915 Debatclub – 't Scheldt

915 Debatclub

De verkiezingen van 7 juni waren geen aardverschuiving; de zogenaamde versnippering is geen directe bedreiging voor de bestuurbaarheid; de peilingen waren weer geen voorbeelden van betrouwbaarheid en de media verkopen de politiek als amusement.

Dat vertelde ex-journalist Roger van Houtte in een voordracht voor de Vlaams Nationale Debatklub in Edegem. Van Houtte was vele jaren journalist van Gazet van Antwerpen en werkt nu sinds enkele maanden als stafmedewerker van de N-VA. In zijn analyse van de jongste Vlaamse verkiezingen wilde hij aantonen dat de resultaten van 7 juni veel minder verrassend waren dan vele waarnemers wel vonden. De uitslagen pasten helemaal in de evolutie van de jongste zestig jaar. De christendemocraten, die door vrijwel iedereen als de grote winnaars werden aangewezen, verloren sinds de tweede wereldoorlog meer dan de helft van hun kiezers. In 1958 haalde de CVP overal meer dan de volstrekte meerderheid. Op 7 juni jl. was dat nog 22,9 procent, slechts 0,8 procent beter dan het absolute dieptepunt van 1999, toen de verkiezingen bepaald werden door de dioxinecrisis. Een grote overwinning kon Van Houtte dat niet noemen.
Ook de socialisten kalfden voortdurend af van ongeveer 30 procent tot de huidige 15 procent.
De liberale uitslag van 2009 was zeker niet goed en zelfs de slechtste sinds het Vlaams parlement rechtstreeks wordt verkozen (1995), maar er waren vroeger nog zwakkere momenten. De liberalen schommelen sinds WOII in Vlaanderen tussen 9 en 22 %. Een vrijwel gestadige opgang is er wel voor de Vlaams-nationalisten, al is het vaak in verspreide slagorde. De optelling van N-VA en Vlaams Belang samen geeft in 2009 een totaal van meer dan 28 procent. In 1949 kon de Vlaamse Concentratie nauwelijks 3% halen. De Volksunie wist pas door te breken in de jaren ’60. De N-VA scoorde bij de jongste verkiezingen merkbaar beter dan de VU in haar nadagen.
Er zijn vandaag inderdaad meer partijen in Vlaanderen, maar Van Houtte heeft zijn bedenkingen bij die ‘versnippering’. ‘Het probleem is kennelijk niet de veelheid van partijen, maar de afkalving van de traditionele grote partijen en de reële dreiging dat ze een deel van hun macht verliezen of moeten delen met kleinere partijen. De bestuurbaarheid is geen probleem in Vlaanderen. Men kan veel kwaad vertellen over de Vlaamse regeringen van Leterme en Peeters, maar niet dat ze niet in staat waren te besturen’.
Volgens Van Houtte is de onbestuurbaarheid Belgisch. ‘Het heeft te maken met het verschijnsel België, met twee gemeenschappen die politiek en sociaaleconomisch vrijwel geen gelijkenissen meer vertonen’.
De gewezen journalist stelde dat men vandaag niet weet welke factoren de verkiezingsuitslag van 7 juni hebben bepaald. ‘Ik kan er wel een aantal vermoeden: de invloed van de media bv., de rol van de zogenaamde boegbeelden van de partijen, de economische crisis (maar dan hadden de socialisten daarvan toch meer moeten profiteren), de klimaatcrisis (toch iets voor Groen!), de aanhoudende institutionele crisis, samenlevingsproblemen, veiligheid en justitie, enz.’ Men wacht op degelijk onderzoek van de vele politologen en sociologen. Dat moet volgens de journalist toch iets meer zijn dan wat rondlopen op de markt van Kontich.
Povere peilingenVan Houtte stelt vast dat de peilingen naar de kiesintenties de verkiezingscampagnes steeds meer gaan bepalen.Het wetenschappelijk niveau van die enquêtes is soms bedenkelijk: te kleine steekproeven, opsplitsingen in provincies met veel te kleine populaties, niet melden van foutenmarges, problemen met de geringe bereidheid van ondervraagden om deel te nemen, methodologische problemen, enz.
Van Houtte citeerde een expert, Frank Thevissen, gewezen hoogleraar Communicatiewetenschappen aan de VUB, die het heeft over ‘oertraditionele en conservatieve peilingen, die nagenoeg elke verkiezing beneden peil blijven’.
De afwijkingen tussen de ‘voorspelde’ en de reële uitslag was volgens Thevissen zeer groot. De electorale peilingen zijn consumptieartikelen geworden. Voor de media is politiek interessant als het verkoopbaar is.
Van Houtte plaatste het belang van de boegbeelden ook in die mediastrategie. De boegbeelden worden voor een stuk door de media gecreëerd. Partijen die geen duidelijk boegbeeld konden naar voor schuiven, hadden een groot probleem. De media werken graag met de zogenaamde eenmanspartijen. Het is gemakkelijk werken, overzichtelijk en je weet altijd aan wie je iets moet vragen.
Politiek wordt spektakel en amusement Sommigen onnozele voorvallen krijgen een overdadige aandacht. Leterme zong de ‘brabançonne’ verkeerd. Het werd oneindig herkauwd op de tv-zenders en in de kranten.
‘Het was in se onbelangrijk, want de staatshervorming ging niet over het zingen van volksliederen’, zo vindt Van Houtte. Overigens had Leterme gelijk. In een land waar bijna heel de banksector in Franse handen is, samen met de energiesector, de distributie en nog veel meer, is de ‘Marseillaise’ vanzelfsprekend het nationale volkslied’.***

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *