn/haar goesting doet. Dat is ongetwijfeld zo.Gelukkig zijn er heel lucide politici die het gat in de haag groot genoeg vinden om mee te doen en de kiezer nadien wijs te maken dat ze veel gedaan hebben ‘voor de mensen’.steva
Maar dat wreekt zich. Voor wie het allemaal onduidelijk is: ooit was er bij de socialisten een zekere Stevaert die dat reeds genoemde ‘gat in de haag’ had gevonden, zo beweerde hij toch. De Keizer van ‘alles gratis’ heeft zijn partij gedumpt ‘achter de haag’ en met zijn partij tegelijk al wat links was in Vlaanderen.Wanneer verliest de kiezer?
Als CD&V een beetje wint, kan het verliezen. Hoewel, bij CD&V kan verlies en winst samenvallen. Verlies voor Herman van Rompuy, winst voor Peeters of omgekeerd.
Bij het Belang is het niet anders: als Valkeniers wint, verliest Dewinter en omgekeerd en de kiezer zit tegelijk in één van de twee kampen.
Bij de liberalen is het enigszins ingewikkeld. Laat het ons daarbij houden.Hoe is de situatie in Vlaanderen?
Zelfs de grootste criticaster moet erkennen dat na de verkiezingen méér aandacht bestond voor Kris Peeters en Bart de Wever dan voor de uitslag van de Europese Verkiezingen met dat door de media aangekondigde reuze-debat Dehaene contra Verhofstadt. Verhofstadt won het meeste voorkeurstemmen en dat zal liggen aan het feit dat Dehaene er zomaar wat bijliep. dehaeneverhof

Verhofstadt toonde een grote ambitie en er zijn kiezers die dat fijn vinden. Want wat is er mis met ambitie?
Dat soort kiezers zijn er ook: het zijn dus allemaal geen mensen die zich bekocht voelen. Verhofstadt is ijdel, erg genoeg voor hem want voorzitter worden van een liberale fractie (80 leden, de optelsom van ongeveer 6 leden per land – er zijn 27 lidstaten in Europa) is een soort zelfmoord.
Hoe kan in Europa dat staat voor vrijheid een Europees liberalisme worden uitgevonden door een Vlaamse politicus die echt gelooft dat Europa er is om Vlaanderen binnen op te sluiten, uit naam van de vrijheid. De Liberalen in Europa? Miserie, miserie aldus Jacques van Assche en hij kan het weten. Hij was bijna bij de christendemocraten.
Nu wonen die christendemocraten in Europa onder de koepel van de grote E.V.P. Daar zijn ze als een mier op de rug van de olifant, zeg maar Duitsland.
Het Duitsland van o.m. Hans-Gert Pöttering uit Vechta, een dorpje diep in het Nieder-Sachsische binnenland, niet zo ver van de Hase bij Löningen. Daar huist de Duitse ziel. Om te spreken als de schrijver Martin Walser: er kan nooit genoeg vaderland, nooit genoeg patriottisme zijn.
Walser is uit Zuid-Duitsland, maar bij Heinrich Böll of bij de familie Himmler in het Rijnland was het niet anders.Dwalen we af?
Neen het ging om kiezers en om kiezen. We spreken dan over partijen en macht. Een socioloog zegt dat partijen die ideologisch zwak zijn vrij vlug uitpakken met kandidaten van de leuke en toffe jongens-en-meisjesstijl.
Dat klopt en al die bolletjeskermissen in dit land al enige tijd georganiseerd, zijn daarvan getuige.
De elementaire wens een goed bestuur aan te stellen is hier al lang verloren.
Maak de vergelijking met Duitsland: daar is het voldoende Duitser te zijn waar de CDU de grootste partij blijft omdat ze aansluiting tussen volk en leiding gevonden heeft, weliswaar ten koste van miljoenen slachtoffers. Slechts daardoor kon ze de overstap van Weimar naar de Bondsrepubliek van Adenauer maken.
Was dat offer niet te groot? Ja. En partijen blijven niet eeuwig.
Ondertussen blijft de Burger, het volk en de staat bij ons vreemd voor elkaar.En ook de catastrofe blijft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *