918 Ephi – 't Scheldt

918 Ephi

Inktbroer Schouten twijfelde, maar heeft toch een huis in de Ardennen gekocht. Ik ken iemand die zijn twijfels en angsten nooit te boven is gekomen. Hij was een keurige ambtenaar, een uitzonderlijk lieve vader en een trouwe echtgenoot. Hij vreesde alleen maar één ding: het onbezonnen avontuur dat je op een dag in de armen van De Bankier drijft.

Geld lenen en je voor jaren in de schulden werken, was ongeveer de ergste nachtmerrie van deze keurige ambtenaar, die nog nooit een centime in het rood had gestaan.Wie een lening afsluit, geeft alvast één vinger aan de duivel en je weet hoe het afloopt met degenen die bij Mefisto in het krijt staan.
Als zijn zoons buiten gingen spelen riep hij ze soms eerst bij zich en herhaalde zijn waarschuwing: nooit aan stenengooien beginnen, daarbuiten. Want als je een kameraadje raakt, dat vervolgens een oog moet missen dan zal je vader voor de rest van zijn levensdagen moeten betalen. De armoede als vooruitzicht.Het idee om huiseigenaar te worden was bij hem nooit opgekomen. Een huis huur je, punt uit. Het enige onderkomen dat hij ooit aanschafte was van waterdicht blauw textiel. Een grote campingtent die hij eens per jaar langs de kust plantte en waarin zijn gezin zich in een kasteel van wapperend textiel waande.In 1969 verliet het gezin die huurvilla die ze maar voor een paar jaar hadden bewoond. Vader had iets anders op het oog. Aan de rand van de stad werd een betonnen wijk gebouwd. Helemaal nieuw en de huurprijs was daar vrij laag. Zijn kinderen moesten met een brok in de keel afscheid van tuin en vogels nemen. Vanaf de derde verdiepingen waar het gezin was gepropt, kon men naar de goederentreinen turen en de vorderingen van de snelweg in aanbouw volgen. Een paar jaar later was het inferno van decibels een feit.Toen gebeurde iets geks. De vader nam zijn gezin mee om een kijkje te nemen in een nieuwe wijk buiten de stad waar koophuizen werden opgeleverd. Heel wat van zijn collega’s hadden al getekend. Zijn kinderen konden hun ogen niet geloven: de lieflijke huizen hadden allemaal een verdieping en een tuintje. En in de verste verte zagen ze geen autoroute. Vader kon een goedkope lening krijgen. Maar na een paar weken sloeg de angst toe: geld lenen bij de bank bleek voor hem een brug te ver. Het gezin bleef in de betonnen doos zitten en op hun achttiende ontvluchtten de zoons het te krappe flatje.Nu zijn mijn ouders de tachtig gepasseerd, slecht ter been en ze kunnen geen kant meer op. Na veertig jaar is hun buurt verloederd.
In hun gehorige flat hebben ze zelden nog een normale nachtrust met al die lawaaierige nieuwe buren. Op hun deur heeft iemand een onbegrijpelijke zin met een dikke viltstift geschreven. Een verwensing in het Arabisch.
Moeder huilt vaak en vader zit stil naar de tv te kijken. Ik vermoed dat hij af en toe aan dat koophuis terug moet denken en aan die lening die hij nooit heeft afgesloten.
***
Onze dank aan Sylvain Ephimenco en de krant Trouw voor hun toelating tot overname van deze column.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *