916 Van Miert – 't Scheldt

916 Van Miert

Wim Geldolf over Karel van Miert in zijn boek ‘Een stuk oude politieke cultuur achteraf bekeken‘.Wim Geldolf speelde in het voorjaar van 1977 een doorslaggevende

geldolfrol in de aanduiding van Karel van Miert tot co-voorzitter (samen met André Cools) van de toen nog unitaire BSP.
Toen Willy Claes, amper twee jaar co-voorzitter, zich geroepen voelde om opnieuw minister van economische zaken te worden, stelde Geldolf, in een gesprek tussen hem, Claes en Frank van Acker, Van Miert voor als zijn opvolger. Als nieuwe partijvoorzitter moest, volgens Geldolf, immers gekozen worden voor een figuur waarvan iets kon uitstralen in de media en vooral op tv, voor een bekwame, dynamische jongere met Europese oriëntering.
Niet bij iedereen viel deze voorkeur van Geldolf in goede aarde. De eerste die niet echt enthousiast reageerde, was Willy Claes die met Van Miert één van zijn voornaamste medewerkers zou verliezen.
Bij de Antwerpse socialisten lagen onder meer Bob Cools, Louis Major, Jos van Elewijck… dwars. Zij schoven Willy Calewaert naar voren. Ook Lode Hancké stelde zich kritisch op… John Mangelschots kon enkel akkoord gaan als Van Miert ‘zeer stevig door de Federaties in de hand zou worden genomen’.
Op 27 juni 1977 werd Van Miert toch verkozen als nieuwe co-voorzitter. De Algemene Raad die deze beslissende keuze maakte, werd voorgezeten door Geldolf
Geldolf beleefde met Van Miert de volgende jaren nog mooie, nog spannende maar ook dramatische (rakettenkwestie) en later zelfs uiterst pijnlijke momenten (Van Miert daagde niet op op de Algemene Ledenvergadering van de BSP Antwerpen in 1982 waar Geldolf werd geliquideerd als schepen). Had hij zich bij het suggereren van Van Miert als kandidaat voorzitter, verleid door zijn charisma, vergist? Geldolf beweerde achteraf van niet, hoewel hij wel dacht dat Van Miert doortastender zou zijn geweest. ‘Hij miste toen soms dat stukje politieke moed dat een Louis Tobback wel had’.Nog later heeft Geldolf hem dan weer als Europees Commissaris dikwijls voor zijn doorzettingskracht in kapitale aangelegenheden oprecht bewonderd.
Geldolf had uiteraard vele persoonlijke contacten met Van Miert die, hoewel hij door de lokale afdeling van Turnhout als een rebel werd beschouwd, volgens hem steeds vriendelijk en voorkomend was.Een werklelijk diepgaand intellectueel gesprek, los van het onmiddellijke politieke, kwam echter niet zo goed op gang met hem. ‘Hij had belangstelling voor de tuin. Het chanson boeide hem, al lagen de accenten anders; op Jacques Brel na, meer op het niet-Franse chanson gericht. Geschiedenis zag hij blijkbaar hoofdzakelijk politiekfunctioneel. Hij was een vlot en aangenaam causeur. Maar een werkelijk redenaar was hij niet. Een zaal begeesteren met gebruik van en respect voor de klassieke regels van de redekunst? Hij deed er geen inspanning voor. Zijn woordkeuze was eerder arm. Ondanks alle schijn was hij helemaal geen ambitieuze doorduwer. Hij was rap ontgoocheld’.Het boek waaruit een en ander werd gelicht (‘Een stuk oude politieke cultuur achteraf bekeken‘) werd uitgegeven bij C. de Vries-Brouwers in 2006, ISBN 978 90 59272 34 7.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *